Fragmentatie dreigt voor dementiezorg
Uit onderzoek van VUmc en AMC blijkt dat een gespecialiseerde casemanager dementie binnen een dementieketen van enorme toegevoegde waarde is voor thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers. Door wijziging in de financiering vallen die ketens echter uiteen. Volgens onderzoeker Hein van Hout is een interessant alternatief dat zorggroepen dementiezorg integreren in hun ketens.
Hein van Hout is verbonden aan de vakgroep huisarts- en ouderengeneeskunde van het VUmc. In november publiceerde hij, samen met andere onderzoekers van VUmc en AMC, in het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie de resultaten van hun COMPAS-studie naar de effecten van dementieketens met gespecialiseerde begeleiding voor thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers. Het is een pleidooi voor de casemanager dementie: een gespecialiseerde verpleegkundige met aanvullende scholing op het gebied van dementiezorg in een geïntegreerde keten. Het is voor het eerst dat dit effect is onderzocht, terwijl dergelijke casemanagers al jaren werkzaam waren in de ouderenzorg. Tot 2015 werden ze veelal gefinancierd vanuit projectpotjes. Na de transitie viel de financiering voor casemanagement dementiezorg onder het algemene budget voor wijkverpleging. “Dat leek geweldig, maar heeft onbedoeld het uiteenvallen van veel langlopende ketens in de hand gewerkt. Want financiering voor samenwerking ontbreekt”, zo constateert Van Hout.
“Patiënten die worden bijgestaan door een casemanager hebben minder gezondheidsproblemen, en hun mantelzorgers minder stress”, zegt Hein van Hout. En dat komt ook de maatschappij ten goede. Uit de studie blijkt dat langdurige begeleiding van thuiswonende mensen met dementie flinke besparingen kan opleveren: van 11.000 tot 16.000 euro per jaar per persoon. Eén casemanager, die vijftig cliënten begeleidt, kan de samenleving dus jaarlijks 5,5 tot acht ton besparen. “Dat komt onder meer doordat casemanagers de mantelzorgers veel regelwerk en uitzoekwerk uit handen nemen. En dat scheelt heel veel tijd en stress”, legt Hein van Hout uit.