Ketenzorg van OZIS naar LSP

Het gebruiksrecht van OZIS op de OZIS Ketenzorg Standaard stopt per 1 januari 2020. De gegevensuitwisseling voor ketenzorg kan dan overgaan op LSP Ketenzorg. Om die transitie op tijd te laten slagen, moeten alle betrokken partijen – huisartsen, zorggroepen, de VZVZ én de HIS- en KIS-leveranciers – nog een flinke inspanning leveren.

Miranda Leurink en Marieke van der Pols, respectievelijk projectleider en adviseur LSP Ketenzorg bij de VZVZ (Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie), maken overuren dit najaar. Op 1 januari 2020 stopt de Stichting OZIS met haar gebruiksrecht op de OZIS Ketenzorg-Standaard. De gegevensuitwisseling tussen ketenzorgpartners kan vanaf dat moment overgaan op LSP Ketenzorg.

Alle huisarts- en keteninformatiesystemen (HIS’en en KIS’en) moeten straks met elkaar kunnen communiceren via deze zorginfrastructuur. Veel werk dus voor de VZVZ, die verantwoordelijk is voor de uitwisseling van medische gegevens via het Landelijk Schakelpunt (LSP). Maar vooral ook de nodige arbeid voor de HIS- en KIS-leveranciers, die hun systemen geschikt moeten maken voor de gegevensuitwisseling.

Veilig en betrouwbaar

Dat de Stichting OZIS stopt met haar gebruiksrecht, komt niet als een verrassing. In juli 2018 had ze dat al officieel aangekondigd. “De infrastructuur van OZIS Ketenzorg is verouderd”, legt van der Pols uit. Leurink: “Een ketenzorg-infrastructuur moet veilig en betrouwbaar zijn, je moet er zorgverleners mee kunnen helpen in hun werkprocessen, en het moet voldoen aan de AVG-eisen en andere wet- en regelgeving. Allemaal zaken die door OZIS Ketenzorg straks niet meer ondersteund worden.”

Eigen keuze

LSP Ketenzorg als alternatief ligt voor de hand. 85 procent van de huisartsen, alle ziekenhuizen en huisartsenposten en vrijwel alle apotheken zijn al aangesloten. De zorggroepen en de zelfstandige klinieken komen er binnenkort ook bij. Een huisartsenpraktijk of zorggroep die wil kunnen deelnemen aan LSP Ketenzorg, moet dus zijn aangesloten op het LSP. “Al zullen we huisartsen niet dwingen: wel of niet deelnemen is hun eigen keuze”, zegt Leurink.

Kosten

De VZVZ stimuleert huisartsen en zorggroepen wel zich aan te sluiten bij het LSP, zegt Van der Pols. “Als regio-adviseur kom ik ook bij hen langs om te bespreken wat daarbij komt kijken. Denk aan alle technische en organisatorische aspecten, maar ook de kosten. Huisartsen die vervolgens overstappen, kunnen aanspraak maken op een vergoedingsregeling van de VZVZ. Deze dekt het grootste deel van de kosten. Daar komt bij dat huisartsen en zorggroepen het niet allemaal zelf hoeven te doen. De VZVZ begeleidt hen in het gehele traject, van voorbereiding tot implementatie. De zorggroepen zijn weliswaar zelf eindverantwoordelijk voor het implementatietraject, maar ze kunnen altijd onze hulp inschakelen.”

Auteur: Michel van Dijk