Sociaal woningdelen als basis voor omzien naar elkaar
Als onderzoeker, docent en projectleider aan Avans Hogeschool in Breda werkt sociaal gerontoloog Kitty van der Made in projecten veel met groepen ouderen en jongeren. “Ik zie daarbij altijd hoe veel die twee van elkaar kunnen leren”, vertelt ze. “Hetzelfde constateerde ik ook al eerder, in mijn jaren in het lectoraat Active Ageing. Het is waardevol om generaties te verbinden en te faciliteren dat ze zich gaan interesseren voor elkaar.” Van alleenstaande ouderen hoort ze vaak dat die verhoudingsgewijs groot wonen en best ruimte zouden hebben voor een huisgenoot. Omgekeerd hoort ze van studenten nogal eens dat ze geen kamer kunnen vinden, of dat ze het studentenhuis waarin ze wonen veel te druk vinden en dus op zoek zijn naar een rustiger woonomgeving.
Barrières overwinnen
Als lid van HomeShare International weet Van der Made dat woningdelen in veel andere landen veel meer gangbaar is dan in Nederland. “In landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië en Frankrijk is dit echt een grote beweging”, zegt ze. “In Spanje en Portugal groeit het ook. Maar in Nederland zijn eerdere initiatieven op dit gebied een stille dood gestorven.”
Waarom is dit zo? “De cultuur van individualisering die we hier kennen speelt hier zeker een rol in”, zegt ze. “Maar daarnaast bestaat in ons land ook echt een ontmoedigingsbeleid op woningdelen. In Breda bijvoorbeeld bleek jarenlang een bestemmingsplan te bestaan dat inwonen bij een hospita formeel verbood. Dit beleid blijkt in meer gemeenten ook nu nog te bestaan. In Oosterhout bestaat een vergunningsplicht, waarmee een bedrag van bijna vijfhonderd euro gemoeid is. Ook woonstichtingen in de sociale huur kunnen woningdelen tegenhouden. Net als hypotheekverstrekkers. Veel sociale huurders geven ook geen toestemming. En bij mensen die afhankelijk zijn van een participatieuitkering wordt de huur aangemerkt als inkomen, wat gekort wordt."
Het hele artikel lezen? Download het hier!