Wie betaalt bepaalt

Bo Dekkers

Geplaatst door Redactie

01 april 2026

1 minuut leestijd

Wat het zorginkoopbeleid RESV 2027 betekent voor jouw regio
1 april 2026  |  Analyse  |  Eerstelijnszorg, zorginkoopbeleid, RESV
| De volledige analyse RESV 2027 is onderaan deze pagina te downloaden |

Drie grote zorgverzekeraars publiceerden op 1 april 2026 gelijktijdig hun inkoopbeleid voor Regionale Eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s). De Eerstelijns analyseerde de beleidsdocumenten van Zilveren Kruis, Menzis en VGZ en brengt de overeenkomsten — en de opvallende verschillen — in kaart. Want welke verzekeraar de preferente verzekeraar is in een regio, bepaalt direct wat er in 2027 gefinancierd wordt en wat niet.

Een historisch moment voor de eerstelijn
Vanaf 1 januari 2027 kunnen RESV’s voor het eerst worden gecontracteerd door zorgverzekeraars. De juridische grondslag is de NZa-experimentbeleidsregel (BR/REG-27110), die geldig is van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2031. Het is het startschot van een nieuwe fase in de organisatie van de eerstelijn: na jaren van visievorming, ZonMw-subsidies en de ontwikkeling van de Handreiking Contractering RESV wordt samenwerking nu omgezet in contractuele en financiële afspraken.

Op 1 april 2026 publiceerden Zilveren Kruis, Menzis en VGZ hun inkoopbeleid. Een vierde grote verzekeraar, CZ, heeft op het moment van publicatie van deze analyse nog geen beleid gepubliceerd. Voor RESV’s in CZ-regio’s betekent dit dat essentiële informatie over contracteisen en financiering vooralsnog ontbreekt.

Hetzelfde fundament, andere uitwerking
Alle drie de verzekeraars vertrekken vanuit hetzelfde kader: de Handreiking Contractering RESV (versie 3, oktober 2025), de Visie Eerstelijnszorg 2030 en het Integraal Zorgakkoord. De basisstructuur van het RESV-plan — zeven bouwstenen, lumpsumbekostiging, verdeling naar marktaandeel via Vektis-data en een plandeadline van 15 juli 2026 — is bij alle drie gelijk.

Maar in de uitwerking zijn de verschillen substantieel. En die verschillen zijn niet cosmetisch: ze raken de kern van wat een RESV in 2027 kan doen, welke beroepsgroepen moeten zijn aangesloten en hoeveel financiële zekerheid een RESV vooraf heeft.

Welke hoofdtaken worden gefinancieerd?
Het meest fundamentele verschil zit in de financieringsscope. De landelijke RESV-uitwerkingsnotitie stelt dat RESV’s vanaf 2027 kunnen worden gecontracteerd voor ’ten minste een deel van de vijf hoofdtaken’. De drie verzekeraars interpreteren dit elk anders.

Zilveren Kruis beperkt de bekostiging in 2027 uitsluitend tot hoofdtaak 4: het ondersteunen van hechte wijkverbanden. De overige vier hoofdtaken — mandatering, capaciteitsorganisatie, zorginhoudelijke afspraken en facilitering — worden pas vanaf 2028 opgepakt. Dit roept de vraag op of RESV’s die al activiteiten voor andere hoofdtaken ontplooien hiervoor bij Zilveren Kruis financiering kunnen claimen.

Menzis hanteert een bredere scope: naast hoofdtaak 4 worden ook hoofdtaak 1 (mandatering en vertegenwoordiging) en een deel van hoofdtaak 3 (zorginhoudelijke afspraken over specifieke patiëntengroepen) meegefinancierd. Menzis volgt daarbij de vijf IZA-doelgroepen, met als standaard — als een regio nog geen specifieke voorkeur heeft — ouderen met een kwetsbare gezondheid.

VGZ gaat het verst: alle vijf hoofdtaken zijn in 2027 in principe financierbaar, mits het RESV-plan per hoofdtaak inhoudelijk onderbouwt hoe activiteiten bijdragen.

Drie opvallende eisen die het verschil maken
Naast de scope van gefinancierde hoofdtaken zijn er drie specifieke beleidsposities die in het oog springen:

  • Menzis is de enige verzekeraar die eist dat minimaal 20% van de beoogde hechte wijkverbanden al operationeel is bij het moment van contractering. Voor RESV’s die nog in de opbouwfase zitten, is dit een directe toetredingsdrempel.
  • VGZ vereist dat het sociaal domein vanaf de start mede-indiener is van het RESV-plan — met aantoonbare betrokkenheid van minimaal één gemeente en één sociaalwerkorganisatie. Dit is een formele toelatingsvereiste die de andere twee verzekeraars niet stellen, en die vroegtijdige gemeentelijke afstemming tot een kritieke randvoorwaarde maakt.
  • Zilveren Kruis is de enige verzekeraar die de maximumvergoeding transparant publiceert: een vaste voet van €150.000 (regio’s <300.000 inwoners) of €200.000 (>300.000 inwoners), plus €0,88 per inwoner. Menzis en VGZ werken met een offerte-onderhandelingsprocedure, wat meer ruimte maar ook meer onzekerheid biedt.

Representatiedrempels: een hoge lat voor paramedici en wijkverpleging
De handreiking stelt dat kernspelers ‘voldoende georganiseerd’ moeten zijn — een kwalitatieve norm. Zilveren Kruis en Menzis vertalen dit naar harde percentages. Zilveren Kruis eist dat huisartsen, apothekers en wijkverpleging elk minimaal 75% van de beroepsgroep vertegenwoordigen. Menzis hanteert voor wijkverpleging een lagere drempel van 60% van de gedeclareerde uren, erkennend dat herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging organisatorisch nog in ontwikkeling is.

Voor paramedici zijn de eisen het meest uitdagend. Zilveren Kruis vereist een paramedisch samenwerkingsverband van ten minste drie subdisciplines met 65% representatie. Menzis schrijft 75% voor over minimaal drie subdisciplines inclusief diëtetiek, ergotherapie en fysiotherapie. VGZ vereist de vorming van een gezamenlijk paramedisch platform vóór deelname aan het RESV — een stap die in veel regio’s nog niet is gezet.

Het sociaal domein: gewenst partner of verplichte mede-indiener?
Alle drie de verzekeraars onderkennen het belang van het sociaal domein. Maar waar Zilveren Kruis aantoonbare betrokkenheid van gemeenten vóór indiening vraagt, en Menzis tijdige betrokkenheid en duidelijke begrotingsafspraken eist, maakt VGZ er een formele toelatingsvereiste van.

Relevant voor alle drie: als een RESV-plan inzet of financiering vanuit meerdere domeinen vraagt, wordt de ZVW-financiering bij Menzis en VGZ pas definitief als de gemeente de financiering ook heeft toegekend. Gemeentelijke vertraging kan daarmee de ZVW-financiering blokkeren — een risico dat bij de planvorming moet worden meegenomen.

Opvallende lacunes: de ROS en de O&I-gelden
Twee onderwerpen komen in alle drie de beleidsdocumenten opmerkelijk weinig aan bod. De Regionale Ondersteuningsstructuren (ROS’en) worden uitsluitend genoemd in de context van de executiekracht (bouwsteen 5): het RESV-plan moet beschrijven hoe activiteiten zich verhouden tot vergelijkbare organisaties zoals RHO, ROS of andere coördinerende functies. Een eigenstandige financierings- of organisatierol voor de ROS na afloop van de ZonMw-subsidiefase wordt door geen van de drie uitgewerkt.

Ook de verhouding tussen RESV-financiering en de bestaande Organisatie & Infrastructuur (O&I)-gelden blijft onderbelicht. De NZa-beleidsregel waarschuwt expliciet voor overlap met bestaande bekostiging, en alle drie de verzekeraars vereisen dat de begroting aangeeft waar RESV-financiering aanvullend is. Maar hoe de overgang van bestaande O&I-bekostiging naar RESV-bekostiging in de praktijk verloopt — met name voor huisartsen — wordt niet uitgewerkt. RESV’s die voortbouwen op bestaande RHO-structuren doen er verstandig aan hierover vroegtijdig afstemming te zoeken met de preferente verzekeraar.

Monitoring: procesmatig en financieel, inhoudelijk nog open
Alle drie de verzekeraars vereisen een projectadministratie, een bestuursverklaring en kwartaalrapportage. Menzis en VGZ schrijven bovendien een escalatieladder en een leer- en verbetercyclus voor in het RESV-plan. Wat bij alle drie ontbreekt, zijn gespecificeerde inhoudelijke kwaliteitsindicatoren voor het functioneren van het RESV of de hechte wijkverbanden. De monitoring is in 2027 primair financieel en procesmatig van aard — passend bij een opstartjaar, maar het vraagstuk van effectmeting verschuift daarmee naar latere jaren.

Conclusie: dezelfde taal, andere spelregels
De drie gepubliceerde inkoopbeleidsdocumenten laten zien dat er een gemeenschappelijk kader is, maar geen uniforme uitwerking. Voor RESV’s die nu hun plannen schrijven zijn drie vragen direct leidend:

  • Welke hoofdtaken zijn financierbaar bij de preferente verzekeraar in de regio?
  • Voldoen de aangesloten beroepsgroepen — met name paramedici en wijkverpleging — aan de representatiedrempels?
  • Is de governance — inclusief kassiersfunctie en betrokkenheid van het sociaal domein — ingericht op een wijze die aan alle geldende verzekerderskaders voldoet?

Het antwoord op die vragen verschilt per regio, afhankelijk van welke verzekeraar aan tafel zit. De volledige analyse biedt per thema een feitelijke vergelijking tussen de drie verzekeraars.

Download hieronder de volledige analyse RESV 2027!