We doen het samen

Samenwerking behouden na de crisis.

We doen het samen

Auteurs: Jerôme van Dongen & Wim Goossens

Interprofessionele samenwerking, het proces waarbij professionals van verschillende disciplines en of organisaties samenwerken, lijkt in deze tijd van crisis een flinke boost te hebben gekregen. Waar voor de crisis al snel in moeilijkheden en beren op de weg werd gedacht, ziet men nu vooral de kansen en meerwaarde van onderlinge samenwerking in. Op diverse plekken ontstaan samenwerkingsverbanden en schieten de mooiste initiatieven uit de grond. Teams worden in rap tempo opgeschaald, er ontstaat veel meer veerkracht, krachten worden gebundeld en traditionele belemmeringen, grenzen en schotten worden beslecht.

Vanuit Zuyd Hogeschool (lectoraat Wijkgerichte Zorg) en Universiteit Maastricht (Vakgroep Huisartsgeneeskunde) doen Jerôme van Dongen en Wim Goossens al enkele jaren onderzoek, methodiekontwikkeling en uiteenlopende projecten op het gebied van interprofessionele samenwerking. Om verschillende redenen verloopt interprofessionele samenwerking niet altijd als vanzelfsprekend goed. We hebben te maken met professionals van verschillende disciplines die mogelijk een andere taal spreken, vanuit een ander referentiekader denken, andere methodieken hanteren en er uiteenlopende belangen of doelen op na houden. Door de coronacrisis lijkt de interprofessionele samenwerking in een ander vaarwater terecht te zijn gekomen. Wat maakt dat de interprofessionele samenwerking in deze tijd van crisis ineens wèl mogelijk is? En hoe zorgen we ervoor dat we deze positieve energie en samenwerkingskracht ook na de crisis behouden? In deze beschouwing gaan we hier verder op in.

Er zijn tal van mooie voorbeelden van interprofessionele samenwerking te noemen. Een prachtig initiatief is het Coronacentrum in voormalig Van der Valk, te Urmond. Door intensieve samenwerking is het een groot aantal (zorg)partners in Zuid-Limburg gelukt om dit thuiszorghotel en bijbehorende huisartsenpost snel operationeel te krijgen.

‘Het feit dat alle zorgpartijen in deze tijd van crisis elkaar opnieuw hebben weten te vinden, is een groot compliment waard en helpt ook Zuyderland in deze moeilijke tijd vooruit.’ (Roel Goffin, lid Raad van Bestuur Zuyderland)

Een ander voorbeeld is de noodopvang in het MECC. De metamorfose van het MECC wordt zelfs vergeleken met wat de Chinezen in Wuhan hebben klaargespeeld: in recordtijd een noodziekenhuis voor coronapatiënten opbouwen. Ook studenten en docenten van de Academie Verpleegkunde (Zuyd Hogeschool) leveren hierin hun bijdrage. Dan zien we dat ook de internationale samenwerking tussen bijvoorbeeld Limburgse en Duitse ziekenhuizen vlak over de grens verder wordt geïntensiveerd. Hierdoor kunnen Limburgse coronapatiënten dicht bij huis in een Duits ziekenhuis opgenomen worden op de intensive care.

Niet enkel tussen, maar ook binnen organisaties lijkt de samenwerking te groeien. En voorbeeld hiervan is de in 2019 gefuseerde organisatie MIK & PIW groep. Hier werken sociaal werkers, psychologen, jongerenwerkers, en pedagogisch medewerkers vanuit verschillende onderdelen van de organisatie op dit moment intensief samen. Ze werken aan het creëren van een integraal ondersteuningsaanbod, anticiperend op mogelijke vraagstukken rondom corona die kunnen ontstaan sinds de kinderen op 11 mei weer naar school gingen. Denk aan het reduceren van stress en angst.

Eigen onderzoek laat zien dat de volgende factoren van belang zijn bij het van de grond krijgen van interprofessionele samenwerking: gemeenschappelijke waarden, contextbewustzijn, leiderschap structuur en organisatie, groepsdynamica en interactie, lerend vermogen en ondernemendheid en bedrijfsvoering. In deze tijd van crisis wordt het belang van deze kritische factoren verder onderstreept. De bereidheid om in deze tijd grenzen te verleggen is voor veel (zorg- en welzijns)professionals gestoeld op het aangesproken zijn in hun gemeenschappelijke waarde als professional: aandacht, zorg en behandeling voor de kwetsbaren in de samenleving (in plaats van productie en cijfers). Organisatiewaarden en persoonlijke drijfveren van medewerkers komen in elkaars verlengde te liggen: de wij-zij gelaagdheid in de organisatie wordt genuanceerd. Zoals een IC arts uit de frontlinie vermeldde:

‘We hebben een management nodig met een koel hoofd en professionals aan het bed met een warm hart’

Vanuit de maatschappelijk context is er veel solidariteit, waardering en erkenning die hartverwarmend is voor de beroepsidentiteit en ook binnen zorg- en welzijnsorganisaties ervaren medewerkers met totaal andere achtergrond erkenning voor elkaars inzet en bijdrage. Bestaande afdelingsstructuren worden opgerekt en er ontstaan samenwerkingsverbanden die organisatie of afdeling overstijgend zijn: ‘ontschotting on the job’. Zo zei een verpleegkundige:

‘Vroeger hadden we afdelingsteams en nu hebben we een ziekenhuisteam’

In de teams zien we een krachtige verbinding (cohesie = wij-gevoel) ontstaan. Veel professionals benoemen het oog voor elkaar hebben, kwetsbaarheid aan elkaar mogen tonen, opgevangen worden door elkaar, als een enorme waarde in de samenwerking. Voor wat betreft lerend vermogen wordt in een zeer gecondenseerd tijdsbestek het lerend vermogen van organisatie – teams en individuele medewerkers aangesproken en ook opgepakt. En tenslotte zien we bij zorg- en welzijnsprofessional een enorme groei in ondernemendheid, creativiteit en innovatief vermogen.

Bij alle goeds toch ook enkele aandachtspunten voor de toekomst: Veel teams zijn in een ‘pressure cooker’ tijd gevormd: de oriëntatie op de opdracht/taak en elkaar moest in ‘no(w) time’ gebeuren. Daarbij is een enorme veerkracht vanuit een hoog adrenalinegehalte getoond. Tegelijkertijd is bewustzijn nodig voor de impact hiervan na de coronasituatie: hoe worden teams en professionals ondersteund en voorbereid om weer in de gewone status terecht te komen? Teamleden gaan weer terug naar hun eigen context. Hoe wordt de creatieve, innovatieve en soms onorthodoxe manier van werken vertaald naar de situatie van voorheen? Hoe kan de integraliteit van werken worden vastgehouden? Wat is het lerend vermogen dat is aangesproken en hoe kan dit worden voortgezet? Welke impactvolle en mogelijk traumatiserende ervaringen hebben professionals opgelopen en hoe kan daar op langere termijn aandacht voor zijn? En bovenal: hoe kan de maatschappelijke waardering voor zorg- en welzijnsprofessionals ook voor de langere termijn worden geborgd? Vermijd dat het opgebouwde vertrouwen onder deze professionals wordt beschadigd.

Een aantal van de initiatieven zal tijdens of na de coronacrisis weer worden beëindigd. Bij een dergelijke beëindiging is het van belang om zorgvuldig om te gaan met betrokkenen en aandacht te besteden aan de betekenis hiervan voor de professional. Het blijven vasthouden van de gemeenschappelijke waarden en een gezamenlijk doel zal ook in de toekomst van onmiskenbaar belang zijn. Een mogelijke winst in relatie tot de interprofessionele samenwerking is het toenemende gebruik van online communicatiemiddelen. Dit biedt ook voor de toekomst perspectief om efficiënter overleg te voeren. Bovendien is het goed om samen voortdurend te blijven reflecteren op de onderlinge interprofessionele samenwerking. Eigen onderzoek en ervaring laat zien dat het belangrijk is om de reflectie gestructureerd te organiseren.

Resumerend, de impact van deze coronatijd op de interprofessionele samenwerking ligt niet alleen in het hier en nu, maar zeker ook in de toekomst.

Dr Jerôme van Dongen is docent-onderzoeker (Interprofessioneel samenwerken) aan het lectoraat wijkgerichte zorg, Zuyd Hogeschool en de Innovatiewerkplaats, MIK & PIW groep.

Wim Goossens, BA is expert docent groepsdynamica en teamcoaching aan de Academies Verpleegkunde en Sociaal Werk, Zuyd Hogeschool en het Europees Instituut/de Baak.

Lees hier meer informatie over de quickscan.

Lees hier meer artikelen omtrent Corona.


  1. Heel belangrijk dat alles goed vervolgd wordt als er snel iets wordt opgebouwd, vooral in tijden van Corona, wie blijft verantwoordelijk voor de nieuwe opzet

  2. Heel belangrijk dat alles goed vervolgd wordt als er snel iets wordt opgebouwd, vooral in tijden van Corona, wie blijft verantwoordelijk voor de nieuwe opzet

  3. Dorpsondersteuners zie ik in kleine vorm wel zitten, in een dorp dus, maar meer onoverzichtelijk in een stad, dus ook minder vertrouwd

  4. Heb je hier zelf een suggestie bij Karin, bij wie zou de centrale verantwoordelijkheid – het eigenaarschap – moten liggen?

Comments are closed.