Tot 40% van de consulten bij de huisarts gaat over lichamelijke klachten waarvoor geen of onvoldoende somatische verklaring wordt gevonden. Effectieve hulp wordt bemoeilijkt door gebrekkige samenwerking en afstemming tussen zorgverleners. Deskundigen pleiten voor verbetering. Een andere boodschap: neem mensen serieus en maak tijd voor ze, want op de lange termijn levert dat veel op.

Soepel samenspel rondom SOLK noodzakelijk

De aandacht voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) groeit, maar er moet nog een heleboel gebeuren. Deskundigen pleiten voor meer urgentie, samenwerking en preventie. Een belangrijke boodschap: neem mensen serieus en maak tijd voor ze, want op de lange termijn levert dat veel op.

Tot 40% van de consulten bij de huisarts gaat over lichamelijke klachten waarvoor geen of onvoldoende somatische verklaring gevonden wordt. Hoogleraar psychosomatiek Judith Rosmalen: “Uit onderzoek blijkt dat 50-75% van deze patiënten opknapt, maar bij 10-30% zijn na een jaar de klachten verergerd. SOLK komt daarmee veel vaker voor dan gedacht. Ook bij medisch specialismen, al zie je daar grote verschillen tussen specialisaties.”

Bovendien is het aantal zorgbezoeken hoog, blijkt uit een Nederlands onderzoek (2013) onder mensen met ernstige SOLK-klachten. Gemiddeld werd vijftien keer de huisarts bezocht, acht keer een medisch specialist en veertien keer een fysiotherapeut.

Gebrekkige samenwerking

Wat effectieve hulp bemoeilijkt, is de gebrekkige samenwerking en afstemming tussen zorgverleners. Veel huisartsen weten niet waar SOLK-deskundigen zitten en wat zinvolle behandelingen zijn. Dit belemmert goede persoonsgerichte zorg. Ook de terugkoppeling tussen ziekenhuizen en huisartsen laat te wensen over. In de Zorgstandaard SOLK (2018) is een hoofdstuk opgenomen over hoe dit zou moeten worden vormgegeven.

Rosmalen maakt zich, als voorzitter van het landelijk netwerk onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (NOLK), sterk voor betere samenwerking. “Wij willen meer regionale netwerken waarin zorgverleners elkaar kunnen vinden. Dat blijkt best ingewikkeld en de gescheiden financiering tussen ggz en somatische zorg maakt het extra lastig.”

Steun minister

Bemoedigend is in elk geval de recente steun vanuit het ministerie van VWS. Roeline Hubertse, van ROS-organisatie Proscoop, bezocht eind mei bewindsman Bruno Bruins. Het gesprek was een vervolg op een verhalenbundel en petitie waarmee Proscoop meer landelijke aandacht voor SOLK zoekt.

Hubertse: “We hebben een prettig gesprek gehad, waarin veel ruimte werd geboden om dit onderwerp op de kaart te zetten. Met steun van de minister kunnen we nieuwe stappen zetten. Ook zijn we uitgenodigd om over enige tijd opnieuw de stand van zaken toe te lichten.”

Auteur: José van der Waerden