Pilotstudie in drie gezondheidscentra

Pilot gezondheidscentra toont meerwaarde eerstelijns MDO aan.

pilotstudie gezondheidscentra

Netwerkleren vergroot waarde van eerstelijns MDO

Multidisciplinair overleg (MDO) in de eerstelijns gezondheidszorg omvat veel meer dan het bespreken van complexe individuele casussen. Deelnemers doen er kennis en contacten op die hun dagelijks werk en de algemene patiëntenzorg verrijken. Het MDO is een uitgelezen vorm van informeel netwerkleren. Alle betrokkenen profiteren hiervan.

Voor een pilotstudie naar netwerkleren observeerde onderwijskundige Daniëlle Berger acht keer een MDO Jeugd en drie keer een MDO Ouderen. Ze deed dat bij drie gezondheidscentra die deel uitmaken van de netwerkorganisatie Gezondheidscentra Zuid Nederland (GZN): GC De Reeshof in Tilburg, GC De Poort in Bergen op Zoom en SGE in Eindhoven.

“Wat me opviel, is dat deelnemers zo’n overleg alleen benaderen vanuit het optimaliseren van zorg voor de individuele patiënt”, vertelt Berger. “Ik snap het wel, maar het is ook goed om je bewust te zijn van de andere waarden van een MDO. Denk aan het leren samenwerken en het inzetten van je netwerk. Dat levert veel op voor die ene patiënt, maar indirect ook voor een veel grotere groep patiënten. Zo kun je de totale kwaliteit van zorg vergroten.”

Meer dan lijstje casussen

Tussen de bezochte MDO’s bestaan grote verschillen, onder meer qua samenstelling, aansturing en werkwijze. Een vergelijking maken is lastig. Bij een MDO in Eindhoven zat de patiënt mee aan tafel. “Dat is heel waardevol, maar tijdsintensief”, licht Berger toe. Bij een ander MDO coördineerde de praktijkondersteuner het overleg; de arts werd er pas bijgehaald als zijn of haar patiënt besproken wordt. Deze ‘efficiënte’ werkwijze heeft juist als voordeel dat er per MDO meer mensen besproken kunnen worden. Kenmerkend voor de Tilburgse aanpak is de ruimte voor netwerkleren, aldus Berger. Een bevestiging van het werk van directeur Frans van Muilwijk van Gezondheidscentrum Reeshof, pleitbezorger van professioneel ingerichte multidisciplinaire overleggen.
Ook hij beschouwt het MDO als veel meer dan een lijstje casussen afwerken. “Via een MDO leer je van en over het netwerk: wat is er in de wereld te koop, welke methoden en technieken bestaan er, wie kun je het beste inschakelen? We hebben allemaal onze opleiding, rollen en diploma’s. Maar hoe iemand in een groep acteert, laat pas echt zien welke waarde deze persoon kan hebben voor jouw patiënten.”

Leren via interactie

Sociaal leren, netwerkleren, formeel en informeel leren, waardecreatie. Het zijn termen die veel gebruikt worden in de onderwijswetenschappen. In de praktijk is het niet ingewikkeld, licht Berger toe. “In feite leren we allemaal via interactie met anderen; dat noemen we sociaal leren. Informeel leren houdt in dat leren niet het hoofddoel is, maar dat je tóch iets opsteekt. Dat is wat in het MDO gebeurt. En omdat je als deelnemer in een MDO ook je netwerk kunt betrekken, spreken we in dit geval ook over netwerkleren.”

Ze benadrukt dat informeel leren en netwerkleren niet ‘vanzelf’ gaat. “Het MDO Jeugd in Tilburg is goed georganiseerd en voorbereid. Er is een agenda, er is structuur en coördinatie. Een handleiding met doelen geeft de juiste handvatten. En heel belangrijk: als je naar dat overleg gaat, staat er een goede lunch op tafel. Samen een lekkere boterham eten, creëert al een zogenaamde affectieve waarde. Het is gezellig, mensen voelen zich met elkaar verbonden. Tijdens dat broodje, nog voor de start van het overleg, wordt er al van alles uitgewisseld.”

Elkaar kennen

Berger observeerde ook dat deelnemers, na afloop van het overleg, afspraken om buiten het MDO zaken kort te sluiten. “En ik hoorde mensen bij de koffieautomaat zeggen dat ze per mail protocollen gingen delen. Want dan hadden ze die alvast in huis voor het geval zich een bepaalde situatie zou voordoen. Dat is de kracht van een MDO: elkaar kennen, kennis delen en van elkaar leren. Zodat je ook buiten het MDO om elkaar weet te vinden.

In de huisartsenzorg is zo’n samenwerkingscultuur en -structuur broodnodig, stelt Van Muilwijk. “Bij complexe situaties kunnen huisartsen het niet alleen. Andere disciplines zijn nodig om een probleem goed te kunnen duiden. En om samen af te stemmen: wat is des dokters, wat hoort bij een ander en hoe kunnen we samen de patiëntenzorg verbeteren?”

De juiste personen

Door zijn lange ervaring met MDO’s weet Van Muilwijk dat niet elke zorgverlener op wéér een overleg zit te wachten. “Een nieuw MDO opstarten kan lastig zijn. Mensen moeten de meerwaarde ervaren en voelen. Dat duurt even. Ook durft niet iedereen meteen een casus in te brengen. Het zijn allemaal stappen waar men handigheid in moet krijgen.”

Wat zeker meehelpt, is een goede samenstelling van het MDO. “De juiste personen, niet alleen vanuit expertise maar ook vanuit vaardigheden. Zoals communicatief en pro-actief zijn. Ik merkte het pas nog in ons MDO GGZ. Daar kwam een nieuwe psychiater bij en meteen ging alles beter lopen. Hij stelde doortastende vragen: is je diagnose goed, heb je hier al aan gedacht? De huisartsen werden uitgedaagd, ontdekten meer mogelijkheden en gingen uiteindelijk blijer en gesteund weg.”

Ook meer efficiency

Het effect van informeel leren en netwerkleren is moeilijk te kwantificeren. Wat Van Muilwijk wel durft te stellen is dat werken met MDO’s tot efficiency leidt. “We zijn in 2015 begonnen met het MDO Jeugd. In 2016 nam het aantal casussen fors toe; mensen voelden zich toen zeker genoeg om zaken in te brengen. Maar in 2017 en 2018 is er een structurele daling te zien. Een aantal zorgverleners lost complexe situaties op via hun sterke netwerk. Daar hebben ze het MDO niet meer voor nodig.”

Ook de Praktijkspiegel laat een gunstige ontwikkeling zien, gaat hij verder. “De zorgkosten in de gespecialiseerde GGZ dalen bij ons al jaren. Ik denk echt dat dit komt omdat wij via het MDO GGZ meer durven op te pakken binnen het netwerk van de eerstelijn. Samen naar de patiënt kijken, zorgt ervoor dat je eerder de juiste richting opgaat. Er wordt minder ‘geshopt’.”

Leren kun je stimuleren

Om netwerkleren te stimuleren, is het van belang dat mensen zich bewust zijn van het ‘leren’, weet Berger. “Mijn aanwezigheid bij het MDO maakte dat de deelnemers daar alerter op waren. Opeens realiseerden ze zich: ‘hé, wat ik nu uitwissel, is belangrijk’. Die bewustwording zorgt ervoor dat je elkaar sneller aanspreekt. Als jij de ene keer iets hebt gegeven, schroom je de volgende keer niet om een ander wat te vragen. Zo ontstaat een vliegwieleffect.”

Mensen bewust maken van de waarde van ‘leren’ kan op meerdere manieren. Bijvoorbeeld door aan de vastgelegde doelen van een MDO een ‘leerdoel’ toe te voegen. Of door regelmatig een thema op de agenda te zetten dat zich goed leent voor kennisdeling.
Van Muilwijk geeft een voorbeeld. “Bij ons in de wijk speelde het gebruik van lachgas. We hebben toen het thema ‘nieuwe drugs’ in het MDO besproken. Wat weten we ervan? Wie in de eerstelijn hebben ermee te maken? Wat doen zij? Het was niet urgent, maar toch is het belangrijk dat je het er samen over hebt.” Precies, vult Berger aan. “Het gaat erom dat de zorgverlener er gerust op kan zijn dat, als het nodig is, het netwerk de juiste informatie kan leveren. En dat de rolverdeling duidelijk is.”

Een leven lang leren

Netwerkleren is de stille kracht achter een leven lang leren. Daniëlle Berger draagt dit motto graag uit en Frans van Muilwijk onderschrijft het volmondig. “Ik leer nog altijd veel van mijn netwerk, vooral over gespecialiseerde problematiek. Onlangs is in onze regio een autismecentrum opgeheven. Ik wil dan weten waar ik voortaan moet zijn. Zoiets komt aan de orde in het MDO, want iedereen zit met dit probleem. Daar hoor je wie wat al heeft uitgeprobeerd.” Want een sociale kaart is prima, maar daar kun je niet blind op varen. “Dat is het startpunt. Wat je nodig hebt is iemand die zegt: dáár zijn ze best goed, of dát was helemaal niets. Dit soort informatie haal je op in een MDO.”

In EINDHOVEN zetten de 10 gezondheidscentra het multidisciplinair overleg (MDO) in voor de doelgroep volwassen GGZ, kwetsbare ouderen en hun mantelzorgers, en Kind & Jeugd. Bij het MDO zijn voornamelijk de psycholoog en de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg aanwezig. Er is veel contact met sociale wijkteams van WIJEindhoven, die soms aansluiten bij een MDO.

In BERGEN OP ZOOM wordt in GC De Poort Gezondheidscentrum 1 maal per 6 weken een MDO georganiseerd rondom integrale jeugdzorg. Betrokken partners zijn de huisartsen, praktijkondersteuners somatiek en geestelijke gezondheidszorg van het gezondheidscentrum GGD West-Brabant, kinderartsen, Centrum Jeugd en Gezin (CJG) en op afroep overige disciplines. Zorgverleners en professionals uit het sociaal domein werken samen.

In TILBURG organiseert Gezondheidscentrum De Reeshof een MDO voor volwassenen met geestelijke gezondheidsproblematiek, voor jeugd tot 18 jaar en hun gezinnen, en voor kwetsbare ouderen. Deze MDO’s vinden vier tot tien keer per jaar plaats.
Bij het MDO GGZ zijn een psychiater, eerstelijns psycholoog, huisartsen en praktijkondersteuner GGZ betrokken. Bij het MDO-jeugd zijn dat de jeugdpsychiater, kind- en jeugdpsycholoog, huisartsen, praktijkondersteuner GGZ-jeugd, jeugdarts, jeugdverpleegkundige en ambulant medewerker gespecialiseerde jeugdzorg. Bij het MDO kwetsbare ouderen zijn huisartsen, wijkverpleegkundigen, praktijkondersteuner somatiek, mantelzorgconsulent, dementieconsulent en een specialist ouderengeneeskunde betrokken.

• Daniëlle Berger werkt als sociaal ondernemer op het snijvlak van zorg en welzijn. Ze leidt mensen in haar project Think Bick naar een baan als vakkracht en traint sociaal werkers en doktersassistenten in triage en communicatie met de doelgroep. Voor haar masteropleiding Onderwijswetenschappen doet ze onderzoek naar sociaal leren en netwerkleren.

• Frans van Muilwijk is directeur van Gezondheidscentrum Reeshof in Tilburg en arts Maatschappij en Gezondheid. Hij maakt deel uit van het bestuur van Gezondheidscentra Zuid Nederland.

Auteur: José van der Waerden

Comments are closed.