‘Patiëntgegevens delen met het wijkteam kan wél’

Patiëntgegevens: uitwisseling ervan tussen professionals uit eerste lijn en sociaal domein geeft hoofdbrekens. Een nieuw ‘beslisinstrument’ kan helpen.

‘Patiëntgegevens delen met het wijkteam kan wél’

In de ‘bubbel’ van huisarts Taco Eisenga was het delen van patiëntgegevens tot voor enkele jaren geen probleem. Het medisch beroepsgeheim en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) zorgden gezamenlijk voor prudente omgang met privacygevoelige informatie. Huisartsen, medisch specialisten, maar ook de professionals in de thuiszorg spraken elkaars taal.

Maar de bubbel van Eisenga veranderde. “Ik zie in de aflopen jaren steeds meer partijen om mij heen, de jeugdverpleegkundige, de maatschappelijk werker, de schuldhulpverlener, de wijkteams in het algemeen. Samenwerking met hen is zinvol. Je moet wel van elkaar op aan kunnen dat je zorgvuldig met vertrouwelijke gegevens omgaat.”

Delen

Eisenga noemt het logisch dat wanneer mensen met een niet-medisch probleem op zijn spreekuur komen, zoals schulden en huwelijksproblemen, “een ander” daarmee aan de slag gaat. “Wil je die ander inschakelen, dan moet je diegene wel iets kunnen meegeven. Maar wat wel en wat niet? Alleen al het gegeven dat je een andere professional wil betrekken en de manier waarop, wil je delen met je patiënt. En is het vervolgens bijvoorbeeld wel of niet relevant te melden dat de moeder van een kind dat naar de jeugdverpleegkundige gaat borstkanker heeft?”

Professionele terughoudendheid

Gezamenlijke overleggen, met professionals uit verschillende domeinen aan één tafel, vragen nog meer omzichtigheid. “Ik ben betrokken geweest bij een schooladvies-team. Ik ben dan slechts toehoorder. Ik geef geen informatie, maar wat ik daar hoor is voor mij wellicht wel belangrijk om mee te wegen in mijn werk.” Die professionele terughoudendheid ziet Eisenga in verschillende mate ook bij de andere professionals. “Alle betrokkenen hebben gegevens en al die betrokkenen hebben een werkrelatie met de patiënt of cliënt. Voorzichtigheid is dan logisch. Dat is niet zozeer hinderlijk, maar wel zoals het is. Je werkt met mensen die je nog niet goed kent, waarvan je niet goed weet hoe zij met vertrouwelijke informatie omgaan, wat hun regels zijn. En voor mij is het vertrekpunt: beroepsgeheim is beroepsgeheim.”

“Onwennigheid”. Zo typeert Eisenga de ontstane werksituatie nu zorg en sociaal dichter op elkaar kruipen. “Het risico is dan eerder dat je juist te weinig dan te veel informatie met elkaar deelt, waar de patiënt dus schade van ondervindt.”

Beslisinstrument

In het afgelopen jaar werkte jurist Jolanda van Boven samen met huisarts Eisenga en Proscoop, de regionale ondersteuningsstructuur voor de eerste lijn in Noordoost-Nederland, aan een ‘beslisinstrument privacy en gegevensdeling bij samenwerking tussen zorg en welzijn’. De ontwikkelde methodiek is een stappenproces met de vraag ‘Wat is je doel?’ als essentie. Hier vindt u de leeswijzer van het beslisinstrument.

Van Boven: “Professionals vragen ‘Mag ik informatie delen?’ en willen daar dan ja of nee op horen, maar zo werkt het niet. Het gaat erom dat je vanuit je doel kan laten zien dat je als professionals door het hele proces van afwegen zorgvuldige stappen hebt gezet.” Volgens Van Boven is het essentieel dat professionals zich partij voelen, zich betrokken weten. “Niets doen is ook een keuze waar je verantwoordelijk voor bent.”

Patiëntgegevens

De casuïstiek rondom patiëntgegevens ligt voor het oprapen. Van Boven: “Neem iemand met psychische en somatische problematiek die ook nog huurachterstand heeft. Zo iemand kan uit zijn huis gezet worden doordat professionals niet bereid zijn informatie te delen. Privacy is belangrijk, maar niet bedoeld, ook niet door de wetgever, om iemand niet te helpen.”