Astma-ketenzorg: ‘Voor iedere patiënt een waardevolle bijdrage’
“Eigenlijk hadden we het altijd een beetje raar gevonden dat voor de chronische obstructieve longziekte COPD ketenzorg wel nuttig zou zijn en voor astma niet.” Het antwoord van Regien Kievits op de vraag waarom Zorggroep Chronos met astma-ketenzorg wilde starten kan niet duidelijker zijn. “Als je wacht op klachten ben je te laat”, vervolgt ze. “Effectief medicatiegebruik en compliance, goed ziektebegrip en prikkels vermijden, voorkomen veel ziektelast bij astma. Net als bij COPD. Bovendien was de opzet van het ketenzorgprogramma COPD grotendeels te kopiëren voor astma-ketenzorg, dus het was ook niet moeilijk op te zetten.”
Vertrouwen
De medisch specialisten stonden direct open voor de opzet van astma-ketenzorg in het werkgebied van Zorggroep Chronos (’s-Hertogenbosch en omstreken), stelt Kievits. “Dat was toen we een paar jaar eerder met COPD-ketenzorg begonnen ook al geen probleem. De samenwerking is goed en longartsen verwijzen patiënten op tijd terug. Op refereeravonden hebben we weleens uitgelegd hoe we te werk gaan en dat ze erop kunnen vertrouwen dat we patiënten niet loslaten als ze die naar onze praktijken terugverwijzen.”
Rol voor de poh
Wordt een patiënt verdacht van astma, dan verwijst de huisarts die naar de poh om de situatie in kaart te brengen. Die vraagt daarbij ook na hoelang de problemen al bestaan en of sprake is van astma, allergie of eczeem in de familie. Verder verricht de poh spirometrie. Is sprake van astma, dan stelt de poh in overleg met de huisarts een medicatieschema op en geeft instructie erover. Ook het eventuele rookgedrag en allergieën komen ter sprake. De patiënt komt na zes weken terug om te inventariseren of de medicatie goed aanslaat en of de patiënt die correct gebruikt. In het eerste jaar na diagnose wordt de patiënt regelmatig gezien, daarna in principe eenmaal per jaar, maar bij exacerbaties of andere klachten vaker.
Astma-ketenzorg
Een verschil tussen COPD en astma is er wel. Waar voor COPD 26 procent van de patiënten in het ziekenhuis onder controle was voor de start van het ketenzorgprogramma, was dit bij astma-ketenzorg elf procent. “De winst van ketenzorg in termen van vermindering van het aantal verwijzingen is dus beperkter”, zegt Kievits. “Toch is de investering in astma-ketenzorg waardevol. Zo groot is die investering niet en je kunt voor iedere patiënt een waardevolle bijdrage leveren. Inhalatie-instructie bijvoorbeeld, therapietrouw bespreken en bevorderen. De meeste zorggroepen organiseren zelf de spirometriecursus en nascholing, vooral in de vorm van casuïstiek.”