Ggz in de eerste lijn: meer gezamenlijk optrekken

Ggz in de eerste lijn: zorg voor thuiswonenden met stevige psychische problemen is een hoofdpijndossier. Samenwerking is noodzakelijk.

In januari 2020 trokken de huisartsen voor het laatst publiekelijk aan de bel. In een gezamenlijke brief van de LHV, InEen en NHG, gericht aan de Tweede Kamer, constateerden ze dat veel van hun patiënten met psychische problematiek “langdurig van de juiste zorg verstoken blijven”. Het was geen nieuw geluid. In de jaren daarvoor, met de herinrichting en ambulantisering van de geestelijke gezondheidszorg, bleek de positie van de huisarts een kwetsbare. De beroepsgroep kan, buiten eigen wil om, onvoldoende voorzien in de behoefte van deze nieuwe patiëntencategorie. In het najaar van 2020 bevestigde de LHV desgevraagd dat dat de ‘ggz-druk’ voor huisartsen niet is afgenomen.

Crux

Floortje Scheepers is hoogleraar innovatie in de ggz aan het UMC Utrecht. Ze noemt de huisarts in de huidige Nederlandse geestelijke gezondheidszorg essentieel, maar benadrukt in dezelfde adem dat de huisarts het niet alleen kan. Voor Scheepers zit in dat ‘niet alleen’ de crux van de problemen in de zorg voor thuiswonende mensen met stevige psychische problemen.

“Het idee is nu dat patiënten moeten worden overgedragen. Dat het óf de ggz óf de huisarts met de poh óf het wijkteam is. Maar het moet juist samen. De poh die af en toe checkt hoe het gaat, de huisarts die bijspringt bij medicatievragen, de sociaal werker die ondersteunt in het dagelijks leven, de psychiater die de patiënt in zijn caseload houdt en dus beschikbaar is, de patiënt die meedenkt over zijn of haar situatie. Juist in het ‘overdragen’ zit het ‘afschuiven’ verborgen.”

Sociaal domein

Dat ‘samen’ wordt onderstreept door Rudolf Keijzer, directeur van Praktijksteun, werkgever van praktijkondersteuners in de ggz en ouderenzorg. Maar makkelijk is het niet. “De gesprekken tussen huisartsen en ggz lopen al langer. Concrete en vaak kleine stappen zijn echter pas van de laatste jaren, terwijl de verandering van de ggz al veel langer gaande is. De huisartsenzorg en het sociaal domein zouden de ‘landingsbaan’ voor de bedden-afbouw in de GGZ moeten zijn, maar dat is niet gebeurd.”

Ggz

Keijzer benadrukt dat er grote regionale verschillen zijn in de kwaliteit van de samenwerking op het vlak van ggz. “Ik constateer dat we als domeinen nog niet aan elkaar gewend zijn geraakt. Dat zie ik wekelijks in overleggen, vooral in de gebruikte taal. Een brede intake betekent in de eerste lijn bijvoorbeeld iets anders dan voor een toegangsteam werkzaam in het sociaal domein.”

Trefwoorden: