Plannen schrijven is geen (huisartsen)zorg dragen
08 februari 2026
1 minuut leestijd
De huisartsenzorg staat opnieuw aan de tekentafel. Terwijl regio’s al werken aan RESV-plannen, IZA-transformatieplannen en afspraken met gemeenten, komt daar nu een nieuw regionaal maatwerkplan bij op basis van de AZWA-leidraad voor continuïteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg. Die stapeling van plannen is inmiddels expemplarisch aan het worden voor het systeemvraagstuk. Want hoewel de noodzaak tot regionale herinrichting breed wordt gedeeld, dreigt de uitvoeringskracht van de huisartsenzorg verder onder druk te komen staan.
De leidraad laat zien dat regionale herinrichting van de huisartsenzorg geen keuze meer is, maar een realiteit in wording. Dat is noodzakelijk. Tegelijkertijd maakt de stapeling van plannen zichtbaar dat het stelsel blijft zoeken naar oplossingen in nieuwe kaders en documenten, terwijl de uitvoeringspraktijk onder druk staat. Als regionale herinrichting meer moet zijn dan een herverdeling van planlast, vraagt dit om scherpe keuzes: samenvoegen in plaats van stapelen, uitvoeren in plaats van analyseren en expliciete verantwoordelijkheden in plaats van gedeelde intenties. Zonder die verankering dreigt regionale sturing te blijven steken in procesafspraken en beleidsruimte — iets wat de eerstelijnszorg zich nauwelijks kan permitteren.
Toenemende druk vraagt om meer dan nieuwe plannen
In steeds meer regio’s lukt het niet meer om alle inwoners te koppelen aan een vast huisartsenteam. Uitstroom van huisartsen, personeelstekorten, vergrijzing en een groeiende zorgvraag zorgen voor structurele spanning op de huisartsenzorg. De gevolgen zijn zichtbaar: meer mensen zonder vaste huisarts, toenemende werkdruk in praktijken en extra belasting van spoedeisende zorg en andere domeinen.
Deze problematiek is niet nieuw. De afgelopen jaren zijn meerdere beleidslijnen en programma’s opgetuigd om de eerstelijnszorg te versterken. In dat licht roept de introductie van opnieuw een regionaal plan de vraag op of het probleem zit in het ontbreken van richting — of juist in de uitvoerbaarheid van de gekozen aanpak.
AZWA als volgende schakel in een volle beleidsketen
De nieuwe Leidraad continuïteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg vindt haar oorsprong in het Akkoord Zorg en Welzijn in de Arbeidsmarkt (AZWA). In afspraak D4 is vastgelegd dat zorgverzekeraars samen met LHV en InEen een landelijke leidraad zouden opstellen om te komen tot maatwerk voor duurzame continuïteit in elke regio.
Daarmee is de leidraad geen op zichzelf staand document, maar onderdeel van een bredere keten van afspraken die ook het IZA, regionale samenwerkingsverbanden (RESV’s) en gemeentelijke afspraken omvat. De vraag is hoe deze nieuwe leidraad zich verhoudt tot bestaande plannen — en of zij bijdraagt aan vereenvoudiging of juist aan verdere planaccumulatie.
Van landelijke normen naar regionale realiteit
Met de leidraad kiezen Zorgverzekeraars Nederland (ZN), LHV en InEen expliciet voor regionale sturing. Het uitgangspunt is dat generiek beleid onvoldoende aansluit bij regionale verschillen in zorgvraag, arbeidsmarkt en bevolkingssamenstelling. Regionaal maatwerk moet zorgen voor beter passende oplossingen.
Het doel is helder: borgen dat iedere inwoner, nu en in de toekomst, toegang houdt tot huisartsenzorg, met behoud van kwaliteit en continuïteit. Regionale samenwerking tussen huisartsen, regionale huisartsenorganisaties (RHO’s) en zorgverzekeraars vormt daarbij het fundament.
Data als fundament, niet als besluit
Centraal in de leidraad staat een landelijke analyse op basis van objectieve en reproduceerbare data. Indicatoren zoals huisartsendichtheid, verwachte uitstroom, het aantal verzekerden zonder vaste huisarts, bevolkingsontwikkeling en sociaal-economische kenmerken worden samengebracht in een signaleringsmatrix per regio.
Deze matrix maakt zichtbaar waar de druk het grootst is en dient als signaleringsinstrument. De analyse is nadrukkelijk bedoeld om het gesprek te starten en regionale verdieping mogelijk te maken — niet om automatisch middelen toe te kennen of interventies af te dwingen.
Regionale maatwerkplannen als extra laag
Op basis van de analyse werken RHO’s, huisartsen en preferente zorgverzekeraars samen aan regionale maatwerkplannen. In deze plannen worden bestaande initiatieven gebundeld en nieuwe interventies onderbouwd. Daarbij wordt gekeken naar factoren als huisvesting, personeelsbeschikbaarheid, wijkprofielen, samenwerking met het sociaal domein en lopende regionale programma’s.
Inhoudelijk sluiten deze plannen aan bij doelen die ook al terugkomen in RESV-plannen en IZA-transformatievoorstellen: taakdelegatie, innovatieve werkvormen, betere triage en een efficiëntere inzet van schaarse capaciteit. De toegevoegde waarde zit daarmee minder in de inhoud dan in de positionering en financieringslogica.
Objectieve knelpunten, discretionaire besluiten
De leidraad maakt expliciet dat er geen automatisch recht op financiering bestaat. Daarmee ontstaat een fundamenteel spanningsveld. Aan de voorkant worden knelpunten zorgvuldig en uniform geobjectiveerd. Aan de achterkant ligt de beoordeling van plannen en de inzet van incidentele middelen bij zorgverzekeraars, zonder dat helder is welke criteria doorslaggevend zijn.
De kernvraag is onontkoombaar: wat is de betekenis van objectieve data als deze niet leidt tot voorspelbare of toetsbare en besluitvorming? Wanneer regio’s met vergelijkbare problematiek verschillend worden beoordeeld, verschuift toegankelijkheid van een stelselverantwoordelijkheid naar een uitkomst van beleidsruimte en onderhandelingskracht.
Tussen maatwerk en uitvoerbaarheid
De ruimte voor discretionaire afwegingen past bij de rol van zorgverzekeraars, maar maakt het systeem ook kwetsbaar. Voor huisartsen en RHO’s betekent dit dat zij naast bestaande verantwoordingslijnen opnieuw moeten investeren in planvorming, afstemming en positionering — terwijl uitvoeringskracht en tijd al schaars zijn. Juist in regio’s waar de druk het hoogst is, dreigt zo een paradox: hoe groter de problematiek, hoe groter de planlast waar we juist zo ontzettend uitvoeringskracht nodig hebben.
Zorgplicht en toezicht als ontbrekende verbinding
Dit spanningsveld raakt ook direct aan de wettelijke zorgplicht van zorgverzekeraars. Zij moeten waarborgen dat verzekerden binnen redelijke tijd en afstand toegang hebben tot huisartsenzorg. Wanneer objectieve analyses structurele tekorten laten zien, maar effectieve interventies uitblijven, komt de vraag op hoe deze zorgplicht zich verhoudt tot de ruimte voor regionale afwegingen.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt toezicht op de naleving van deze zorgplicht. Tegelijkertijd ontbreekt in de leidraad een expliciete koppeling tussen de signaleringsmatrix, regionale besluitvorming en het toezichtskader. Daarmee blijft onduidelijk wanneer een tekort een beleidsvraagstuk is — en wanneer een toezichtsrelevant risico.