De Eerstelijn heeft regionale tegenkracht nodig

Pepijn de Wit

Geplaatst door Redactie

03 maart 2026

1 minuut leestijd

Met de invoering van RESV’s per 2027 staat de eerstelijnszorg voor een van de meest ingrijpende structuurwijzigingen in jaren. Jan Erik de Wildt schreef er een indringend drieluik over — en trekt conclusies die niet iedereen zal willen horen.

De komende drie dagen publiceren wij alle drie de artikelen. Één per dag. Lees ze afzonderlijk, of volg het debat van begin tot eind.

Het IZA heeft de ambitie neergelegd: zorg naar de voorkant, populatiegericht werken, sterke regionale samenwerking. De RESV moet die ambitie waarmaken. Maar terwijl de klok tikt, ontbreken in veel regio’s de basisvoorwaarden: mandaat, financiering, governance, datakracht.

Tegelijkertijd loopt naast de nieuwe structuur een oude door: de Regionale Ondersteuningsstructuren kosten circa €45–50 miljoen per jaar — met nauwelijks toezicht, beperkte transparantie en een bekostigingsgrondslag waarvan de rechtmatigheid intern bij de NZa ter discussie stond.

En dan de huisartsen. Zonder hen geen functionerende RESV. Maar hun binding aan regionale structuren is fragiel. Druk ze te snel in een nieuw jasje, en ze haken af.

“Zonder mandaat, financiering en professionele governance blijft de eerste lijn volgend in plaats van richtinggevend.”

Dag 1 — De eerstelijn heeft regionale tegenkracht nodig Over de RESV als regieorganisatie — niet als uitvoerder — en wat er nodig is om gelijkwaardig aan tafel te zitten met zorgverzekeraars en gemeenten.

Dag 2 — Stop met de ROS? Een kritische herijking van de ROS. €45–50 miljoen per jaar, nauwelijks verantwoording. Pleidooi voor opheffing en overheveling van het budget naar de RESV.

Dag 3 — Organiseer in lagen en op basis van organisatiegraad Hoe ziet de ideale RESV-architectuur eruit? Drie aggregatieniveaus, vijf fasen van organisatierijpheid en een concrete waarschuwing over de huisartsen.

Over de auteur
Jan Erik de Wildt volgt de redesign van de eerstelijnszorg op de voet sinds 2000. Zijn blik is breed en zijn oordeel scherp: strategisch, financieel én organisatorisch. Waar anderen trends signaleren, heeft De Wildt ze al geduid. Hij wordt gezien als “trendwatcher die ontwikkelingen in de eerstelijnszorg als eerste ziet aankomen” en als “enthousiaste, bevlogen spreker met visie én realiteitszin.” Eigenwijs genoeg om te zeggen wat anderen vermijden. Deskundig genoeg om gehoord te worden.

Zijn missie is even helder als urgent: versterking van de eerstelijnszorg als fundament van solidariteit in het Nederlandse zorgsysteem — en het terugdringen van tweedeling waar dat mogelijk is.

In 2020 reikte InEen hem de Oeuvreprijs uit — een onderscheiding voorbehouden aan mensen met een zeer bijzondere staat van verdienste voor de eerste lijn. Directeur Anoeska Mosterdijk overhandigde de prijs met de woorden: “Je bent een bijzonder mens en je bent van bijzondere waarde geweest voor de eerste lijn.”

Dit drieluik is geen beleidsnotitie. Het is het werk van iemand die de sector van binnenuit kent, er niet voor terugschrikt om de vinger op de zere plek te leggen — en die weet wat er op het spel staat.

Benieuwd naar het het eerste artikel? Download hem hier!