Eerstelijnszorg voor houdings- en bewegingsapparaat

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on LinkedInEmail this to someone

Patiënten met klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat moeten vanwege de oplopende wachttijden soms lang wachten voor ze in zorg komen bij de orthopeed in het ziekenhuis. In Friesland doen ze daar wat aan. Huisarts Jan Waling Huisman ziet in zijn anderhalvelijnspraktijk veel van deze patiënten. Doordat zij snel bij hem terechtkunnen, ontlast hij de orthopeed én bespaart hij de zorgverzekeraar veel geld.

Geen eigen risico, korte wachttijden, snelle behandeling, Jan Waling Huisman, huisarts van huisartsenpraktijk Blok-Huisman in Harlingen, hoeft niet lang na te denken over wat zijn kracht is als huisarts/kaderhuisarts gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van aandoeningen van het houdings- en bewegingsapparaat. Sinds twee jaar neemt Huisman als kaderhuisarts een deel van de tweedelijnszorg over van de radiologen en orthopeden van Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Collega-huisartsen verwijzen patiënten met klachten aan het bewegingsapparaat niet langer alleen door naar het MCL, maar ook naar hem.

Scheve gezichten

In het begin keken radioloog en orthopeed wel met scheve gezichten naar wat Huisman aan het doen was. “Zouden ze door mijn werk nog wel voldoende patiënten krijgen? Bovendien vroegen ze zich af of ik voldoende competent zou zijn.” De scheve gezichten hebben inmiddels plaatsgemaakt voor enthousiasme. “Ze zien dat ik geen patiënten van ze afneem, maar ervoor zorg dat hun soms wekenlange wachttijden minder lang zijn. En competent ben ik ook. Ik heb als huisarts twee jaar de kaderopleiding Houdings- en bewegingsapparaat en sportgeneeskunde gedaan aan het ErasmusMC in Rotterdam. Ik weet waarover ik het heb. Daarbij ken ik mijn grenzen. Is een klacht te complex, of kom ik er niet uit, dan verwijs ik alsnog door.”

Tenminste 50 procent van de patiënten moest Huisman zelf behandelen, de andere 50 mocht hij doorverwijzen. Dat was een voorwaarde van zorgverzekeraar De Friesland om het substitutieproject te mogen starten. “De cijfers vielen uiteindelijk veel beter uit dan dat. 83 procent van de patiënten die collega-huisartsen naar mij doorverwijzen behandel ik zelf. Slechts 17 procent gaat naar radioloog of orthopeed. Dat lage cijfer haal ik ook doordat ik zelf echografisch onderzoek doe. Ik heb de opleiding echografie gedaan en alle echoapparatuur aangeschaft. Ik hoef patiënten daarvoor niet door te sturen naar het MCL. Dat scheelt tijd en geld.”

Auteur: Michel van Dijk

Download het volledige artikel hier: