De zomer van preventie: Slotbeschouwing | Preventie is de enige weg voorwaarts

Onder de noemde ‘De zomer van preventie’ publiceerden we de afgelopen weken acht artikelen waarin we dit thema vanuit verschillende invalshoeken belichtten.

Verder lezen? Hier kunt u inloggen.

Onder de noemde ‘De zomer van preventie’ publiceerden we de afgelopen weken acht artikelen waarin we dit thema vanuit verschillende invalshoeken belichtten.

Na een beschrijving van hoe bij het ministerie van VWS de laatste paar jaar een nieuwe wind is gaan waaien – waarin het woord preventie een steeds nadrukkelijker plaats heeft gekregen – kwam als eerste Henk Schers (huisarts en onderzoeker aan Radboudumc) aan het woord. Zijn opmerking dat hij de weerstand onder huisartsen tegen preventie niet goed begrijpt, kwam hem op kritiek van collega’s te staan: “Hij werkt duidelijk niet in een achterstandswijk”. Wij hebben wel wat anders aan ons hoofd dus, Schers heeft makkelijk praten.

Toch is dit kort door de bocht. De stroom naar de huisartspraktijk van patiënten met klachten die feitelijk een achtergrond in het sociaal domein hebben, wordt er immers niet kleiner van. Hen niet adequaat helpen, zorgt er alleen maar voor dat ze steeds terugkomen. Of het leidt – bij verwijzing naar de tweede lijn – tot eindeloos medisch onderzoek zonder resultaat dat de zorgkosten als geheel onder druk zet. Wat op zijn beurt dan weer leidt tot beleidsmaatregelen (lees: bezuinigingen) die de innovatiekracht van zorgaanbieders belemmert, en daarmee alleen maar voor meer zand in de raderen zorgt.

Preventie en financiering

Econoom Marcel Canoy heeft natuurlijk gelijk als hij stelt dat de manier waarop de zorg gefinancierd wordt, ertoe bijdraagt dat de gevestigde zorgpartijen er geen belang bij hebben om werk te maken van preventie. Het is daarom een thema dat om een sterke lobby vraagt, stelt hij. En hij ziet een toenemend aantal bewezen interventies dat kan dienen als basis voor deze lobby.
Preventie wint dan ook wel degelijk terrein, concludeert hij. De bijdragen van de gemeenten, de zorgverzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit aan de artikelenserie bevestigen dit. Gemeenten staan het dichtst bij preventie, stellen ze, en weten dat het daarbij gaat over onderwerpen die heel vaak niet medisch zijn. Daar kunnen zij wat mee voor hun inwoners. En ze vinden daarin in toenemende mate een partner in de zorgverzekeraars. Die hebben in het huidige stelsel een verantwoordelijkheid om de zorgkosten in de hand te houden. Ze weten dat voorkomen daarvoor effectiever is dan genezen en ze weten ook dat de weg naar voorkomen niet in landelijk beleid ligt, maar in een regionale aanpak. De grotestedenproblematiek van Amsterdam of Rotterdam is immers wezenlijk anders dan de problematiek van vergrijzende of leeglopende regio’s als Oost-Groningen of Zeeland. ‘Blauwdrukken bestaan niet’ is in dit verband niet voor niets een gevleugelde kreet geworden.

Preventie in het curriculum

De Nederlandse Zorgautoriteit is het met Canoy eens dat de financiering dan geen beletsel mag zijn. Niet ziekte, maar gezondheid moet het bekostigingsmodel zijn, stelt ze. Niet de gouden sleutel, erkent ze, maar wel de knop waaraan zij kan draaien om te bewerkstelligen dat in de zorg meer betaald gaat worden voor samenwerking en preventie.
Het goede nieuws hierbij is dat de NZa niet de enige partij is die beschikt over een knop waaraan ze kan draaien. Het ministerie van VWS heeft ook de nodige knoppen tot zijn beschikking. En de opstellers van het Raamplan Artsopleiding 2020 hebben er ook een. Dit nieuwe raamplan beschrijft de eindtermen voor de medische opleidingen en daarin vechten twee geboden om de hoofdrol: gij zult aan preventie doen, en: gij zult samenwerken. De opleidingen zijn verplicht hun curricula hierop aan te passen. Gelet op het feit dat dit raamplan tot stand is gekomen met inhoudelijke inbreng van alle betrokken partijen en kan rekenen op instemming van die partijen, is duidelijk dat zij eigenlijk ook niet anders wilden dan dat die twee geboden centraal kwamen te staan. Misschien hadden ze alleen wat druk van buitenaf nodig om de daad bij het woord te voegen. De artikelen in deze serie maken duidelijk dat die druk inmiddels van alle kanten komt. En we weten nu eenmaal dat onder druk alles vloeibaar wordt.

Lees hier deel 8 van de serie.

De hele serie lezen? Hier vindt u het dossier.