Krimpregio: ruimte voor avontuur zorgverleners

Krimpregio’s hebben geen aantrekkingskracht op zorg- en welzijnsprofessionals. Hoog tijd om de beeldvorming bij te stellen de kansen te benadrukken, zegt Bettina Bock.

Krimpregio: ruimte voor avontuur zorgverleners

Bettina Bock wordt ook wel ‘krimpprofessor’ genoemd. Sinds 2015 is zij bijzonder hoogleraar Bevolkingsdaling en Leefbaarheid voor Noord-Nederland aan de Rijksuniversiteit Groningen. Jazeker, in de afgelopen jaren hoorde en las zij zoals zovelen dat het niveau van de zorg- en welzijnsvoorzieningen daalde in bepaalde regio’s binnen Groningen, Friesland en Drenthe. Maar nee, ze wil dit niet zien als een onomkeerbaar proces. Bock adviseert zorg-, welzijn en overheidsbestuurders en -beleidsmakers nieuwe wegen in te slaan.

“Het is niet zo dat er onvoldoende werk is in deze gebieden”, zegt ze. “Vanwege de vergrijzing is er juist een grote zorgbehoefte. Het is eerder een tekort aan professionals waarmee we hier worden geconfronteerd.”

Uitdaging

De hoogleraar schetst het beeld van gebieden waar avontuur en innovatie wachten. “Natuurlijk, er zijn obstakels, zoals dat het voor de vaak hoogopgeleide partner van een huisarts moeilijk is een baan te vinden in een krimpgebied en dat menige zorgprofessional daarom de stap naar het platteland niet zet. Maar deels heeft het tekort aan professionals ook te maken met beeldvorming. Je kunt zeggen: het platteland is saai. Maar je kunt ook benadrukken: met de huidige organisatie van zorg komen we in de knel op het platteland, dus er ligt een uitdaging om vernieuwingen te bedenken en uit te voeren. Die houding maakt werken in deze streken mijns inziens aantrekkelijk, leidt ertoe dat het avontuurlijk wordt hier aan de slag te gaan.”

Dorpsondersteuner

Spannend en kansrijk zijn volgens Bock bijvoorbeeld nieuwe samenwerkingsverbanden die resulteren in fenomenen als de dorpsondersteuner. “Dit is een verandering die je kunt combineren met een inhoudelijke innovatie van de gezondheidszorg. Een innovatie waarbij het minder om het curatieve gedeelte gaat en meer om preventie. Je bent meer gericht op wat mensen zoeken, op zingeving, op hun specifieke situatie en behoeften. Vaak kan een vrijwilliger aan deze wensen tegemoetkomen. Dit alles levert meer kleinschaligheid en persoonsgerichte zorg op; de menselijke maat neemt toe, mede omdat de burger kan meepraten over wie er wat voor hem doet. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat telkens dezelfde vrijwilliger op hetzelfde tijdstip een dorpsbewoner helpt bij het douchen, terwijl die dorpsbewoner voorheen moest afwachten hoe laat iemand van de thuiszorg verscheen.”

Krimpregio

De hoogleraar vervolgt: “Naar mijn mening is het zeker voor huisartsen boeiend om nauw betrokken te zijn bij dit soort noodzakelijke vernieuwingen. Als je ontevreden bent over het huidige zorgmodel, heb je in plattelandsgebieden letterlijk en figuurlijk de ruimte om met je idealen aan de slag te gaan en de zorg te verbeteren. Ik denk dat dit aansluit bij de drive en motivatie die huisartsen horen te hebben: je wilt werken voor mensen die jou het meest nodig hebben. Of het nu een zwakke wijk is in een grote stad of een krimpregio op het platteland, je zou actief moeten willen zijn dáár waar het dreigt mis te gaan.”