Poh jeugd voorkomt verwijzing naar ggz

Een poh jeugd in de huisartspraktijk kan voorkomen dat een kind met een hulpvraag wordt verwezen naar de jeugd-ggz, bewijst de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

Poh jeugd

Gezien de beperkte consulttijd van de huisarts, is het begrijpelijk als hij een kind met een hulpvraag verwijst naar de jeugd-ggz. Maar het kan anders, toont de gemeente Pijnacker-Nootdorp aan. Een praktijkondersteuner jeugd in de huisartspraktijk biedt vaak een oplossing zonder verwijzing. Korte lijnen met scholen en voorschoolse opvang zijn hierbij essentieel.

Verwijzingen

Pijnacker-Nootdorp is “best een gezonde gemeente”, zegt gedragswetenschapper Michaella Bregman. “Toch zagen we in onze gemeente relatief veel jeugd verwezen worden naar de jeugd-ggz.”

“Het had onder andere te maken met het feit dat wij als gemeente nogal intern gericht waren”, zegt haar collega Odette Langeveld, teamleider maatschappelijke ondersteuning. “We waren nog niet zo gericht op samenwerking met scholen en huisartsen. En als je niet van elkaar weet wat je te bieden hebt, kom je ook niet samen tot andere oplossingen. Dat werkte de situatie in de hand waarin huisartsen misschien vaker kinderen verwezen dan noodzakelijk was.”

Poh jeugd

Een jaar geleden is gestart met een project om tot een meer gepaste aanpak voor kinderen te komen. In overleg met de huisartsen werden vanuit het sociaal domein twee medewerkers aangesteld als praktijkondersteuner jeugd, poj’ers dus. “De huisartsen waren direct enthousiast voor dit idee”, vertelt Bregman. “Zelf hebben ze in een consult tien minuten de tijd om te beslissen wat er moet gebeuren, en dan is het niet vreemd als ze beslissen tot een verwijzing. Een hulpverlener ertussen zetten die meer tijd heeft om tot een passende oplossing te komen, vonden ze dus heel welkom.”

Gekozen aanpak wérkt

De twee poj’ers, die werken in dienst van de gemeente, gingen aan de slag in vijf huisartspraktijken. Inmiddels is een derde poj’er aangesteld en is de gemeente met meer huisartspraktijken in gesprek.

De gekozen aanpak werkt, zegt Bregman. “In het begin was het natuurlijk aftasten, maar de huisarts verwijst nu steeds vaker naar de poj’er, en nog alleen direct naar de jeugd-ggz als meteen duidelijk is dat dit nodig is. Hierin houdt de huisarts natuurlijk zijn eigen regelruimte.”

Vaak gaat het over zaken als faalangst of echtscheidingsproblematiek. ‘Typisch zaken waarvoor de huisarts naar de jeugd-ggz zou verwijzen”, zegt gedragswetenschapper Maria Dernee, “omdat de vraag niet direct zo duidelijk is. Maar juist hier kan de poh jeugd vaak al in een aantal gesprekken een mooi resultaat bereiken.”

De LHV heeft een paper ontwikkeld voor praktische punten op het vlak van de poh jeugd, zoals privacy, verantwoordelijkheid en informatieoverdracht. Lees hier meer.

Auteur: Frank van Wijck