Community Abonneren
×

Erik Kramer, van regionale verzekeraar Zorg en Zekerheid, over zorgsubstitutie

Verzekeraar Zorg en Zekerheid over substitutie van tweede naar eerste lijn in De Eerstelijns

Regionale zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid merkt hoezeer de eerste lijn stappen heeft gezet in organisatie en professionalisering. De substitutie van zorg van tweede naar eerste lijn begint hierdoor goed vorm te krijgen.

Als kleine, regionale zorgverzekeraar heeft Zorg en Zekerheid een helder, afgebakend werkgebied met drie kernwerkgebieden: Zuid-Holland Noord, Haarlemmermeer en Amstelland. ‘Als het gaat om de ontwikkeling van de substitutie van chronische zorg van tweede naar eerste lijn zien wij een duidelijk verschil tussen Zuid-Holland Noord enerzijds en de andere twee kernen anderzijds’, zegt senior zorginkoper Erik Kramer. ‘Wij zijn geen voorstander van keten-DBC’s omdat we vinden dat die onvoldoende meerwaarde leveren, dus werken wij bij voorkeur met GEZ-financiering of het koptarief. Dit komt tot nu toe in Zuid-Holland Noord het best tot zijn recht. Daar is geen grote, dominante zorggroep, nooit geweest ook. Er is een aantal GEZ’en en zorggroepen en daarnaast zijn er in de regio veel ziekenhuizen. We kennen al die aanbieders goed, dat is het voordeel van een kleine zorgverzekeraar zijn. We hebben een relatie met ze opgebouwd en kunnen met elkaar spreken op een basis van wederzijds vertrouwen. Dit heeft bijgedragen aan de totstandkoming van Knooppunt Ketenzorg, waarin de huisartsenvereniging Rijnland, de GEZ’en en de zorggroep ROH WN met elkaar samenwerken. Vanuit Knooppunt Ketenzorg worden de zorgstandaarden vertaald naar in te voeren zorgprogramma’s en wordt afstemming gerealiseerd met de ziekenhuizen.’
De netwerkorganisatie in de eerste lijn, met goede verwijs- en terugverwijsafspraken met de ziekenhuizen, is inmiddels goed op gang gekomen voor diabetes en COPD. ‘Ouderenzorg en osteoporose beginnen langzaam op gang te komen’, zegt Kramer, ‘en ik ben ervan overtuigd dat het voor cardiovasculair risicomanagement ook gaat lukken. Wel is deze laatste wat moeilijker, omdat hier de cesuur tussen eerste en tweede lijn minder helder is dan bij diabetes of COPD. Ik kan me daarom voorstellen dat bij CVA-zorg dezelfde discussie gaat spelen.’
De ziekenhuizen in de regio werken goed mee, vertelt Kramer. ‘Ze zien dat de betreffende zorg in de eerste lijn prima geregeld is en hebben vertrouwen in de expertise van de huisartsen. Bovendien is gaandeweg meer druk ontstaan vanuit de eerste lijn: die is steeds beter georganiseerd en is ook geprofessionaliseerd.’
Uitdagingen blijven er wel. ‘De ziekenhuizen moeten zich gaan realiseren dat groei geen optie meer is en dat ze zich moeten concentreren op hun kerntaken’, zegt Kramer. ‘Als kleine zorgverzekeraar hebben we soms een tweede partij nodig om de druk te kunnen uitoefenen die nodig is om dit te bewerkstelligen.’