Nieuw inkoopkader voor Welzijn op Recept

De afgelopen tijd is hard gewerkt aan het slechten van financiële belemmeringen. Drijvende kracht Jan Joost Meijs: "In de relatie tussen huisarts en sociaal domein, tussen zorgverzekeraar en gemeente, hoort het gesprek over te leveren prestaties erbij."

Potentie van samenewerking

Welzijn op recept bewijst in Nederland als eerste de potentie van de samenwerking tussen huisartsen en sociaal domein. In tal van gemeenten wordt het concept in praktijk gebracht. Huisartsen die leren het gesprek te voeren over de psychosociale problemen achter het somatische symptoom en vervolgens een welzijnscoach kunnen inschakelen voor hun patiënt.

Maar de financiering ervan is niet vanzelfsprekend. Gemeenten, zorgverzekeraars en huisartsen moeten elkaar weten te vinden. Welzijn op recept - voorman Jan-Joost Meijs ontwikkelde in het afgelopen jaar een inkoopkader. Hij stelt vast: “Er hoeft niets veranderd te worden aan bestaande wet- en regelgeving. Er moet wel meer gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden die er al zijn. Met goede bedoelingen alleen kom je er niet.”

Doe het goed of doe het niet

Meijs sprak voor het kader met sleutelfiguren bij gemeenten, zorgverzekeraars, huisartsen en landelijke overheid. Welzijn op recept vraagt volgens hem van gemeenten vooral “een echte keuze”. Doe het als gemeente goed of doe het niet. “Je ziet nu hele verschillende dingen bij gemeenten. De een zegt tegen de welzijnsorganisatie “prima dat u dat Welzijn op recept wil doen, maar wel binnen de huidige productieafspraken.” Dat levert denkt Meijs een verkeerde start op. “Dan moet de welzijnsorganisatie met tijd gaan schuiven, andere prioriteiten stellen.”

Of gemeenten kopen te zuinig in. “Dan is er wel drie tot vijf uur voor de begeleiding van een patiënt van een huisarts, maar geen tijd voor het ontwikkelen van passend aanbod en het overleg met de huisarts.” Of de vermeende noodzaak tot aanbesteden zit de zo gewenste personele continuïteit in de weg. “Want dan verandert de welzijnscoach na 2,3 jaar doordat een andere partij de aanbesteding heeft gewonnen en dat is funest voor de zorgvuldig opgebouwde relatie met de huisarts. Juist dat vaste contact is zo belangrijk, dan kun je een relatie opbouwen en onderhouden.’

Verruiming

Maar, benadrukt Meijs, gemeenten hebben met de WMO de wettelijke mogelijkheden het welzijnsdeel van Welzijn op recept, het werk van de zogeheten welzijnscoaches, mogelijk te maken. “Gemeenten mogen wel meer kijken naar kwaliteit en relatie dan enkel naar prijs.” En ook aan de kant van de zorgverzekeraars, die de inzet van de huisarts financieel mogelijk moeten maken, is er volgens Meijs sinds enige tijd ruimte genoeg. “Met de nieuwe financiering voor organisatie en infrastructuur is er nu een module voor samenwerking in de wijk, een module samenwerking in de gemeente en een module voor regionale samenwerking.

Je kunt nu op al die lagen afspraken maken over wat er nodig is om Welzijn op recept in te voeren. Je kunt geld vrijmaken voor de basisafspraken in een wijk en voor een gemeentelijke of regionale regisseur.” Meijs wijst daarnaast op de S3-financiering. “Daarmee kun je het eerste, vaak langere Welzijn op recept consult van huisartsen met patiënten financieren.” De verruimde mogelijkheden bij zorgverzekeraars bieden, wil Meijs maar zeggen, zowel de organisatie van de samenwerking, de kennisontwikkeling als de consulten te financieren.

Huisartsen zijn nog wel "verlegen"

Huisartsen zijn, ziet Jan-Joost Meijs, echter nog wel “verlegen”. Zorgverzekeraars mogen dan bezig zijn het besef “dat het klassieke ziekte-denken onvoldoende is” te vertalen in hun visie en hun manier van contacteren; huisartsen moeten daar nog aan wennen. Inzicht in hoe het de patiënt met welzijn op recept-voorschrift vervolgens vergaat, kan daar volgens Meijs bij helpen. “Als er een Welzijn op Recept declaratiecode op basis van S3-financiering aan een patiënt hangt, dan kun je makkelijk in het systeem kijken wat voor kostenontwikkeling dat oplevert.”

En sowieso vindt de gemiddelde huisarts niet makkelijk de weg in het woud aan contacten en modules van verschillende zorgverzekeraar. Meijs vertelt met enige melancholie over gezondheidscentrum De Roerdomp waar hij van 1995 tot 2018 directeur van was. “In 1995 sloot ik twee contracten. Een voor de ziekenfondswet en een voor de particuliere zorgverzekeraar. Dat waren standaardcontracten. Toen ik stopte in 2018 waren dat er voor vijf zorgverzekeraars ieder dertien of veertien.” Meijs ziet huisartsen die bestuurlijk en financieel onderlegd zijn. “Die vinden dit systeem grappig. Die spelen er mee, schuiven wat met waar de uren van de POH voor en dan hebben ze weer meer inkomsten dan vorig jaar.” Maar de gemiddelde huisarts, weet Meijs, wil “gewoon zorg” leveren, “niet al die financiële sores.”

Prestaties

Dus ja, gemeenten en zorgverzekeraars hebben nu al de mogelijkheden om Welzijn op recept in gemeente en regio gezamenlijk te financieren. Wet maatschappelijke ondersteuning en Zorgverzekeringswet kunnen hier in samenhang voor ingezet worden. Dat is wennen en soms gedoe, het vraagt onderling gesprek, kennis en besef van wat de kwaliteit van welzijn op recept in de kern is, maar het idee dat het schot tussen WMO en ZVW gezamenlijke financiering belemmert, is onjuist.

Om het lokale en regionale samenspel te bevorderen, is er op initiatief van Meijs wel een landelijk inkoopkader voor Welzijn op recept ontwikkeld dat inmiddels bij het ministerie van VWS geaccordeerd ligt. ”Spelregels” noemt Meijs het kader. “Het is een handreiking. De kernelementen van Welzijn op recept worden erin uitgewerkt. Een aantal gezamenlijk te financieren functies worden beschreven zoals een gemeentelijk regisseur. Er staan kengetallen in, bijvoorbeeld het aantal fte welzijnscoach dat nodig is in een huisartsenpraktijk van een bepaalde grootte en de extra tijd die een huisarts nodig heeft om Welzijn op Recept goed uit te voeren.”

Het landelijk inkoopkader geeft bovendien richting aan de prestaties die de partijen van elkaar mogen verwachten. Meijs: “Ik herinner mij een gesprek in onze leergemeenschap. Een ambtenaar zei tegen een huisarts dat hij best een welzijnscoach wilde financieren, maar dat hij wel wilde weten wat hij daarvoor terugkreeg. Daar werd die huisarts een beetje humeurig van. Die had de zorgverzekeraar al in haar nek en nou ook nog de gemeente. Maar in de relatie tussen huisarts en sociaal domein, tussen zorgverzekeraar en gemeente, hoort ook het gesprek over te leveren prestaties erbij. Welzijn op recept is het eerste voorbeeld van een relatie die almaar hechter zal worden.”