Volksgezondheid op zoek naar een eigenaar
De overheid biedt haar burgers onvoldoende mogelijkheden om gezonde keuzes te maken, stelt gezondheidseconoom Jochen Mierau. Ze legt veel nadruk op de zorgplicht, maar ze zou zelf een gezondheidsplicht moeten hebben. Als de overheid daarin haar verantwoordelijkheid neemt, kunnen de stakeholders op regioniveau heel veel bereiken.
Markt
“Ik ben een econoom, ik geloof diep in concurrentie. De markt is naar mijn overtuiging een onberekenbare kunstenaar die voor alle problemen een oplossing vindt. Daarom geloof ik niet in centrale sturing, ook niet als het om gezondheidszorg gaat. De markt is het landschap waarbinnen zorgaanbieders moeten denken en in samenwerking met elkaar het verhaal moeten maken over de inrichting van het zorglandschap waarin ze actief zijn. Binnen de grenzen die dit met zich meebrengt kunnen ze concurreren en hebben ze ook het recht winst te maken. Maar alleen als alles wat ze doen ten dienste staat van het ontwikkelen en verder verbeteren van de volksgezondheid.”
Het is duidelijk waar Jochen Mierau staat in de discussie over de inrichting van de zorg. En hij is zich bewust van het feit dat hij daarmee behoort tot een beroepsgroep die door een deel van de zorgprofessionals met argusogen beschouwd wordt. Maar hij koppelt het gegeven dat de zorg wat hem betreft een markt hoort te zijn wel aan een boodschap die hieraan een stevige nuancering biedt, en die duidelijk maakt dat er wat hem betreft iets niet deugt aan de manier waarop het huidige zorgbeleid vanuit de overheid wordt vormgegeven.
Verantwoordelijkheid beleggen
Hij legt uit: “Afgelopen februari was ik op uitnodiging van het ministerie van VWS met staatssecretaris Blokhuis in gesprek over de contourennota. En in de loop van dat gesprek bedacht ik mij: de volksgezondheid kent geen eigenaar. Terwijl het een economische wetmatigheid is dat eigenaarschap, het beleggen van verantwoordelijkheid over een onderwerp dat aan de markt wordt overgelaten, ergens moet zijn geregeld.”
Volksgezondheid
In andere gevallen is dit wel zo, stelt hij. Als er problemen zijn in het onderwijs wordt minister van onderwijs Arie Slob daarop aangesproken. En als Schiphol te veel geluidsoverlast geeft, wordt minister van infrastructuur en waterstaat Cora van Nieuwenhuizen ter verantwoording geroepen. “Maar niemand draagt verantwoordelijkheid voor volksgezondheid”, zegt hij. “De ministers van VWS worden niet ter verantwoording geroepen over het feit dat onder de bevolking sprake is van grote gezondheidsverschillen. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor volksgezondheid is verdeeld over het ministerie van VWS, de gemeenten en de GGD’en. Er is niet één partij die kan worden aangesproken als dingen niet goed gaan. En daarvan is wel sprake.”