Huisartsentarieven: één discussie, twee financieringssporen
01 juli 2026
1 minuut leestijd
De NZa publiceerde de herziene tarievenbesluiten voor de huisartsenzorg, na de rechtszaak hierover. Het beeld wordt van verschillende kanten geframed door verschillende afzenders. De Eerstelijns zet de feiten op een rij, plus een onderscheid dat in de ruis ondersneeuwt. En dat betreft de financieringsstromen!
Wat de NZa deed: de huisvestingsvergoeding gaat normatief met 35% omhoog. Dat vertaalt zich volgens de NZa in een tariefstijging van gemiddeld 2,2% voor 2025 en 2026, ongeveer 10.790 euro per gemiddelde praktijk per jaar. De tarieven voor 2023 en 2024 gaan niet omhoog. Kort na publicatie meldt de LHV dat de percentages niet kloppen: feitelijk 1,8% en 1,6% in plaats van 2,2%.
Maar de kern van het vraagstuk is structureler en reikt verder dan percentages die niet kloppen. Voor de huisartsenzorg lopen nu twee financieringssporen naast elkaar:
– Landelijk: de generieke maximumtarieven via het kostprijsonderzoek, de NZa en de rechter. Dit raakt elke praktijk gelijk.
– Regionaal: via het AZWA, waar zorgverzekeraars gericht en grotendeels incidenteel bijspringen in regio’s met de grootste tekorten.
Benieuwd naar de hele uitgebreide feitelijke duiding? Download het hieronder!