Verrassingen vóór zijn met surprise question

Zou ik als huisarts verbaasd zijn als deze patiënt binnen twaalf maanden overlijdt? Nee? Dan is er goede reden om het gesprek aan te gaan met de patiënt over wat die nog van het leven verwacht. “Nee betekent feitelijk het begin van het palliatieve proces”, stelt Henk van Weert, hoogleraar huisartsgeneeskunde Amsterdam UMC, locatie AMC.

Verrassingen vóór zijn met surprise question

“We vonden dat we huisartsen iets in handen moesten geven om in kaart te brengen hoe hun kwetsbare patiënten ervoor staan”, zegt Henk van Weert. Met ‘we’ bedoelt hij de werkgroep palliatieve zorg van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Hij is voorzitter van deze werkgroep, die de surprise question een duidelijke plaats wil geven in haar nota over palliatieve zorg. “Als je als huisarts bedenkt welke patiënten in je praktijk vermoedelijk niet heel lang meer leven, heb je een goede basis voor advance care planning, een basis dus om het gesprek aan te gaan over wat zij nog voor wensen hebben en wat zij nog wel en niet willen.”
De surprise question heeft als nadeel dat de testkarakteristieken ervan niet heel erg goed zijn, zegt Van Weert er meteen bij. “Hij identificeert een deel van de mensen niet”, zegt hij. “Maar dat is geen onoverkomelijk bezwaar. Het gaat er vooral om dat je je patiënten eens langsloopt en bedenkt voor wie extra zorg binnen afzienbare tijd nodig zou kunnen zijn. De surprise question kan daarbij behulpzaam zijn. Hij geeft een indicatie om te bepalen met welke patiënten het goed is een wat langer gesprek te voeren.”

Laatste levensfase

Hebben mensen daar behoefte aan? Niet iedereen, stelt Van Weert. “Maar toen ik hoorde hoe groot de positieve respons was bij een gezondheidscentrum dat alle zeventigplussers uit zijn bestand had aangeschreven, was ik daar wel verbaasd over. Het liep storm, ze hebben meerdere avonden moeten organiseren. Blijkbaar vinden veel mensen het toch goed om eens met hun huisarts te spreken over de laatste levensfase. Vaak hebben patiënten schroom om erover te beginnen en dat geldt voor de huisarts net zo. Dat weet ik nog van toen ik het zelf deed: je denkt iets heel bijzonders te gaan doen en ziet daar behoorlijk tegen op. Maar een aantal patiënten blijkt het heel normaal te vinden dat je met ze wilt praten over hun laatste levensfase. De behoefte is er ook. Meerdere huisartspraktijken hebben dan ook dit initiatief om informatieavonden te organiseren overgenomen. En dat is waardevol, want het voorkomt de situatie waarin een oudere patiënt op stel en sprong in het ziekenhuis moet worden opgenomen, en daar worden direct vragen over behandeling en reanimatie gesteld. Het is goed daar al eerder bij stil te staan.”

Kwaliteit van leven

Dit verbetert de kwaliteit van leven in de laatste fase en kan een afname van ongewenste interventies tot gevolg hebben. Besluiten worden minder in crisissituaties genomen, heilloze last minute-interventies komen minder vaak voor. Bedenk dat in Nederland driekwart van de mensen thuis wenst te sterven, maar dat de meerderheid niet thuis overlijdt.
Het gesprek kan verschillende invalshoeken hebben. Wil iemand nog worden gereanimeerd? Wil iemand nog in het ziekenhuis worden opgenomen? Wat is belangrijk voor een oudere als hij zijn zelfstandigheid moet opgeven voor een kleine behandelwinst? Wat verwacht iemand nog van het leven en waar hecht hij belang aan?
Van Weert: “Je kunt het hebben over de vraag of je een ziekte gaat behandelen of de symptomen ervan, of je streeft naar maximaal comfort of naar maximale duur van het leven. En in het verlengde hiervan kan zeker ook medicatiegebruik aan de orde komen.”

Grens bewaken

Van Weert schat dat aandacht voor de surprise question bij de gemiddelde huisarts zo’n tien tot vijftien keer per jaar tot een uitnodiging voor een gesprek zal leiden. “De websites van het NHG en de KNMG bieden veel informatie voor hoe je dat gesprek dan op een goede manier kunt aangaan, ook voor patiënten”, zegt hij. “Persoonlijk zou ik vanuit mezelf beginnen. Bijvoorbeeld: ‘Ik maak me zorgen over u, ik zie dat het de laatste tijd niet zo goed met u gaat.’ Van belang is natuurlijk wel, dat de patiënt hier de zeggenschap heeft, exploreer eerst zijn visie.”
Wel moet de huisarts zijn grens bewaken in wat hij voor iemand kan betekenen. Hij dient ook duidelijkheid te verschaffen, vooral in de laatste fase, aldus Van Weert. “Hiermee bedoel ik niet alleen dat je je moet afvragen of je een actieve rol wilt spelen in euthanasie. Het gaat ook om de vraag of je bereid bent 24/7 palliatieve zorg te bieden. In het verleden was dat heel gangbaar en de meeste huisartsen willen dat eigenlijk nog steeds wel bieden, maar nu de huisartsenzorg zo onder druk staat is het niet per se realistisch meer. Maar je kunt dan goed uitleggen hoe de zorg die je verleent in elkaar zit en met wie je samen die zorg verleent. Het gesprek is dus net zo belangrijk voor de huisarts als voor de patiënt, om aan te geven waar je mogelijkheden en grenzen liggen.”

Palliatieve zorg speerpunt

De aandacht voor de surprise question groeit en dat is volgens Henk van Weert ook goed verklaarbaar. “We hebben allemaal de mond vol van shared decision making, maar daar kun je pas aan toekomen als je weet wat iemand wil”, zegt hij.
“Dat moet je expliciet maken en dat vergt natuurlijk iets van je communicatietalent en inlevingsvermogen. Toch denk ik dat iedere huisarts dit moet kunnen. De huisartsen hebben immers de terminale palliatieve zorg tot een van hun speerpunten benoemd. De surprise question zit daar net voor. En ik denk dat jonge huisartsen misschien nog wel beter in staat zijn om het gesprek aan te gaan dan de wat oudere, want de aandacht hiervoor heeft de laatste jaren veel meer een plaats gekregen in de opleiding.”

Lees hier meer over dit onderwerp.