Congres Abonneren
×

De reflex om door te verwijzen is goed te begrijpen

Het idee om in de eerste lijn de vraag naar de specialistische ggz in te dammen, is al negen jaar praktijk. Als het kabinet meer van de eerste lijn verwacht, moeten we volgens Henriëtte van der Horst eerst weten wat het beleid tot nog toe heeft opgeleverd.

  • Emeritushoogleraar huisartsengeneeskunde Henriëtte van der Horst zegt dat het niet gek is dat er een reflex is vanuit huisartsen om door te verwijzen in het geval van ggz, ondanks dat deze wel onwenselijk is
  • Er zou vanuit de regering, omdat ze al langer de ambitie hebben de ggz in betere banen te lijden, een analyse moeten komen over waar de problemen vandaan komen.
  • Lees ook: Ook in de eerste lijn is een tekort aan mensen

“We willen dat al heel lang, bijna tien jaar nu.” Emeritus-hoogleraar huisartsengeneeskunde Henriëtte van der Horst stapte bij het horen van het kabinetsvoornemen (zie kader, red) terug in de tijd. Met de stelselwijziging in 2013, vertelt ze, ontstond het onderscheid tussen basis ggz en specialistische ggz. Toen al was het voornemen de toestroom naar de specialistische ggz in te dammen. En ook toen al werd aan huisarts en poh-ggz een belangrijke rol toegedicht. Van der Horst: “Het was en is een ontwikkeling waar ik helemaal achter sta. En met mij inmiddels denk ik bijna alle huisartsen. Negentig procent heeft een praktijkondersteuner ggz.”

Dat het kabinet anno 2022 min of meer dezelfde ambitie als negen jaar geleden heeft, kan volgens Van de Horst betekenen dat het ontbreekt aan een analyse. Juist die is nodig omdat er al lang aan die ambitie gewerkt wordt. “Wat heeft het toen ingezette beleid opgeleverd? Ontstaan wachtlijsten in de specialistische ggz doordat de eerste lijn haar werk niet goed genoeg doet? Of zijn er andere oorzaken, bijvoorbeeld het personeelsgebrek in de ggz of de werkdruk door administratieve last?”
Van der Horst betwijfelt in ieder geval het door psychiaters als Damiaan Denys gevoede beeld dat de SGGZ te veel aanwas van mensen met ‘normale’ levensproblematiek heeft. Als huisarts zag ze vrouwen van in de twintig die dachten dat ze naar de psycholoog moesten omdat ze niet elke dag gelukkig waren. “Daar voer je dan een goed gesprek mee. Ik denk dat het meeste van de existentiële problematiek wordt afgevangen door competente huisartsen en praktijkondersteuners.”

Hele artikel lezen? Download het hier!