De zomer van preventie: Deel 7 | NZa

Ook preventie is een vorm van passende zorg

De zomer van preventie: Deel 7 | NZa
Verder lezen? Hier kunt u inloggen.

Niet ziekte, maar gezondheid moet een verdienmodel worden, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit in haar advies Stimulering passende zorg en digitale zorg. Ook preventie valt binnen de definitie van het begrip passende zorg, stelt directeur regulering Josefien Kursten.

We kennen allemaal de begrippen gepast gebruik en zinnige zorg, maar de NZa gebruikt in haar nieuwe advies heel bewust het begrip passende zorg. “Het moet passen voor de patiënt’, zegt Kursten, “en preventie is daar zeker ook een aspect van. Dit advies schreven we in opdracht van het ministerie van VWS, maar in onze eigen strategische agenda benadrukten we eerder ook al dat we het belangrijk vinden om preventie te stimuleren.”

In recente publicaties van het ministerie van VWS krijgt het begrip preventie volop aandacht. Een fikse omslag in vergelijking met het standpunt van voormalig minister Edith Schippers, die stelde dat preventie vooral de verantwoordelijkheid van het individu is. “Voor ons is preventie een heel breed begrip”, zegt Kursten. “Het gaat wat ons betreft om primaire én secundaire preventie. Met een gezonde leefstijl voorkomen dat ziekte ontstaat dus, maar ook bij ziekte verantwoorde beslissingen nemen. Bij beginnende type II diabetes door leefstijlaanpassing voorkomen dat het erger wordt bijvoorbeeld. Bij de noodzaak van een operatie een heroperatie voorkomen. Bij een ziekte als COPD via digitale monitoring van patiëntgegevens routinecontroles op de poli voorkomen, maar toch tijdig opmerken dat een probleem ontstaat en dan snel ingrijpen. En niet te vergeten: bij ziekte samen met de patiënt de opties overwegen. Soms is behandelen bijvoorbeeld niet of nog niet nodig.”

Kwaliteit van leven

Volgens de NZa is in het huidige bekostigingsmodel niet gezondheid maar ziekte het verdienmodel. In haar advies stelt ze daarom voor de bekostiging zodanig aan te passen dat die niet langer prikkels bevat die sturen op productie, maar juist op zorg die bijdraagt aan ervaren kwaliteit van leven en aan de kwaliteit van zorg. Is dat de gouden sleutel voor gedragsverandering van zorgaanbieders, zorgverzekeraars en verzekerden/patiënten? “Nee”, zegt Kursten, “het is één van de knoppen en het is de knop waaraan wij als NZa kunnen draaien als we willen dat meer betaald wordt voor samenwerking en preventie.”

De coronacrisis heeft geholpen om dit nadrukkelijker op de kaart te zetten, stelt Kursten. “De toegankelijkheid van de zorg is onder druk komen te staan”, zegt ze. “Planbare zorg moet worden ingehaald, maar zorg is ook verdampt. En digitale zorg is in een stroomversnelling gekomen. Er is nu momentum om te zorgen dat we niet terugkeren naar het oude, iets waarin de zorgverzekeraars in de contractering een belangrijke rol kunnen spelen. Maar het vergt een rol van alle partijen. Als zorgaanbieders zeggen ‘We willen de patiënt weer gewoon in de spreekkamer zien’, vergeten ze dat de patiënt er ook nog wat van kan vinden. Ze kunnen ook vragen of patiënten tevreden zijn over de digitale zorg van de afgelopen maanden en of ze die willen voortzetten. Daarover gaan we dus doorpraten met alle partijen. Dit advies hebben we in zes weken moeten schrijven, maar de denkrichtingen gaan we met het veld verder uitwerken. Daarbij zullen we de zorgvrager zeker niet vergeten.”

Leefstijlverandering

Kursten beseft dat bij die zorgvrager structurele leefstijlverandering bewerkstelligen enorm moeilijk is. “Ook daarover gaan we in gesprek met zorgaanbieders én verzekerden”, zegt ze. “En uit zorgvernieuwende initiatieven als de Krijtmolenalliantie in Amsterdam Noord weten we dat daarbij ook de koppeling met het sociaal domein belangrijk is.”

In dit zorg- en welzijnsprogramma worden nieuwe integrale werkwijzen ontwikkeld voor zinvolle zorg en welzijn voor de bewoners. “Een mooi voorbeeld vind ik de dataverzameling over 75-plussers die op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis belanden”, zegt Kursten. “Uit onderzoek waarom dit gebeurt komt naar voren dat de interventies die nodig zijn vaak in het sociaal domein liggen omdat ze te maken hebben met vereenzaming en verwaarlozing. Langs diezelfde lijn geredeneerd weten we ook dat het weinig zinvol is iemand die dakloos of werkloos is in de ggz te behandelen voor zijn depressieklachten, als zijn initiële probleem niet is opgelost”

Passende bekostiging

De inzet op de juiste zorg op de juiste plek en preventie kan per zorgvraag sterk verschillen, stelt het advies. “Het ligt eraan of je het over acute, chronische of electieve zorg hebt”, legt Kursten uit. “Ik noemde bij chronische zorg al het voorbeeld van digitale monitoring. Bij electieve zorg is looptraining bij de fysiotherapeut voor claudatio intermittens een waardevol alternatief voor opereren. De bekostiging moet afgestemd zijn op het type zorg. En daarbij moeten we zeker ook nadenken over de vraag of zorg die niet passend is nog vanuit het basispakket van de zorgverzekering vergoed moet blijven worden. In de discussie daarover trekken we samen op met Zorginstituut Nederland.”

Al met al heeft de NZa in haar advies om fundamentele veranderingen. Toch kunnen die binnen het huidige stelsel worden opgepakt, stelt Kursten. “We hebben gereguleerde marktwerking”, verduidelijkt ze. “Dit betekent dat mogelijkheden zijn ingebouwd om bij marktfalen gericht bij te sturen.”

Lees hier de informatiekaart over de bekostiging van (preventieve) innovatie in de eerste lijn.

Lees hier deel 6 van de serie.

De hele serie lezen? Hier vindt u het dossier.