Het Roer Moet Om: pamflet Zorg voor Samenhang!

Het Roer Moet Om gaf vorig jaar een noodsignaal met het pamflet Zorg voor Samenhang! “Herstel de samenhang in de basale zorg tussen huisartsen en omliggende zorginstanties.”

Het roer moet om

Herman Tjeenk Willink, minister van Staat en voormalig vicevoorzitter van de Raad van State, trekt zich het lot aan van de huisartsen. Daarom was hij een van de inleiders tijdens het debat Zorg voor Samenhang! op 14 december 2019. Het gelijknamige pamflet is hier te vinden.

Tjeenk Willink: “Huisartsen zien de problemen die hun patiënten ervaren, zij ondervinden de problemen van het huidige zorgstelsel, in hun werk slaan cumulatief alle regels neer die aan de zorg worden gesteld. Elke regel is rationeel, maar het totaal is dat niet. Overheidsbeleid moet niet gericht zijn op het opwerpen van problemen voor de professionals op de werkvloer, maar juist het wegnemen daarvan. Daarvoor hebben de overheid, beleidsmakers, managers en toezichthouders de kennis en ervaring van de zorgprofessionals – waaronder de huisartsen – nodig.”

Administratieve handelingen

Het actiecomité (HRMO) heeft daarvoor de juiste voorzet gegeven, meent Tjeenk Willink. “Het heeft de problemen helder geanalyseerd en aangetoond dat de cumulatie van regels onzinnig en duur is”, zegt hij.

Maar problemen inventariseren en analyseren leidt niet vanzelf tot actie. “Het stelsel zegt niet automatisch mea culpa”, zegt Tjeenk Willink. Toosje Valkenburg, huisarts en mede-initiatiefnemer van HRMO, vult aan: “De zorg is slecht in de-implementeren. Je kunt als professionals bijeenkomen om regels te schrappen, maar de bestuurders moeten daar wel consequenties aan verbinden.”

Samenwerking leidend

De kern, aldus Tjeenk Willink, is dat niet de opdracht tot concurrentie, maar de wil tot samenwerking in de zorg leidend moet zijn.

Hij benadrukt niet tegen marktwerking te zijn. “In de private sector werkt dat”, zegt hij, “maar in de publieke dienstverlening niet. Concurreren en consumeren zijn moeilijk te combineren met samenwerking en solidariteit. Het is moeilijk samen voor de kwaliteit van een beroepsgroep op te komen, elkaar daarop aan te spreken als je tegelijkertijd elkaars concurrenten moet zijn. In de basiszorg – de huisartsen en wijkverpleegkundigen, de poortwachters dus – kun je die stoorzender niet gebruiken.”

Hoe nu verder? Dat is allereerst aan de beroepsgroep zelf, meent Tjeenk Willink. Als Valkenburg daarop reageert: “Deels”, nuanceert hij: “Ik zeg niet dat de huisartsen en andere zorgaanbieders op regionaal niveau de problemen die inherent zijn aan het stelsel kunnen oplossen, zoals de minister suggereert. Maar ze weten wel het best wat praktisch werkbaar is.”

Het Roer Moet Om

Valkenburg, nauw betrokken bij Het Roer Moet Om, wil terugkomen op die interruptie ‘deels’. Huisartsen kunnen ook zelf bijdragen aan de oplossing, stelt ze, de Woudschoten Conferentie gaf daaraan concreet invulling. “De kernwaarden van het huisartsenvak die daarin zijn benoemd, zijn niet beperkend”, zegt ze, “maar bedoeld om aan te geven wat je van de huisarts mag verwachten. Je kunt meer doen als jouw praktijk daarom vraagt. Wel moet je daarvoor dan de ruimte krijgen, zonder dat je tegen beperkende regels aanloopt of een businesscase moet schrijven.” Download hier een artikel uit De Eerstelijns over:

Lees hier meer over dit onderwerp.