Welzijn op Recept: meer samenwerking gemeente en zorgverzekeraars
Hoe komt een huisarts tot de ontwikkeling van een gedachtegoed als Welzijn op Recept? In de kern heel simpel: door een data-analyse toe te passen op zijn eigen patiëntenpopulatie, en daarvan te leren dat een groep van 950 patiënten vijf keer per jaar naar de praktijk kwam met niet-medische klachten.
“Zo begon het”, vertelt Jan Joost Meijs, tegenwoordig voorzitter van het Landelijk kennisnetwerk Welzijn op Recept. “In die tijd las ik net Mentaal vermogen. Investeren in geluk van Jan Auke Walburg. Zijn kernvraag – wat heb je nodig om gelukkig te worden – sloot naadloos aan bij wat ik dacht wat voor die 950 patiënten nodig was.”
Veel herkenning
Uit dit alles ontstond het concept dat we nu kennen als Welzijn op Recept, waarmee inmiddels in meer dan honderd gemeenten actief gewerkt wordt. “Dat gaat heel hard”, zegt Meijs. “Als ik huisartsen vertel over de patiënten voor wie dit primair bedoeld is, zien ze zo iemand gewoon voor zich. De herkenning is groot. De uitvoering van Welzijn op Recept is afhankelijk van de lokale context en kent daardoor veel lokaal maatwerk. Dat is goed, op voorwaarde dat de cruciale elementen in acht worden genomen die we in het Welzijn op Recept Handboek hebben beschreven. Kernelementen zijn bijvoorbeeld het selecteren van de ‘juiste patiënt’, het goede gesprek met hem voeren, hem correct verwijzen en terugkoppeling tussen de welzijnscoach en de huisarts. En de welzijnscoach moet heel goed het aanbod in het sociaal domein kennen.”
Sociaal domein
Een verwijzing naar het sociaal domein is zowel voor de huisarts als voor de professionals in het sociaal domein nog wennen, erkent Meijs. “Maar je wilt verwijzingen naar de tweede lijn voorkomen. Daarvoor is die verwijzing naar het sociaal domein essentieel, waar de ruimte bestaat om de patiënt in een andere modus te brengen: niet ingaan op de klachten, maar focussen op wat iemand energie geeft.”
Welzijn op Recept
De samenwerking met het sociaal domein vraagt ook een rol van gemeenten en zorgverzekeraars. “Daar ligt nog een fors vraagstuk”, zegt Meijs. “Gemeenten hebben behoorlijk wat op hun bord gekregen. Ze hebben hun werk binnen het sociaal domein best goed opgepakt vind ik, maar het sociaal domein heeft echt een poortwachter nodig zoals de huisarts dat voor de eerste lijn is. Vaak is alles wat binnen het sociaal domein valt nog verticaal georganiseerd. Gelukkig geeft het feit dat Welzijn op Recept op zoveel plaatsen een voedingsbodem vindt wel aan dat hierin ontwikkeling zit. Ook de zorgverzekeraars nemen het onderwerp serieus. Verbinding met het sociaal domein is vaak al een van de opdrachten in de contractering met de huisartsen. Maar de zorgverzekeraars en gemeenten zelf zijn nog wel werelden die elkaar beter moeten leren kennen.”