Sturen we op zorgtransformatie, of op compliance?

Pepijn de Wit

Geschreven door Bianca den Outer

08 februari 2026

1 minuut leestijd

Ik weet niet hoe jullie ernaar kijken, maar de stapels handreikingen voor en over zorgtransformatie stapelen zich inmiddels indrukwekkend op vanuit IZA, AZWA, GALA, HLO, RESV, RPI (een nieuwe afkorting in de bingo 🫣 ). We excelleren inmiddels in planvorming, landelijk én regionaal!

En voor een gecompliceerd vraagstuk werken blauwdrukken ook prima. Maar de zorgtransformatie is geen gecompliceerd vraagstuk. Het is een complex vraagstuk. En in complexiteit sturen onderliggende patronen het gedrag: macht, risico, autonomie, schaarste, legitimiteit. En daar zit precies de frictie!

1. Netwerken moeten gaan sturen
Wat jarenlang overlegtafels waren, moeten nu prioriteren en verdelen. Dat is geen detail, dat is een fundamentele functiewijziging. Mandaat wordt dan ineens spannend. Niet omdat mensen het niet begrijpen, maar omdat we van afstemmen naar gezamenlijke verantwoordelijkheid bewegen — zonder dat we het sturingsarrangement echt hebben herontworpen.

2. We bouwen 2.0 met 1.0-organisaties
Domeinoverstijgend samenwerken doen we “erbij”. De organisatie blijft monodisciplinair ingericht — in HR, control, productie, verantwoording. Ondertussen verwachten we dat het netwerk de maatschappelijke opgave draagt.

3. Inwonersinitiatieven passen niet in het format
We vinden inwonersinitiatieven prachtig — zolang ze passen binnen de logica van professionele en bestuurlijke gemeenschappen. Daar zitten we nu. Selectie op compliance, niet op effect. Het systeem beschermt zijn eigen logica.
En inwoners werken zich de tandjes om een stukje zeggenschap te krijgen.

In complexe systemen veranderen doelen weinig als de onderliggende kaders hetzelfde blijven. Dus de vraag is niet: wat willen we nog meer plannen? De vraag is: wat gaan we anders doen? 👇

1. Werk met meerdere safe-to-fail interventies tegelijk. Kleine, afgebakende ingrepen met duidelijke leercriteria. Niet om te experimenteren “omdat het leuk is”, maar omdat een netwerk alleen leert via variatie.

2. Herontwerp formats als constraints, niet als sjablonen.
Formats moeten ruimte geven aan context en lokale legitimiteit. Als elk plan in hetzelfde (IZA-)keurslijf moet, selecteer je op schrijfvaardigheid en compliance, niet op effect.

3. Leg risicodragen expliciet neer.
Maak zichtbaar: wie draagt wat, wanneer en met welke compensatie. Dat is geen hardheid, dat is bestuurlijke hygiëne.

4. Maak “beste mensen leveren aan het netwerk” een afspraak met status.
Niet als morele oproep, maar als wederkerig arrangement: wie levert, krijgt invloed en uitvoeringsruimte terug. Anders is het een structureel oneerlijke belasting — en huren we consultants in om het werk te doen (tip: koop oplossingen in zoals Netwerkkracht Lorenz die het duurzaam leervermogen van je netwerk versnelt, heb je veel meer aan ;-).

5. Zie inwonersinitiatieven niet als input, maar als alternatief organisatieprincipe.
Minder: “past het in ons plan?” Meer: “welke condities maken dit schaalbaar zonder het te institutionaliseren?”