Congres Abonneren
×

Bernard Leenstra: “Durf als huisarts ondernemer te zijn”

In de medische opleidingen ligt een grote nadruk op promoveren. Beslist interessant, vindt huisarts in opleiding Bernard Leenstra, die zelf ook promoveert. Maar besteed ook eens aandacht aan ondernemerschap, want dat is een belangrijke eigenschap voor artsen, die nu veel te weinig wordt onderkend.

Bernard Leenstra: “Durf als huisarts ondernemer te zijn”

Wat heeft Leenstra in zijn opleiding over ondernemerschap meegekregen? “Niets”, zegt hij, “echt helemaal niets. In de opleiding geneeskunde ontbrak het onderwerp volledig en in de huisartsopleiding bleef het, in het derde jaar, beperkt tot informatie over praktijkhouderschap. We zien nu veel te weinig jonge huisartsen die de stap naar praktijkhouderschap durven te zetten. Hieraan kunnen allerlei redenen ten grondslag liggen, maar één ervan is beslist dat huisartsen nu totaal niet worden uitgedaagd tot ondernemerschap, wat toch echt veel meer is dan alleen her reilen en zeilen van een praktijk.”

Durven doorzetten

De bezoekers van het MMV-congres Voorop in vernieuwing van de Federatie Medisch Specialisten (9 december) krijgen kortom van Leenstra een stevige boodschap voorgeschoteld. Waarom vindt hij dit zo belangrijk? “Omdat er steeds meer problemen in de zorg zijn die om een directe, planmatige aanpak vragen”, zegt hij. “Nu is de enige keuze: je gaat wetenschap bedrijven of je doet dat niet. Dat is te weinig. Kijk naar het personeelstekort in de zorg. De primaire reactie is vaak: er moeten meer mensen bij. Maar je kunt ook out of the box denken: handelingen op een andere manier oplossen.”

Leenstra zegt te vaak artsen te spreken over mooie plannen die ze niet ten uitvoer brengen omdat ze geen tijd hebben of het risico niet durven te nemen. “Als je weet hoe het is om een onderneming te starten, weet je ook dat het risico helemaal niet zo groot hoeft te zijn en dat er organisaties zijn die je kunnen helpen. Wetenschapper zijn natuurlijk nodig, gewone dokters ook, maar ondernemende artsen net zo goed. Mensen die hun tanden in een project zetten, taakherschikking bijvoorbeeld. Teveel goede ideeën sneuvelen omdat de bedenker niet wil of durft door te zetten en niet weet hoe hij verder moet komen.”

Leren van mislukkingen

Leenstra zegt zelf met de uitwerking van ideeën ook een paar keer onderuit te zijn gegaan. “Daar leer je van en die lessen kun je delen”, zegt hij. “Mijn eerste idee was een platform voor artsen die gaan solliciteren. Het bleek te duur en omslachtig, maar ik heb er wel veel van geleerd.”

Veel succesvoller was het idee voor de EHBO-cursus Schok & Pomp, ingegeven door de matige EHBO-kennis van de Nederlanders. Binnen een jaar groeide het uit tot een organisatie met twaalf artsen die in het land EHBO-cursussen verzorgen. “Inmiddels werken er al dertig mensen voor”, zegt Leenstra. “De lessen uit die eerdere mislukking hebben me gebracht waar ik nu ben. De verwachting is dat we in 2021 een van de grootste EHBO-bedrijven in Nederland zullen zijn. En ik moet zeggen: het ondernemen werkt verslavend. Ik wil beslist nieuwe ondernemende initiatieven blijven ontwikkelen.”

Basisarts op de huisartsenpost

Een van die initiatieven heeft al gestalte gekregen: HAP-arts.nl. Leenstra vertelt: “Ik las dat huisartsenposten kampen met een tekort aan huisartsen. Met de voorspelbare reflex van een medisch manager: ‘We hebben meer huisartsen nodig’. Toen dachten mijn collega Joep Wijnand en ik: nee, we moeten de mismatch tussen vraag en aanbod oplossen. De top-drie ingangsklachten op de huisartsenpost is chirurgisch en basaal. Werk dat een basisarts met enige chirurgische kennis prima kan doen. En heel interessant voor onderzoekers en promovendi die er net een hele dag studie op hebben zitten en die expertise meebrengen die de huisarts niet heeft. Dan leert de huisarts ook nog eens wat. Ik ben ervan overtuigd dat je zoiets alleen kunt bedenken als je arts bent en ondernemend durft te zijn.”

Langs dezelfde lijn is Leenstra nu een startup aan het opzetten om het tekort aan verpleegkundig personeel in de ouderenzorg op te lossen. Hoe? Door coassistenten op te leiden tot medisch assistent verpleegzorg. Een zelfbedachte term voor een zorgprofessional die in de ouderenzorg gaat werken als verzorgende. “Heel goed voor je cv”, zegt Leenstra, “en heel mooi om de tijd te overbruggen die nu bestaat omdat coassistenten door de coronacrisis zo lang moeten wachten om met hun coschap aan de slag te gaan. Je ontwikkelt hiermee je medisch handelen.”

Aandacht voor de patiënt

Op de vraag wat patiënten aan dat ondernemerschap hebben, zegt  Leenstra: “Die vraag raakt de kern. We hebben allemaal gezien wat het met patiënten doet als er te weinig handen aan het bed zijn en ze dus niet de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Ondernemende initiatieven die ervoor zorgen dat zij die aandacht wel krijgen, zijn enorm waardevol voor patiënten. Daarom vind ik dat er – naar analogie van het potje voor professoren om promovendi af te leveren – ook een potje zou moeten zijn voor artsen met ideeën die de zorg verder helpen.”

Toch blijft het punt dat huisartsen geen ondernemers zijn maar zorgverleners. “Natuurlijk zijn we in de kern zorgverleners”, zegt Leenstra. “Maar net zoals niet elke dokter een wetenschapper is, is ook niet elke dokter alleen maar een hulpverlener. Al zou maar vijf procent van de huisartsen de ruimte pakken om te ondernemen, dat zou al zo enorm waardevol zijn. Misschien is de term ‘ondernemen’ besmet in de zorg en zou je het eigenlijk innoveren moeten noemen. Het gaat immers niet om geld, maar om het sociaal-maatschappelijk doel dat je wilt bereiken.”

Eigen ziekenhuis opzetten

Wat is zijn eigen doel, zijn droom? “Een eigen klein ziekenhuis”, zegt hij. “Ik leer nu spelenderwijs ondernemen en ik promoveer op een onderwerp waarin diabetes een belangrijke rol speelt. Leefstijlziekte nummer één, we gaan daar als samenleving nog heel lang de problemen van ondervinden. Ik zie ruimte voor diabetesklinieken waar de patiënt niet afzonderlijk wordt gezien door alle specialismen waarmee die door de gevolgen van diabetes te maken kan krijgen, maar als een geheel. Deze mensen hebben letterlijk problemen van hoofd tot voeten.”

Maar dat blijkt niet de ultieme droom. “Uiteindelijk wil ik burgemeester worden van een middelgrote gemeente”, zegt hij. “Ik word huisarts omdat iedereen ziek wordt, de hele wereld komt bij je over de vloer. Burgemeester zijn zie ik als het verlengde daarvan. Ik zie burgemeesterschap als het organiseren dat we met zijn allen dat dorp een beetje mooier kunnen maken. Mijn handen jeuken.”