Na zorgverzekeraar Zilveren Kruis heeft nu ook VGZ besloten een regioplan te laten maken als onderlegger voor de O&I-bekostiging. Maar hoe kom je tot een afdoend regioplan? De Zuidoost-Brabantse zorggroepen SGE, PoZoB en DOH deden een regioanalyse, willen productiviteitswinst boeken met eHealth-toepassingen en maken transitieafspraken met ziekenhuizen en ggz-instellingen.

Hoe maak je een regioplan?

Na zorgverzekeraar Zilveren Kruis heeft nu ook VGZ besloten een regioplan te laten maken als onderlegger voor de O&I-bekostiging. Maar hoe kom je tot een afdoend regioplan? Zó doet de regio Zuidoost-Brabant het.

In deze regio hebben de zorggroepen DOH, SGE en PoZoB (DSP) in samenwerking met zorgverzekeraars CZ en VGZ een gezamenlijke regioanalyse laten uitvoeren, ter voorbereiding van een regioplan 2020-2024. Het betreft een regio met circa 600.000 inwoners, waarbij drie sub-regio’s te onderscheiden zijn.

De regioanalyse biedt inzicht in de zorgvraag-ontwikkelingen op basis van de openbare VEKTIS-gegevens, demografische gegevens, arbeidsmarktgegevens en wachtlijstinformatie uit de vvt en ggz. Op basis hiervan kunnen een actueel inzicht en een beleidsarme prognose voor de ontwikkeling van de zorgvraag en beschikbaar arbeidspotentieel voor de periode tot 2025 worden gegenereerd.

Niet alleen statische data

Behalve de regioanalyse zijn nog drie andere aspecten van belang om te komen tot een regioplan. Ten eerste het vigerend beleid en afspraken. Na het maken van een regioanalyse is het niet logisch en/of redelijk om bestaande afspraken niet meer na te komen. Dat zou een negatief effect hebben op de vertrouwensrelatie met betrokken partijen die in toenemende mate nodig zijn om de complexe uitdagingen het hoofd te bieden.

Productiviteitswinst met eHealth

Het tweede aspect is de beschikbare capaciteit in arbeid of potentieel dankzij substituten als eHealth-toepassingen. Met zelfservice- en zelfzorgconcepten kan productiviteitswinst worden geboekt. Hiertoe is een conceptueel model ontwikkeld dat de komende jaren zal worden geïmplementeerd en waarmee een productiviteitswinst tot 10% kan worden gerealiseerd in de chronische zorgprogramma’s.

Transitieafspraken

Ten derde zijn er de transitieafspraken met ziekenhuizen en ggz-instellingen. Immers, als in bepaalde medisch specialistische onderdelen substitutie wordt geïntensiveerd, zal dat effect hebben op de huisartsen en eerstelijnszorg. In het Hoofdlijnenakkoord  medisch-specialistische zorg is hiervoor 470 miljoen euro beschikbaar. Hoewel er discussie is over de snelheid waarmee hierover concrete afspraken worden gemaakt, is dit voor 2020-2022 een niet te verwaarlozen factor.

Auteurs: Mariëlle Nellen (SGE), Nout Willems (PoZoB) en Jan Erik de Wildt (DOH)