Ketenzorg vraagt om een persoonsgerichte, geïntegreerde benadering

De zorgprogramma’s voor chronische aandoeningen hebben hun waarde bewezen, maar steeds meer worden ook de beperkingen ervan ervaren. Het is tijd voor doorontwikkeling van standaard zorg naar persoonsgerichte zorg, die aandacht besteedt aan de specifieke aandoening(en) van een patiënt in het perspectief van de persoonlijke situatie, wensen en voorkeuren. Deze conclusie kwam naar voren uit de themabijeenkomst over de integratie van chronische zorgprogramma’s van InEen (8 oktober in Baarn).

PREMIUM Ketenzorg
Het begrip ketenzorg is uit onze hedendaagse zorg niet meer weg te denken. Toenmalig minister van VWS Ab Klink maakte in 2008 al duidelijk waarom het zo’n belangrijk onderwerp is. Ketenzorg is bittere noodzaak, stelde hij, om de groeiende stroom chronisch zieken de juiste zorg te kunnen bieden. Deze mensen hebben multidisciplinaire zorg nodig en de samenwerking tussen zorgaanbieders die hiervoor de basis vormt, schoot tekort. De zorg zoals die werd geboden, was te duur en werd te vaak vanuit de tweede lijn aangeboden. “Dus ontstond het idee de zorgaanbieders verantwoordelijkheid te geven voor het ontwikkelen van ketenzorg, wat leidde tot zorggroepen”, vertelde dagvoorzitter Maarten Klomp, bestuurder van InEen. “Dit begon met diabeteszorg en dat is goed verlopen. De substitutie van zorg van tweede lijn naar de eerste lijn komt voorzichtig op gang, maar de patiënten zijn wel veel beter in beeld gebracht, en waar eerst zestig procent zorg conform de richtlijn kreeg is dit nu 85 procent. De POH’er heeft in dit traject een grote rol gespeeld om tot een protocollaire aanpak in de zorgverlening te komen. De zorggroepen hebben dit ondersteund en er richting aan gegeven.”
Verder lezen? U kunt dan hier inloggen om het gehele artikel te lezen.