Het roer moet nu helemaal om

De initiatiefnemers van Het roer moet om vinden dat lessen moeten worden getrokken uit de coronacrisis. In een oproep aan de volksvertegenwoordigers in de Eerste en Tweede Kamer stellen ze daarom dat het roer nu om moet in de hele zorg. Bart Meijman, huisarts en lid van het actiecomité Het roer moet om, legt uit waarom dan.

Het roer moet om

Tevreden of ontevreden?

Hoe tevreden of ontevreden ben je over wat Het roer moet om tot nu toe heeft opgeleverd? “In de beginperiode van Het roer moet om gingen de huisartsen gebukt onder de nasleep van die boete van de Autoriteit Consument en Markt. Die maakte dat ze heel bang waren om in groepen te praten over zorgvernieuwing. Zolang het over de inhoud ging mocht dat weliswaar, maar je moet het dan toch ook op een gegeven moment over organisatie en geld hebben. Een tweede punt waar we in die periode door werden gehinderd was het grote verschil in administratielast tussen reguliere zorg en de toen net in ontwikkeling zijnde ketenzorg. Op beide is stevig ingegrepen. Op het eerste is toenmalig minister Edith Schippers zelfs heel constructief geweest, wat echt een impuls heeft gegeven aan andere opstelling van ACM waardoor samenwerken weer meer normaal werd. Daarnaast is door gezamenlijk denken van Het Roer Moet Om, koepels, Zorgverzekeraars, VWS, Inspectie en Patiëntenfederatie er gestart met een ander kwaliteitsdenken in de zorg. Daarop kijk ik met tevredenheid terug. Ook trouwens op de manier waarop we met de Argumentenfabriek hebben aangetoond dat in bureaucratie heel veel partijen een verantwoordelijkheid hebben, ook de beroepsgroepen zelf. Het ligt ook – naast de overheid en zorgverzekeraars – zeker deels aan de beroepsgroepen zelf dat dit nog steeds moeilijk aan te pakken is. Daarom stellen we nu ook dat er gewoon een norm moet komen die stelt dat iedereen die bij de directe patiëntenzorg betrokken is maximaal twintig procent van zijn tijd aan administratie kwijt mag zijn.”

Coronacrisis als argument

Jullie benoemen nu de coronacrisis als argument om een volgende stap te zetten. Welk nieuw perspectief biedt deze crisis voor de noodzaak het roer in de hele zorg om te gooien?
“Twee dingen. Ten eerste: het is logisch dat in een crisis regels overboord worden gegooid. De ziekenhuizen hebben constructief samengewerkt om te zorgen dat overal in het land genoeg IC-bedden beschikbaar waren, en de overheid heeft een duidelijke regierol genomen om dit mogelijk te maken. Die regierol hebben we de afgelopen jaren gemist, omdat de overheid te ver is teruggetreden. Dan worden besluiten die belangrijk zijn niet meer genomen. Daarnaast is overduidelijk gebleken hoeveel belangrijker samenwerken in de zorg is dan concurrentiedenken.
Ten tweede: personeel is super belangrijk. Verpleegkundigen en verzorgenden zijn de kurk waarop de zorg drijft. Daarop moeten we nu extra inzetten. Al voor de coronacrisis waren er zorgen over waar de zorg naartoe gaat en of het wel allemaal vol te houden was. Maar nu komt die coronacrisis er nog eens bij en die is nog lang niet afgelopen, dus we moeten nu extra inzetten op het vinden en behouden van personeel. Door erkenning en waardering van hun professionaliteit.
Een intrigerend aspect van de coronacrisis is dat de overheid hierin vergaande en zelfs vrijheid berovende maatregelen neemt die nodig zijn om de volksgezondheid te beschermen. Tot op zekere hoogte volkomen terecht. Maar dan is het interessant om na te denken over de vraag waarom ze op andere gebieden waarop dit net zo essentieel is – tabak, gezonde voeding, bewegen, aanpakken luchtvervuiling – niet doet.”

Ziekte en ongewenste medicalisering

Ziekte en ongewenste medicalisering voorkomen zijn belangrijke uitgangspunten in jullie pleidooi. Een stap richting preventie dus. Bieden ontwikkelingen als JZOJP, Welzijn op recept en de in voorbereiding zijnde kennisagenda preventie niet al het juiste perspectief hiervoor? Met andere woorden: is de overheid niet juist hiermee al volop bezig?
“Op het gebied van roken doet de overheid wel wat, maar dat zou veel steviger mogen, en een suikertax zien we nog steeds niet. Maar dat zijn juist wel punten waarmee een enorme winst te behalen valt. De overheid zou hierop heel goed actie kunnen ondernemen. Natuurlijk zijn er wel al de hoofdlijnenakkoorden, die een mooie sturende rol kunnen spelen. Maar als afspraken om tien procent minder zorg zich in de ziekenhuizen te laten afspelen niet worden ingebed in de totale zorg, gaat het niet werken. Dan zullen de huisartsen zeggen: ja maar dan krijgen wij er tien procent bij. Optimale zorg, dus zorg leveren waarbij de persoon van de patiënt belangrijker is dan de ziekte om overbehandeling te voorkomen moet breed gedragen zijn. Iets waarin de defensieve geneeskunde die we nu te vaak zien trouwens een negatieve rol in speelt. Als de protocollen, die nu enorm ziektegericht zijn heel vergaand zijn, ervaren zorgprofessionals weinig ruimte om ervan af te wijken.”

Rol van de overheid

Welke verdergaande rol van de overheid verwachten jullie hierbij precies? Een sterkere inzet op preventie vraagt ook een actieve rol van burgers. Die kan worden geïnterpreteerd als ingrijpen in de persoonlijke leefsfeer van mensen. Daaraan wil geen enkele politieke partij zijn vingers branden.
“Wat roken betreft denk ik dat een aantal andere partijen dan de VVD echt wel verder durven te gaan. Anders verliezen ze ook hun geloofwaardigheid. Ze kunnen niet steeds de bal heen en weer blijven spelen en verantwoordelijkheden bij de dokters leggen om te zorgen dat mensen hun leefstijl gaan veranderen. De politiek moet beslissingen durven nemen in de algemene preventie, zodat het veld er verder mee kan. De zorgverzekeraars kunnen dat maar tot op zekere hoogte. Ze willen hun verzekerden behouden en ze zijn niet één partij met één beleid. Terwijl de route naar de toekomst wel om een plan vraagt, bijvoorbeeld om keuzes te maken in welke ziekenhuizen wel en niet essentieel zijn in plaats van ze ongecontroleerd te laten omvallen. Zo’n plan is er nu niet. Er is geen duidelijk plan waar het met de zorg naartoe moet en hoe dit ingericht moet worden.”

Rol van de huisartsen

Wat betekent het voor de rol van de huisartsen? Die hebben in de Woudschoten Conferentie de kernwaarden ‘medisch generalistisch’ en ‘gezamenlijk’ vastgesteld. Preventie dus niet. Terwijl de huisarts wel degene is die de patiënt op zijn spreekuur krijgt met de boodschap ‘Ik slaap de laatste tijd zo slecht dokter’ en terwijl het Raamplan Artsenopleiding 2020 stelt dat artsen juist wel van de preventie moeten zijn.
“In Woudschoten hebben we gezegd dat we als huisartsen vanzelfsprekend een rol spelen in secundaire preventie maar niet in de algemene preventie. De vraag is waarom je zorgprofessionals nodig hebt om te bewerkstelligen dat mensen gezonder gaan leven. De overheid kan ook een gezondere omgeving creëren. En op individueel niveau via professionals de leefstijl proberen te veranderen levert helemaal niet zoveel resultaat op.”

Verkiezingsprogramma’s

De politieke partijen zijn de afgelopen maanden al druk doende geweest met de ontwikkeling van hun verkiezingsprogramma’s en ook met de zorgparagraaf daarvan. Welke invloed denken jullie in dit stadium nog te kunnen hebben?
“Het roer moet om is al veel langer actief en we hebben ons pleidooi ook al eerder aan kabinet en politieke partijen aangeboden. Dat eerste pleidooi is niet zo heel anders dan wat nu in onze nieuwe tekst staat, dus de politiek kent ons standpunt wel. Bij het CDA merken we dat het anders gaat kijken naar een aantal facetten van marktwerking in de zorg. Ook de PvdA is aan het kantelen en ik ben heel benieuwd naar wat de VVD gaat doen. In ieder geval moet de verandering wel komen van de bestaande politieke partijen denk ik. Ons leven is meer dan zorg, dus in een partij die zorg heel nadrukkelijk als speerpunt heeft zie ik niet zoveel.”

Ervaring als nadrukkelijker onderdeel politieke besluitvorming

Ervaring van zorgprofessionals moet een veel nadrukkelijker onderdeel worden van de politieke besluitvorming, stellen jullie, omdat de huidige crisis aantoont hoe riskant eenzijdige beeldvorming kan zijn. Leg eens uit hoe de huidige crisis dit aantoont?
“In deze crisis was de aandacht – zeker in de eerste periode – nadrukkelijk gefocust op de IC’s. Daarmee is de aandacht voor de verpleeghuizen en de thuiszorg heel erg op de achtergrond komen te staan.”

Lessen over samenwerking

De principes van concurrentie en marktwerking staan samenwerking met korte lijnen en zonder onnodige bureaucratie in de weg, stellen jullie. Maar de ACM en ook de NZa stellen juist steeds dat samenwerking altijd mag als die in het voordeel van de patiënt en de kwaliteit van zorg is. Is het niet mogelijk om de lessen over samenwerking die uit de crisis kunnen worden getrokken binnen het huidige stelsel om te zetten in beleid?
“In een aantal onderdelen van de zorg kunnen concurrentie en marktwerking toegevoegde waarde hebben, maar in onderdelen als ambulancezorg, spoedeisende zorg, verloskunde, oncologie, huisartsgeneeskunde en wijkverpleging niet. Ik heb zelf meegemaakt dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit, voorloper van Autoriteit Consument en Markt, in 2012 ons LHV kringkantoor binnenkwam en de harde schijven meenam om te beoordelen of wij de mededingingswet als huisartsenkring hadden overtreden. Enorm imponerend gedrag, heel bedreigend. Later is ze wel wat gaan draaien maar de regels zijn toch hetzelfde gebleven. Voor de dingen die gewoon geregeld moeten zijn, heb je niets aan die concurrentieprikkel.”

Reacties

Hebben jullie al reacties van of contacten met politieke partijen?
“Ja, Lilianne Ploumen van de PvdA belde meteen om te zeggen dat ze ons voorstel voor een ronde tafelgesprek wel zag zitten en dat ze dit ook wel wilde regelen met de vaste Kamercommissie voor volksgezondheid. Op Twitter lieten ook andere partijen al direct hun steun blijven voor onze voorstellen. Het is natuurlijk ook geen negatief stuk dat we publiceerden, we vragen alleen van de politieke partijen om zich op een aantal concrete punten uit te spreken.”

Lees hier meer over dit onderwerp.