Unieke samenwerking leidt tot regionaal longformularium

Lang niet alle patiënten met astma of COPD gebruiken hun inhalatiemedicatie op de juiste manier. Uit cijfers van het NIVEL blijkt dat zestig tot zeventig procent fouten maakt bij de inhalatie, waardoor het medicijn niet op de juiste plek in de longen komt. Een verkeerd gebruik van een “device” of inhalator kan bijvoorbeeld optreden als een patiënt van de huisarts een andere inhalator krijgt voorgeschreven dan van de longarts, waarbij weer een andere instructie wordt gegeven. Ook blijkt uit evaluaties van scholingen dat sommige huisartsen zich bewust worden van het feit dat ze een inhalator soms uit gewoonte voorschrijven, zonder voldoende oog te hebben voor de motoriek of de inhalatiekracht van de patiënt. Hierdoor mist een groot deel van het medicijn in de inhalator zijn doel.

Muilwijk: “In het longformularium zijn de ruim 22 inhalatoren die zorgverleners kunnen voorschrijven, teruggebracht tot ongeveer tien. Daarnaast is er een gezamenlijke aanpak ontwikkeld voor het begeleiden van patiënten. De zorgverlener zoekt naar de optimale match tussen de inhalator en de kenmerken van de patiënt, zoals motoriek, leefstijl, gebruikersgemak, cognitie en inhalatiekracht.
Ook wordt de gestandaardiseerde inhalatie-instructie door de verschillende zorgverleners – praktijkondersteuners/huisartsen, apothekersassistenten/ apothekers, longverpleegkundigen/longartsen - herhaald. Dat moet leiden tot een goede inhalatietechniek.”

Het hele artikel lezen? Download het hier!