‘Past deze behandeling wel bij haar?’ dacht huisarts Mariken Stegmann toen een oudere patiënt met kanker aan een nieuw behandeltraject begon. Ze twijfelde. Maar ze wilde zich er ook niet mee bemoeien. Achteraf had de patiënt spijt. En zij ook.
‘Je wilt niet dat er twee kapiteins op een schip zijn. Als een patiënt in het ziekenhuis behandeld wordt, weet je dat ze daar ook hun best doen om zo goed mogelijk voor de patiënt te zorgen. Dus ik zei niets.
Twijfel
De patiënt ging akkoord met een zware behandeling. Achteraf vertelde ze mij: ‘Ik dacht dat ik dit gewoon moest doen. ‘Ik wist niet dat ik een keuze had.’ En later hoorde ik dat de chirurg in het ziekenhuis óók had getwijfeld. Toen dacht ik: we twijfelden dus allemaal, maar niemand wist dat van elkaar. Dat moment is me altijd bijgebleven. Ik dacht: had ik maar wat gezegd. Dit moet voor toekomstige patiënten anders.
”We twijfelden allemaal, maar niemand wist dat van elkaar”
Meer dan alleen een tumor
Als huisarts zie ik veel oudere patiënten met kanker. En wat me steeds vaker opviel, was dat we in de zorg heel goed zijn geworden in behandelen, maar minder goed in stilstaan bij de vraag: past deze behandeling eigenlijk wel bij deze patiënt?
In het ziekenhuis wordt tijdens een multidisciplinair overleg gekeken naar de ziekte. Wat voor tumor is het? Wat zegt de richtlijn? Welke behandeling hoort daarbij? Maar oudere patiënten zijn vaak kwetsbaar en hebben daardoor een grotere kans op complicaties van behandelingen.
Langer leven niet altijd het belangrijkste doel
Voor lang niet alle ouderen is langer leven het belangrijkste doel. Sommige mensen willen vooral zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Of genoeg energie houden om hun partner nog te kunnen verzorgen. Anderen willen niet maandenlang herstellen van een zware operatie als dat betekent dat hun kwaliteit van leven achteruitgaat.
Huisartsen kennen hun patiënt
Als huisarts weet je vaak veel van iemands sociale situatie en voorkeuren. Je kent mensen soms al jaren. Je weet hoe iemand thuis functioneert, of iemand moeite heeft met traplopen of juist heel actief is. Of dat iemand cognitieve problemen heeft en bijvoorbeeld moeilijk dingen kan onthouden of organiseren. Maar die informatie, contextinformatie genoemd, komt lang niet altijd terecht in het ziekenhuis wanneer er besluiten over de behandeling worden genomen, ondanks dat er steeds meer aandacht is voor samen beslissen.
Een ander verhaal in de spreekkamer
In eerder onderzoek hebben we ziekenhuisdossiers vergeleken met huisartsdossiers. In het ziekenhuis stond dan: ‘Gaat goed, doorgaan met kuur.’ Terwijl in het huisartsdossier stond: ‘Valt patiënt zwaar.’ Dat verschil vond ik fascinerend en zag ik ook terug bij mij in de praktijk. Patiënten doen zich in een ziekenhuis soms anders voor dan bij de huisarts. Dat is niet omdat patiënten liegen, maar mensen zitten ineens tegenover specialisten in witte jassen en denken misschien dat ze sterk moeten zijn of door moeten zetten.
Dit moet anders
Eerst dacht ik dat de oplossing misschien lag in betere verwijsbrieven. Maar uit onderzoek met patiënten, huisartsen en specialisten bleek dat een verwijzing niet helemaal het juiste moment voor is contextinformatie. Een verwijzing draait vooral om de vraagstelling en diagnostiek tot dan toe. Kort en bondig.
Toen begon ik anders te denken. Misschien moet informatie-uitwisseling niet één moment zijn, maar een doorlopend gesprek tussen huisarts en specialist. Eigenlijk vreemd dat dat nu nauwelijks gebeurt. Als huisarts kun je via een teleconsultatie makkelijk een vraag stellen aan een specialist. Andersom bestaat zo’n communicatiesysteem niet. Terwijl de huisarts óók relevante expertise heeft.
”Je rol als huisarts stopt niet zodra iemand het ziekenhuis binnenloopt”
Je rol als huisarts stopt niet zodra iemand het ziekenhuis binnenloopt. Je blijft altijd de huisarts van die patiënt. Dat inzicht werd uiteindelijk de basis voor mijn onderzoek.
Passende zorg
De komende vijf jaar ga ik onderzoeken hoe we de samenwerking tussen de huisartsenpraktijk en het ziekenhuis beter kunnen organiseren voor oudere patiënten met kanker. Welke informatie moet je delen? Wanneer werkt dat het beste? En hoe zorg je ervoor dat het ook praktisch uitvoerbaar is in een druk zorgsysteem? Uiteindelijk wil ik een communicatiesysteem dat uitwisseling van informatie tussen huisarts en medisch specialist of praktijkondersteuner en verpleegkundige mogelijk maakt, implementeren in de zorg. Voor mij gaat dit over passende zorg. Niet automatisch behandelen omdat het technisch mogelijk is, maar samen kijken: wat wil deze patiënt eigenlijk?’
Om dit onderzoek uit te voeren heeft Mariken Stegmann een Klinische Fellowshipsubsidie gekregen van ZonMW. Deze beurs is bedoeld om een brug te slaan tussen de klinische praktijk en de wetenschap. Stegmann is de eerste huisarts die deze beurs heeft weten te bemachtigen.
Eureka!
Ziet een wetenschapper met een goed idee nou op één moment het licht? Meestal niet. Meestal krijgen goede ideeën of uitvindingen pas vorm, als je met veel slimme mensen samenwerkt. In de rubriek Eureka! vertellen onderzoekers over de momenten dat ze dachten: ‘Ik heb het gevonden!’ Elke acht weken is er weer een nieuw verhaal.
Bron: UMCG