Praktijkvariatie is een complex fenomeen. De leer- en verbetermogelijkheden vragen daarom om een langetermijnstrategie en inbedding in het kwaliteitsbeleid, blijkt uit onderzoek van InEen.  Nodig daarvoor zijn doorontwikkeling van bestaande indicatoren, een andere manier van kijken naar de resultaten van bestaande indicatoren én het gebruikmaken van andere beschikbare bronnen van spiegelinformatie. Noodzakelijk zijn ook betere […]

Praktijkvariatie verminderen én ervan leren

Praktijkvariatie is een complex fenomeen. De leer- en verbetermogelijkheden vragen daarom om een langetermijnstrategie en inbedding in het kwaliteitsbeleid, blijkt uit onderzoek van InEen. 

Nodig daarvoor zijn doorontwikkeling van bestaande indicatoren, een andere manier van kijken naar de resultaten van bestaande indicatoren én het gebruikmaken van andere beschikbare bronnen van spiegelinformatie. Noodzakelijk zijn ook betere methoden voor analyse van praktijkvariatie, met helderder onderscheid tussen (on)verklaarde en gewenste praktijkvariatie enerzijds en ongewenste praktijkvariatie aan de andere kant. Deze benadering sluit aan bij het Kwaliteitsbeleid op maat van InEen, waardoor praktijkvariatie een bouwsteen wordt om aan kwaliteit te werken.

Dit zijn de belangrijkste strategische aanbevelingen in het verslag van het project ‘Verminderen van ongewenste praktijkvariatie’. InEen publiceerde het in april. Het project startte begin vorig jaar.

Gewenst en ongewenst
Het kostte niet veel moeite om het eens te worden over de definitie van ‘praktijkvariatie’, legt projectleider Hans Vlek uit. Dit is de mate waarin zorgaanbieders verschillen in frequentie en wijze van zorg en in patiëntuitkomsten. Dat kan gewenst zijn als die verklaard wordt door verschillen in patiënten en patiëntenpopulatie en hun voorkeuren. Ongewenste praktijkvariatie kan niet goed worden verklaard door prevalentieverschillen. In het project wordt onderscheid gemaakt tussen drie niveaus waarop praktijkvariatie kan voorkomen: tussen zorggroepen, tussen praktijken en tussen dokters.

Vlek: “De inter-zorggroepvariatie blijkt uit de jaarlijkse benchmarks. De redactiecommissie en de auteurs van het benchmarkrapport van InEen roepen op hieraan meer aandacht te schenken in het kwaliteitsbeleid.”

Twee kanten dezelfde medaille
Gaandeweg het project bleek dat het steeds meer aansloot bij de beweging ‘Kwaliteitsbeleid op maat’ binnen InEen, vertelt Vlek. Daarom werd besloten het een draai te geven: praktijkvariatie wordt nu gezien als bouwsteen binnen dat kwaliteitstraject.

“Het is een output-parameter om aan kwaliteit te werken”, zegt Vlek. “En dat is wat anders dan het willen tegengaan van het overschrijden van de norm. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Dat vraagt ook om een gedifferentieerde aanpak van de zorggroepen. Je wilt ook leren van praktijkvariatie. Dat vraagt om een andere houding dan terugdringen. Daarin zullen de zorggroepen balans moeten aanbrengen.”

Auteur: Leendert Douma

Download hier het hele artikel.