Regionale ict-visie ontwikkelen

Vanuit het Hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg is vijftig miljoen euro beschikbaar voor regionale ict-plannen in zorggroepen en huisartsenpraktijken. Hoe stel je zo’n plan op, hoe zorg je voor voldoende kennis en kunde, en hoe motiveer je de gemiddelde huisarts om hierin te investeren?

Huisartsenorganisatie Medrie werkt hard aan een regionale ict-visie voor alle 280 bij haar aangesloten huisartsenpraktijken. “We willen dat mede aansturen vanuit een platform van huisartsen die ict-minded zijn”, zegt bestuursvoorzitter Philip van Klaveren.

“We hopen dat dit platform het mandaat krijgt van alle huisartsen om deze visie verder te ontwikkelen. Draagvlak krijgen van de huisartsen is daarom momenteel onze voornaamste opdracht, zonder dat bereiken we niets. Negentig procent van de huisartsen wil gewoon op een goede manier met ict kunnen werken, laagdrempelig en toegankelijk. We moeten onze ict-plannen dus baseren op de vragen vanuit het primaire werkproces: wat hebben de huisarts en praktijkondersteuner nodig, en ook: wat heeft de patiënt nodig? Dat moet het vertrekpunt zijn, anders gaat het niet lukken.”

Blended care

Zorggroep Het Huisartsenteam werkt eveneens aan een regionale ict-visie, vertelt huisarts en directeur Jan Frans Mutsaerts. “We streven naar blended care, een combinatie van zorg en ict. We hebben daarover recent een vijfjarencontract afgesloten met CZ, de preferente zorgverzekeraar in onze regio.”

Krapte arbeidsmarkt

Een belangrijke aanjager voor Het Huisartsenteam om in te zetten op ict is de verwachte arbeidsmarktkrapte. “Onze vraag is: hoe kunnen we toch goede huisartsenzorg waarborgen als we straks onvoldoende dokters, praktijkondersteuners en assistentes kunnen vinden? Wij denken dat ict daarbij een belangrijk hulpmiddel kan zijn. Zo streven we ernaar een deel van onze consulten – bijvoorbeeld bij patiënten met een chronische ziekte – digitaal te organiseren. De tijd die daarmee vrijkomt, kunnen we inzetten voor kwetsbare groepen zoals ggz-patiënten en kwetsbare ouderen. Die gaan in de komende jaren meer tijd van ons vragen.”

Auteur: Michel van Dijk