‘Preventiearts’ Gordon Oron besloot het anders te gaan doen

Waarom begint een huisarts die al praktijkhouder is in Leerdam helemaal opnieuw met een praktijk in Gorinchem? “Eerlijk gezegd uit frustratie”, zegt Gordon Oron. “Ik had het gevoel achter de feiten aan te lopen. Als huisartsen zijn we vaak bezig problemen op te lossen die niet hadden hoeven ontstaan, omdat ze te maken hebben met bijvoorbeeld leefstijl, sociale vraagstukken of financiële problemen. Een pufje voor een benauwd kind helpt niet als in huis de schimmel op de muren staat. Dat wilde ik anders gaan doen. In de oude praktijk had ik daarvoor onvoldoende de ruimte. Een bekend probleem hierbij is natuurlijk de financiering. Op zich begrijp ik dat ook wel, want preventie speelt zich voor een groot deel af buiten de spreekkamer. Toch geloof ik dat daar een belangrijk deel van de oplossing ligt.”

Ruimte gecreëerd

Het probleem van financiering is ook in de nieuwe praktijk nog actueel, maar Oron heeft voldoende ruimte voor zichzelf gecreëerd om de aanpak die hij voorstaat te kunnen vormgeven. Hij heeft twee parttimefuncties: praktijkadviseur bij PharmaPartners en een praktijkadviseurschap voor een zorggroep. “Daarnaast is mijn eigen praktijk ook in de basis een ‘gewone’ huisartspraktijk”, zegt hij. “Bij elkaar biedt dit voldoende basis om buiten de spreekkamer de projecten te doen die ik wil.”

Geen medische basis

Door in te zetten op preventie wil Oron af van het uitgangspunt dat een huisarts vaak reactieve zorg biedt. “Helemaal kan dit natuurlijk niet”, zegt hij, “maar ik wil dat wel fors reduceren. Het bord van de huisarts is vol. Nu wordt naar andere partijen gekeken om dat probleem op te lossen, maar VWS en de zorgverzekeraars kunnen dat niet. Wij zelf wel.”

Een sprekend voorbeeld hiervan is het consultatiebureau voor ouderen, waarmee hij in Leerdam al ervaring heeft opgedaan. Het in kaart brengen van de zeventigplussers in de patiëntenpopulatie van de praktijk maakte duidelijk dat hun kwetsbaarheid in 97 procent van de gevallen geen medische basis had, maar wel medisch zou worden als werd gekozen voor een afwachtend beleid.

Preventiearts

“Inzet van vooral vrijwilligers, wijkverpleegkundigen en thuiszorg, aangevuld door eerstelijnshulpverleners, kan dit voorkomen of op zijn minst uitstellen”, vertelt de ‘preventiearts’. “Het leverde mij geen geld op en het kostte mij tijd om dit op te zetten. Maar de vermindering van de praktijkdruk die eruit voortvloeit, leverde mij wel tijd op om andere dingen te doen. Kleine chirurgische verrichtingen bijvoorbeeld, wat weer financiële compensatie biedt. We zijn toch ondernemers als huisartsen.”