Aanspreken op problematisch alcoholgebruik door huisarts heeft positieve impact

De discussie over de voor- en nadelen van borstkankerscreening laait regelmatig op. Zo ook begin dit jaar. Huisarts Sylvia van Manen reageert op de commotie. ‘De screeningdiscussie is relatief als je weet dat het drinken van meer dan negen glazen alcohol per week het risico op het ontwikkelen van borstkanker aanzienlijk doet toenemen. En dat nog maar weinig huisartsen deze boodschap aan hun patiënten overbrengen,’ aldus Van Manen.

‘Mede dankzij de organisatie van het bevolkingsonderzoek in Nederland wegen de voordelen van de screening op tegen de nadelen,’ stelde de Gezondheidsraad in een advies aan minister Schippers afgelopen januari. ‘Of dit nu wel of niet zo is laat ik in het midden,’ zegt Sylvia van Manen, ‘maar feit is dat bij een alcoholconsumptie van wekelijks negen glazen het risico op het krijgen van borstkanker met 15 procent toeneemt. Ik pleit er dan ook voor dat artsen het thema bespreekbaar maken, hoe lastig ze dat vaak ook vinden.’

‘Vanuit mijn eigen praktijk als huisarts bij Huisartsenpraktijk Engelen in Den Bosch heb ik veel affiniteit met het thema drankgebruik; als huisarts zie je nogal wat klachten die met een overmatige alcoholconsumptie in verband kunnen worden gebracht,’ gaat Van Manen verder. ‘Daarnaast heb ik in 2008 de pilot “Vroegtijdige signalering problematisch alcoholgebruik” gedraaid met voorlichting aan POH’s-ggz en -somatiek en ook assistentes. In de multidisciplinaire richtlijn die rond die tijd verscheen, stond iets wat mij heel erg verbaasde. Als huisartsen vijf minuten spreekuurtijd besteden aan het bespreken van de alcoholconsumptie, zie je dat bij vrouwen een reductie van 74 procent optreedt in het gebruik en bij mannen van 66 procent. Het effect van het bespreekbaar maken van alcoholconsumptie door huisartsen is dus groot.’

Huisartsen vinden het in de praktijk echter moeilijk om alcoholconsumptie bespreekbaar te maken.

Download het volledige artikel hier:

Screeningsinstrument en zorgprogramma voor proactieve ouderenzorg

Huisartsen en praktijkverpleegkundigen ouderenzorg gebruiken in en rondom Utrecht een screeningsinstrument, U-PRIM, en evidence based zorgplannen om kwetsbare ouderen betere zorg te verlenen. Deze nieuwe proactieve zorg werkt: ouderen gaan minder achteruit in dagelijks functioneren.

Het ontbreekt huisartsen aan goed zicht op kwetsbare ouderen in hun praktijk. Ze hebben te weinig tijd voor functionele preventie en aandacht voor deze patiëntengroep. Ouderen hebben wel behoefte aan iemand die naar hen omkijkt.

In het Utrechtse Ouderenzorgproject Midden Utrecht (Om U) zijn daarom twee methoden ontwikkeld om proactieve ouderenzorg in de huisartsenpraktijk aan te bieden. Dat is het screeningsinstrument U-Prim (Utrechtse Periodieke Risico Identificatie en Monitoring systeem) geïnstalleerd in het HIS van de huisarts, en U-CARE, een gestructureerd verpleegkundig zorgprogramma dat is samengevat in een toolkit.

Hoe selecteer je kwetsbare ouderen? In Om U zijn patiënten geselecteerd met hulp van de U-PRIM. ‘Omdat in Utrecht veel allochtonen wonen die al eerder dan de gemiddelde Nederlander ouderdomsverschijnselen hebben, kozen we voor 60-plussers met multimorbiditeit, polyfarmacie (vijf of meer verschillende soorten medicatie in chronisch gebruik, red.) en een consultatie gap (meer dan drie jaar niet door huisarts gezien, met uitzondering van griepvaccinatie, red.)’, verklaart Angelien Borgdorff, projectmanager. Ouderen die door de U-PRIM als potentieel kwetsbaar werden geïdentificeerd, kregen vervolgens een vragenlijst thuisgestuurd waarmee kwetsbaarheid werd gemeten met behulp van de veelgebruikte Groningen Frailty Indicator. Verder wordt de zorgcomplexiteit en het welbevinden van de ouderen in kaart gebracht.

Download het volledige artikel hier:

Brede betrokkenheid bij Woerdense wijkteams

Bij een effectief wijkteam weten de teamleden elkaar makkelijk te vinden. Ook in Woerden zoeken gemeente en eerste lijn naar een geschikte aanpak om zorg en ondersteuning voor de inwoners slimmer en efficiënter te organiseren. Met Raedelijn als bruggenbouwer hebben de gemeente en Coöperatie VGZ een convenant afgesloten om dit te bewerkstelligen.

Hoe leren we elkaar kennen? Hoe gaan we beter samenwerken? Vorig jaar zomer sprak een mix van diverse professionals uit het sociale en zorgdomein met elkaar in het Eerstelijnscafé, georganiseerd door Raedelijn (ROS met als werkgebied Midden-Nederland). ‘Het bruiste van de energie, kennismaken was nodig. Met als resultaat dat iedereen erkent dat we elkaar steeds harder nodig hebben’, zegt Raedelijn-adviseur Sosja Rooijmans.

Vanuit de gemeente Woerden werd het café als een cadeautje ontvangen, zegt beleidsambtenaar Alide de Leeuw. ‘We zijn blij dat de eerste lijn zelf het initiatief nam om elkaar te ontmoeten.’ Ook Jelle Vrijsen, zorginkoper integrale zorg van Coöperatie VGZ, noemt de kennismaking prima. ‘Maar daar moet het niet bij blijven. De professionals moeten samenwerkingsafspraken maken en deze formaliseren. Het is onze rol om dat proces te faciliteren.’

De gemeente en Coöperatie VGZ hebben onlangs een convenant gesloten, waarin beide partijen streven naar een wijkgerichte aanpak om hulpvragen van bewoners in samenhang te laten beantwoorden. ‘We hebben kritisch naar dit convenant gekeken’, zegt Vrijsen. ‘Het gaat bij ons ook om samen zelfredzaam zijn, om participatie en gezondheid. We gaan niet alleen uit financiële overwegingen een nieuwe aanpak bedenken.’

Download het volledige artikel hier:

Gedeelde regie bij diabetes mellitus type 2

Meer actieve patiënten en betere zorguitkomsten. Dat willen zorgverleners in de Noordelijke Maasvallei bereiken via zelfmanagement-interventies bij mensen met diabetes mellitus type 2. ‘Dit vergt niet alleen een andere houding van patiënten, maar ook van professionals’, zegt algemeen manager Corné van Asten van Syntein.

Van aanbodgerichte zorg naar vraag-gerichte zorg. Van zorgverleners die denken en handelen vanuit protocollen naar zorgverleners die patiënten stimuleren en ondersteunen zelf de regie te voeren over hun gezondheid, waarbij ziekte, bestaan en gedrag onderdelen vormen. In grote lijnen is dát de situatie waarheen Syntein zich beweegt met SynCare Diabetes. Syntein is een organisatie voor ketenzorg, opgericht door huisartsen en door Pantein, dat bestaat uit Maasziekenhuis Pantein, Thuiszorg Pantein en Zorgcentra Pantein. Syntein streeft naar uitstekende zorg voor mensen met een chronische aandoening. De betrokkenen zijn actief in de Noordelijke Maasvallei: het Land van Cuijk en Maasduinen.

Download het volledige artikel hier:

Dienstapotheken: hoe verder?

De dienstapotheken verkeren in zwaar weer. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Stichting Dienstapotheken Nederland (SDN) hebben een nieuw financieringsmodel bedacht: non-concurrentiële financiering op basis van een begroting. Biedt dit plan voldoende soelaas om de toegankelijkheid en het voortbestaan van de farmaceutische spoedzorg te waarborgen?

Aangezien de continuïteit van de farmaceutische spoedzorg in gevaar kwam, hebben SDN en ZN vorig jaar een plan bedacht dat nu wordt uitgerold. Carolijn Huizinga, apotheker en voorzitter van SDN: ‘De oplossing is dat dienstapotheken voortaan op basis van een eigen begroting in een non-concurrentiële setting worden gefinancierd. Op dezelfde wijze dus zoals huisartsenposten worden betaald. In overleg met de dominante zorgverzekeraar plus één andere zorgverzekeraar wordt op basis van de begroting een tarief berekend per receptregel dat alle overige zorgverzekeraars daarna zullen volgen. Dat maakt regionaal maatwerk mogelijk. De zorgverzekeraars betalen in deze constructie een kostendekkend tarief. Dat kan per dienstapotheek verschillen.’

Download het volledige artikel hier:

Hoe sta je in de markt?

De LOK en de VHN zien transparantie als een manier om de kwaliteit van de zorg en de dienstverlening te verbeteren. Daarom voeren zorggroepen en huisartsenposten elk jaar een landelijke benchmark uit. Hoe gebruiken zorgverleners van beide groepen de benchmark in de praktijk?

We praten met Maarten Klomp, medisch directeur van zorggroep De Ondernemende Huisarts (DOH), en Mark van Lier, directeur van de Centrale Huisartsenpost Westland. ‘Ik zie onze benchmark als een uitnodigende prikkel om nog meer je best te doen’, zegt Maarten Klomp. Hij spreekt over de Landelijke Benchmark voor Zorggroepen die de Landelijke Organisatie voor Ketenzorg sinds drie jaar organiseert. Deze benchmark richt zich alleen op zorginhoud en meet aan de hand van de proces­ en uitkomst­ indicatoren voor de verschillende ketenzorgprogramma’s de kwaliteit van de geleverde zorg.

Download het volledige artikel hier:

Facilitair bedrijf als antwoord

De taken groeien in de huisartsenpraktijk. ‘Maar je kunt niet van bovenaf stapelen, zonder onderop iets weg te nemen,’ stelt Pieter van Wijk, medisch directeur van coöperatie Cohesie. Het document ‘Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022’ van NHG en LHV geeft geen aanwijzingen voor maatregelen om de toenemende taken aan te kunnen. Daarom beschrijft Cohesie ze zelf.

Volgens Van Wijk treedt eenzelfde fenomeen op als eind jaren 90. ‘Toen beschikten we over de NHG­-standaar­den maar niet over de randvoorwaar­den om ze te implementeren. De druk die dat gaf op de huisartspraktijken leverde een tegenbeweging en we kregen praktijkondersteuning en huisartsenposten. Nu is er de stapeling van extra taken door verschuiving van zorg vanuit instellingen naar de eerste lijn en door vergrijzing.

Download het volledige artikel hier:

‘Het is een beweeglijke groep’

Steeds meer zorggroepen en gezondheidscentra starten een zorgprogramma voor CVRM. Maar hoe krijg je de patiëntengroep goed in beeld? Het CRIT-traject uit het zorgprogramma CVRM-CARE van MSD blijkt de leidraad om op een gestructureerde en eenduidige wijze de patiënten te registreren en te begeleiden.

Saskia Talsma is praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk in het prachtige Betuwse dorp Ophemert. Deze praktijk, achter in een boerenhoeve, maakt deel uit van de huisartsencombinatie in de Vinexwijk Passewaay in Tiel en het nabijgelegen dorp Ophemert, met zo’n 8.600 ingeschreven patiënten. De praktijken zijn een onderdeel van het Eerstelijns Centrum Tiel.

Download het volledige artikel hier:

VHN en LOK: benchmarken in de zorg

Dat transparantie kan leiden tot kwaliteitsverbetering is de laatste jaren gemeengoed geworden. Voor huisartsenzorg zijn het nieuwe samenwerken, het toenemende beroep op de zorg en het bieden van betere kwaliteit de uitdagingen. Benchmarking is een manier om er achter te komen of de beoogde effecten worden bereikt, zeggen de VHN en de LOK. Organisaties die in januari opgaan in één landelijke eerstelijns organisatie.

Hannie van der Hoeven en Margot Lenos zijn senior beleidsmedewerker bij de Vereniging Huisartsenposten Nederland en samen verantwoordelijk voor het uitvoeren van de jaarlijkse benchmark onder VHN-leden. ‘Een benchmark is niets meer en niets minder dan een hoeveelheid data van huisartsenposten op grond waarvan we gefundeerde uitspraken kunnen doen over het functioneren van huisartsenposten’, zegt Van der Hoeven. De VHN-benchmark die sinds 2005 wordt uitgevoerd, omvat een breed scala aan vragen over kwaliteit, financiën, bedrijfsvoering en organisatie.

Download het volledige artikel hier: