Van Rijn stelt mensen centraal in visie op langdurige zorg

VWS visie op langdurige zorg vanuit een eerstelijns perspectief.

De tijd dat instellingen standaard zorg konden bieden, is nu echt voorbij. Met de Wet langdurige zorg is de modernisering van de langdurige zorg in gang gezet. De brief ‘Waardigheid en trots’ van VWS-staatssecretaris Van Rijn luidt definitief een nieuw tijdperk in voor de 280.000 Nederlanders die vanwege ouderdom, (chronische) ziekte, een lichamelijke, zintuigelijke of verstandelijke beperking of chronische psychiatrische problematiek niet (meer) zelfstandig wonen.

Tot nu toe komt het in de langdurige zorg nog te vaak voor dat de eigen levensstijl moet wijken voor (logistieke) logica van de zorg. En dat tachtig procent van de budgethouders voor het persoonsgebonden budget (pgb) kiest, omdat de gewenste zorg in natura niet te leveren is. Dat moet veranderen, vindt Van Rijn. De ambitie is dat de ondersteuning en zorg voor mensen die langdurig zorg nodig hebben, zich voegt naar het leven van deze mensen en niet andersom. Om dat te bereiken krijgen mensen met een zware beperking meer (financiële) zeggenschap over de ondersteuning en zorg in hun leven (op de plaats waar zij wensen te wonen of verblijven), komen er meer nieuwe, innovatieve zorgaanbieders en worden technologische innovaties gestimuleerd. Daartoe wil de staatssecretaris per 2017 een innovatie component opnemen in de bekostiging. Ook komt er een mogelijkheid om te experimenteren over de domeinen van de Wlz, Zvw en Wmo heen. Hiermee kan de samenhang tussen de verschillende domeinen worden vergroot.

Van Rijn vindt dat zorgaanbieders meer afhankelijk gemaakt moeten worden van cliëntvoorkeuren en minder van inkoopafspraken met het zorgkantoor. De Wlz is immers een mensenwet en geen instellingswet. Zijn brief is een poging om de zorgverlening meer persoonsgericht te maken en het zorgstelsel meer ten dienste van mensen te laten werken. Dat betekent minder zekerheden voor instellingen en een fellere concurrentie op kwaliteit. 

Auteur: Jan Erik de Wildt, directeur De Eerstelijns

Download het volledige artikel hier: