Huisartsen en de driedubbele ondernemersklem

De huisartsenpraktijken spelen de komende vijf tot tien jaar een cruciale rol in het veranderende zorgsysteem. Zowel voor de substitutie als de versterking van de rol van patiënten in het zorgproces, gebruik van e-health en koppeling met het sociale domein. De meeste huisartsen zijn als zelfstandig ondernemer actief. Daarbij lopen zij tegen een hinderlijk probleem aan: de driedubbele ondernemersklem. Wat houdt deze klem in en hoe is dat op te lossen?

Wat is het geval? De huisartsenvoorziening krijgt zijn bekostiging uit drie segmenten. Het eerste segment kent maximumtarieven, het tweede en derde segment kennen vrije prijzen. Maar op het niveau van de gemiddelde huisartsenvoorziening is het norminkomen de eerste klem. Immers als een huisarts inspeelt op de maatschappelijke veranderingen en op verzoek van zorgverzekeraars gemiddeld in Nederland meer werkzaamheden gaat doen dan vindt er eenmaal per drie tot vier jaar een kostenonderzoek plaats en past de NZa tarieven in S1 aan. Dat risico wordt ook gelopen in S2 en S3 hoewel daar vrije tarieven gelden. Daarmee wordt de huisarts gestraft voor meer werkzaamheden en het ondernemerschap geremd.

De tweede ondernemersklem is het Macro Budgettaire Kader Zorg en het Macro Beheers Instrument. Bij alle (deel)budgets van ministeries is de standaardmethode dat bij een budgetoverschrijding een kaasschaafkorting plaatsvindt op alle tarieven. Met terugwerkende kracht. In S1 is het vooral de volumecomponent die een rol speelt. Er komen steeds meer ouderen en chronisch zieken die langer thuis wonen en de gemiddelde consultfrequentie per jaar stijgt daarmee. Maar ook bijvoorbeeld de 3-plus-regeling bij de POH-ggz, waarmee e-health en consultatie van een psycholoog betaald worden uit het huisartsenbudget. Het volume groeit autonoom, maar het budget niet. In 2015 heeft zeventig procent van de huisartsen een POH-ggz en is er al 40 miljoen overschreden. Als de POH-ggz uitbreidt naar honderd procent, loopt het tekort verder op met als gevolg lagere tarieven.

In S2 en S3 worden steeds meer en uitgebreidere multidisciplinaire ketens ontworpen en geïmplementeerd. Door medisch-specialistisch consult, farmaceutische zorg, diagnostiek, BGGZ en wijkverpleegkundigen of specialisten ouderenzorg nemen de kosten van de multidisciplinaire zorg toe en die worden één op één opgeteld bij het huisartsenbudget. Daarmee ontstaat de tweede klem; de tariefkorting achteraf door overschrijding van het macrobudget.

Download het volledige artikel hier: