De aantallen vluchtelingen zijn niet zo bijzonder, maar de aard van de problematiek wél

De wereld is de afgelopen maanden in de ban van vluchtelingen. Dat roept allerlei sociaal-maatschappelijke vraagstukken op. De Eerstelijns focust zich op de cijfers en op de gevolgen voor de (eerstelijns) gezondheidszorg.

Nederland heeft twee fundamenten die leidend zijn voor ons vluchtelingenbeleid. Ten eerste bepaalt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1950) dat een ieder het recht heeft in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging. Ten tweede regelt de Conventie van Genève betreffende de Status van Vluchtelingen uit 1966 (Vluchtelingenverdrag) de plicht van de aangesloten staten om asielaanvragen in behandeling te nemen. Daarnaast zijn er nog Europese verdragen en afspraken. Deze vormen nog steeds de basis voor ons huidige vluchtelingenbeleid.

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) schat dat er 200 duizend tot 250 duizend vluchtelingen in Nederland zijn. Ofwel ruim 1,3 procent van de totale bevolking. De instroom varieert, afhankelijk van de problemen in de wereld. Ten tijde van de Balkan-oorlog was er een duidelijke piek, maar de instroom komt de laatste twintig jaar gemiddeld uit op zo’n 30 duizend asielzoekers per jaar. Daarvan gaat eenderde na verloop van tijd terug of wordt uitgezet als de asielprocedure definitief is afgewezen. Het aantal illegaal in Nederland verblijvende mensen wordt geschat op enkele tienduizenden tot 100 duizend.

In de gehele wereld bedragen de meerjaren-migrantenstromen circa drie procent van de totale bevolking op aarde. Maar door fluctuaties, regionale verschillen, groeiende wereldbevolking, internet en communicatiedichtheid is de subjectieve perceptie van individuen, groeperingen, landen en werelddelen anders. Daarnaast is de impact van honderden of duizenden asielzoekers in een kleine gemeenschap groot en leidt dat tot gemengde maatschappelijke reacties.

Om de verschillende posities te duiden, is een vereenvoudigd stroomschema opgesteld dat inzicht verschaft in de status.

Grofweg kunnen we stellen dat asielzoekers dezelfde gezondheidszorg krijgen als andere Nederlanders in het kader van de Zvw, Wlz en publieke gezondheidszorg. Men valt onder de Regeling Zorg Asielzoekers, zolang de aanvraag voor een vreemdelingenstatus niet is afgewezen. Deze regeling wordt sinds 2009 uitgevoerd door zorgverzekeraar Menzis Holding, maar kent een volledig gescheiden bedrijfsvoering. Menzis draagt zorg voor de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. Door schommelingen van aantallen asielzoekers en verplaatsingen, is het realiseren van landelijke dekking en het realiseren van continuïteit een opgave. Mede daarom zijn er enkele organisatorische oplossingen.

Bij binnenkomst worden asielzoekers naar het Landelijk Opvang Centrum in Ter Apel gestuurd. Daar vindt een algemene medische screening plaats en specifiek op besmettelijke ziekten. Men wordt geregistreerd in de RZA. Er is een landelijk digitaal medisch dossier, waardoor bij overplaatsingen altijd adequate informatie beschikbaar is. Ook is er een telefonische hulplijn, een tolkenlijn, één huisartseninformatiesysteem en een gestandaardiseerde werkwijze in de gezondheidscentra asielzoekers met verregaande taakdelegatie tussen doktersassistente, praktijkondersteuner (ggz) en huisarts.

Ook zijn er inhoudelijke en financiële verschillen. Asielzoekers betalen geen eigen risico of eigen bijdrage (bijvoorbeeld voor medicijnen), omdat men daarvoor over het algemeen niet de middelen heeft. In het basispakket zijn er enkele beperkingen.