Congres Abonneren
×

Zorgen over ingrijpende wijziging Geneesmiddelenwet

Nieuwe wetgeving over de verstrekking van geneesmiddelen lijkt een ingrijpende verandering met zich mee te brengen voor de drogisten in Nederland. Instanties die met de nieuwe wet te maken krijgen maken zich zorgen over de veiligheid en de gevolgen voor volksgezondheid die de wet met zich meebrengt.

De Tweede Kamer behandelt op dit moment een zogenaamde Veegwet met daarin een ‘technische’ wijziging van artikel 62 van de Geneesmiddelenwet. Deze aanpassing maakt het mogelijk dat h­et persoonlijke advies van een apotheker of drogist, bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen, weer wordt vervangen door een digitale tablet.  Het CBD en het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) vinden dit onnodig, onverstandig en gevaarlijk voor de volksgezondheid en lieten dit via een brief aan de betrokken Kamerleden weten.

De regering wil de geneesmiddelenwet aanpassen waarbij het weer mogelijk wordt dat de drogist wordt vervangen door een tablet. Het gevolg zou zijn dat straks alle zelfzorggeneesmiddelen verkocht kunnen worden bij supermarkt, bouwmarkt of pompshop met een tablet aan de muur en één drogist op het hoofdkantoor. Het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD) en het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) maken zich grote zorgen over deze wetswijziging.

Op 27 december 2021 is de voorgenomen wetswijziging Onderdeel C (artikel 62 Geneesmiddelenwet) naar de Tweede Kamer gestuurd. Aanleiding is de uitspraak van de Raad van State van 4 november 2020 over de verkoop van UAD-geneesmiddelen en de uitleg van artikel 62, tweede lid. Uit deze bepaling volgt, volgens de Raad, dat in een verkooppunt van UAD-geneesmiddelen altijd een (assistent-)drogist fysiek aanwezig moet zijn. Advies op afstand, bijvoorbeeld in de vorm van een tabletdrogist, is niet te verenigen met deze wettekst. Volgens de regering is de Geneesmiddelenwet op dit punt verouderd en daarom is er een voorstel tot wetswijziging ingediend. Met de voorgestelde wijzigingen worden volgens de regering geen substantiële beleidswijzigingen beoogd; het zou slechts gaan om technische aanpassingen.

Ingrijpende veranderingen

Dit is volgens IVM en CBD echter onjuist, aangezien de voorgestelde wijzigingen in de Verzamelwet ingrijpend zullen zijn, met aantoonbare, evidente risico’s voor de volksgezondheid. De minister is hier door diverse partijen (IVM, Consumentenbond en CBD) bij herhaling op gewezen. Jos Jongstra, directeur CBD: “De in de Verzamelwet voorgestelde wijzigingen hollen de wettelijke eis van het aanbieden van ‘verantwoorde zorg’ bij de terhandstelling van UAD-geneesmiddelen uit. Daarmee heffen de wijzigingen het wettelijke onderscheid tussen AV en UAD-geneesmiddelen feitelijk op. De Raad heeft niet voor niets geoordeeld dat de tabletdrogist in strijd is met de wet.” 

Brief aan VWS verstuurd

CBD en IVM hebben op 19 januari 2022 een brief verstuurd aan VWS waarin zij hun zorgen uiten. Ter ondersteuning van het pleidooi heeft Prof. mr. Bröring een analyse op de Verzamelwet 2022 toegevoegd. Bröring concludeert dat er, anders dan de regering suggereert, geen sprake is van technische aanpassingen, maar van inhoudelijke wijzigingen die de essentialia van de wet raken. De voorgestelde wetswijziging is evenmin nodig voor de verkoop op afstand van UAD-geneesmiddelen; dat wordt immers door de Geneesmiddelenwet al toegestaan. Bovendien hebben zowel KNMP als CBD eigen richtlijnen ontwikkeld voor de online verkoop van (UA- resp. UAD) geneesmiddelen.

Afstemming ketenpartners

CBD en IVM hebben de betrokken Tweede Kamerleden verzocht om niet akkoord te gaan met de technische wetswijziging en vragen de minister om alle relevante veldpartijen te consulteren, waaronder in ieder geval IVM, CBD, Consumentenbond en Patiëntenfederatie Nederland, evenals de deelnemers aan de expertbijeenkomst van afgelopen september. Dat is nog niet gebeurd. Over de noodzakelijke minimale zorg bij de verkoop van zelfzorgmedicatie, is door het IVM afgelopen zomer een rapport opgesteld en er is een expertbijeenkomst georganiseerd die heeft geleid tot een breed gedragen consensusdocument. Dat consensusdocument is in september naar de betrokken Tweede Kamerleden gestuurd. Bij de eerste mogelijkheid om te reageren op de wetswijziging, op maandag 7 februari, hebben diverse kamerleden vragen gesteld naar aanleiding van dit document en de brief van CBD en IVM.