Marktwerking in huisartsenzorg en wijkverpleging: ‘Stop ermee’

Marktwerking in huisartsenzorg en wijkverpleging? Stop ermee en behoud zo een sterke, toegankelijke eerstelijnszorg, zegt Jan Erik de Wildt.

Marktwerking in huisartsenzorg en wijkverpleging: ‘Stop ermee’
Verder lezen? Hier kunt u inloggen.

Jan Erik de Wildt heeft zich afgelopen zomer teruggetrokken uit de actieve arena van de eerstelijnsgezondheidszorg. Hij maakte in zijn loopbaan de zorg van alle kanten mee en drukte er zelfs tien jaar als uitgever zijn stempel op. Waarom begon hij destijds eigenlijk met het tijdschrift De Eerstelijns?

Net voor de komst van de Zorgverzekeringswet had ik de effecten ervan op de eerste lijn op een rij gezet. Mijn conclusie was dat de eerste lijn moest worden versterkt. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) vroeg me daarop of ik een tour wilde maken om de wet uit te leggen aan huisartsen en later ook aan andere eerstelijnszorgaanbieders. Dus trok ik door het land, vier avonden in de week. Dat brak me op een gegeven moment op, waarna ik besloot op een andere manier te gaan communiceren. Dat werd De Eerstelijns. Ik werd dus een beetje uitgever tegen wil en dank, want ik wilde het op mijn manier doen: niet alleen nieuws brengen, maar nieuws duiden.”

Verstand van dokteren

Energie had De Wildt blijkbaar genoeg, want hij verzorgde in diezelfde tijd ook masterclasses voor eerstelijnsbestuurders en werd directeur bedrijfsvoering van De Ondernemende Huisarts (DOH). “Met die masterclass wilde ik tegemoetkomen aan de vraag naar mijn soort deskundigheid, want er waren in die tijd nauwelijks mensen die echt gespecialiseerd waren in eerstelijnsgezondheidszorg. En als er meer eerstelijnsorganisaties kwamen, moesten er ook mensen zijn die daaraan leiding konden geven. DOH was al een coöperatie van huisartsen voordat de Zorgverzekeringswet er was; het doel was vanuit ondernemerschap het verschil te maken. Ze vroegen mij om te analyseren waarom ze daarin onvoldoende effectief waren. De reden was simpel: ze stuurden onvoldoende op organisatiekracht, ze hadden verstand van dokteren maar niet van organiseren. Vervolgens vroegen ze me voor die functie van directeur bedrijfsvoering.”

Gala’s De Eerstelijns

Alsof hij nog niet genoeg werk had, ging hij ook Eerstelijnsgala’s organiseren, om de trots in de sector een impuls te geven. “Elkaar ontmoeten en prijzen toekennen aan invloedrijke personen of innovatieve organisaties”, zegt hij, “vier jaar gedaan.”

Versterking ict

Bij zijn afscheid luidt een belangrijke boodschap dat versterking van de organisatie van de eerste lijn én versterking op ict-gebied nu essentieel is. “Combineer de arbeidsmarktproblematiek in de eerste lijn met de druk om in die eerste lijn steeds meer te doen voor steeds minder geld, en je ziet direct waarom dit nodig is”, zegt hij. “Maak op buurt/wijkniveau de verbinding met de wijkverpleegkundigen en openbare apotheek en organiseer wat nodig is op regionale schaal. Bijvoorbeeld ict.”

Hij waarschuwt: “Als dat niet gebeurt, komen er monodisciplinaire ketens die praktijken opkopen en bedrijfsvoering standaardiseren en optimaliseren. Die ketens regelen de ict en komen tegemoet aan de wens van jonge huisartsen om niet fulltime of als praktijkhouder te werken. Maar die ketens kunnen ook zorginhoudelijk gaan sturen. Daarmee verandert dan wel iets substantieels aan het vak van de huisarts, die als spil in de eerstelijnszorg fungeert.”

Marktwerking

Een somber toekomstperspectief. Ziet De Wildt het zover komen? “Ik hoop het niet. De beste garantie om een sterke, toegankelijke eerstelijnszorg te behouden, is stoppen met marktwerking in de huisartsenzorg, de wijkverpleging en wellicht de openbare farmacie. Maak de koppeling met het sociaal domein, organiseer dicht bij de burger in de buurten en wijken en geef preventie een veel dominantere plaats. Dat lukt niet met marktwerking, waarin er altijd iemand anders profiteert van de preventie-investering.”