Event Abonneren
×

Gerichte aandacht nodig voor valpreventie

Het kenniscentrum letselpreventie VeiligheidNL stelt dat veel te winnen is met gerichte valpreventie voor ouderen. De aandacht hiervoor is nu versnipperd en dat leidt tot individueel leed dat kan worden voorkomen en tot hoge zorgkosten.

Gerichte aandacht nodig voor valpreventie

Waarom vallen oudere mensen? Dat kan allerlei oorzaken hebben, stelt Wietske Hoekstra, consultant valpreventie bij VeiligheidNL: onderliggende aandoeningen, voetproblemen, medicatiegebruik, achteruitgang in de mobiliteit, verminderd zicht, en de spreekwoordelijke kleedjes op gladde vloeren. “Vaak is het een combinatie van factoren”, zegt ze, “en juist dat is waarom een multidisciplinaire aanpak nodig is. In de huidige praktijk zijn de valpreventie activiteiten versnipperd en vaak onbekend bij de doelgroep. Daarnaast is er geen structurele financiering voor valpreventie. Het vraagt om betrokkenheid vanuit verschillende domeinen, zoals gezondheid, welzijn en zorg. Dit betekent dat het belangrijk is om lokaal te kijken met wie je allemaal kunt samenwerken en hoe je slim gebruik kunt maken van bestaande financieringsmogelijkheden.  En ouderen zoeken vaak geen hulp omdat ze het risico niet zien of denken dat vallen gewoon hoort bij het ouder worden.”

Hoekstra is dan ook verheugd over het feit dat de aandacht voor vitaal ouder worden toeneemt en dat het onderwerp expliciet wordt benoemd in de Landelijke nota publieke gezondheid. “Dat is ook terecht”, zegt ze, “want de eerste val geeft niet alleen een verwonding maar zorgt ook voor een cascade aan effecten zoals angst voor bewegen, verminderde mobiliteit en sociaal isolement. Bovendien drukken valincidenten erg op de zorg. Niet alleen op de spoedeisende zorg, maar ook op de verpleeghuiszorg als een tijdelijke opname nodig is en op de revalidatiezorg. Daarnaast drukken valincidenten op de Wmo en op de mantelzorgers.”

Gerichte interventie

Toch is de huidige aandacht voor het onderwerp valpreventie nog niet voldoende, stelt Hoekstra. Wat nodig is, is gerichte interventies. Valincidentie brengen behalve persoonlijk leed hoge zorgkosten met zich mee. Bij gelijkblijvende incidentie lopen deze door de vergrijzing op van 780 miljoen euro in 2013 tot 1,3 miljard in 2030, becijferde VeiligheidNL. “Er zijn voldoende effectieve interventies waarmee het aantal valincidenten sterk kan worden teruggebracht”, zegt ze. “Het effectief benutten daarvan vraagt om lokale of regionale netwerken. En om een kartrekker die de verantwoordelijkheid hiervoor op zich neemt. De huisartspraktijk is een goede vindplaats voor mensen met een verhoogd valrisico. Maar ook andere zorgprofessionals zoals de apotheker of de thuiszorgmedewerkers kunnen een rol spelen in het signaleren van ouderen met een verhoogd valrisico. De poh’er ouderenzorg kan een belangrijke rol spelen.”

Jaarlijkse screening

In het ideale scenario worden ouderen ieder jaar op hun valrisico gescreend, dit kan bijvoorbeeld in de huisartspraktijk. “Een groot deel van de 109.000 ouderen die jaarlijks na een val op de afdeling spoedeisende hulp van het ziekenhuis terechtkomen, had dat risico al”, zegt Hoekstra. “Voor het ik kaart brengen van de risicofactoren hebben we samen met experts en zorgverleners de valanalyse ontwikkeld, met dertien risicofactoren op basis waarvan een zorgprofessional het valrisico bij ouderen kan inschatten en analyseren. Met praktische adviezen en verwijsmogelijkheden kunnen de ouderen met een verhoogd risico verder worden geholpen. iemand kan bijvoorbeeld worden verwezen voor een valpreventieve beweeginterventie die speciaal door de doelgroep is ontwikkeld. Die screening kan de poh’er doen, maar ook een ergotherapeut, fysiotherapeut of wijkverpleegkundige.”

Veel zorgverzekeraars vergoeden de beschikbare interventies – al dan niet deels – via de aanvullende verzekering. En voor mensen voor wie de eigen bijdrage een probleem is, hebben gemeenten soms wel potjes waarop zij aanspraak kunnen maken.

Kwetsbaarheid beperken

Een voorbeeld van een beweeginterventie is In balans, gebaseerd op tai chi en gericht op bewustwording van het lichaam. “Maar er zijn er meer”, zegt Hoekstra, “en er zijn ook meer professionals die een rol kunnen spelen in valpreventie. Denk aan een ergotherapeut, die ook aan huis kan komen om te bezien hoe het huis is ingericht. Een apotheker voor medicatie review, een podotherapeut bij voetproblemen of een opticien bij oogproblemen. En een buurtsportcoach om na een valinterventie te zorgen dat een oudere blijft bewegen.”

In dit lijstje ontbreekt de specialist ouderengeneeskunde, die op het gebied van advance care planning toch ook een rol kan spelen in de eerste lijn. “Een niet te onderschatten rol”, zegt Hoekstra. “Maar de specialist ouderengeneeskunde richt zich met name op de kwetsbare oudere en in dat woord ‘kwetsbaar’ zit een gradatie. Als ouderen al kwetsbaar zijn kan de specialist ouderengeneeskunde zeker een rol spelen, maar je wilt ouderen nu juist eerder bereiken, om eerder te sturen op de spierkracht en flexibiliteit die de mate van kwetsbaarheid kunnen beperken.”

Het is vrij eenvoudig om een eerste selectie te maken voor het bepalen welke ouderen een verhoogd valrisico lopen. Dit kan op basis van twee vragen: ‘Bent u in het afgelopen jaar gevallen?’ en ‘Heeft u moeite met bewegen, lopen of balans houden?’. “Twee maal ja of al meer dan één keer gevallen betekent een verhoogd valrisico en is dus een indicatie voor een verwijzing naar een zorgverlener om een valanalyse uit te laten voeren om zo gerichte adviezen te geven. ”, zegt Hoekstra. “Signalering is ook heel belangrijk om meer bewustwording te creëren bij ouderen.”

Voorlichting en deskundigheidsbevordering

Bewustwording creëren vraagt om voorlichting. “Die kan in het kader van de Wet publieke preventie van gemeenten komen”, zegt Hoekstra. “Maar ook ouderenbonden kunnen een rol spelen, KBO/PCOB organiseert bijvoorbeeld bijeenkomsten op dit gebied. En zorgprofessionals moeten deskundigheidsbevordering krijgen. Onvoldoende kennis kan ertoe leiden dat de focus ligt op makkelijk uit te voeren – eenmalige – voorlichtingsactiviteiten in plaats van effectieve interventies, of dat valpreventie activiteiten niet worden uitgevoerd zoals bedoeld.  Gelukkig zijn er al wel steeds meer goede voorbeelden, zoals Amsterdam laat je niet vallen, een stadsbrede aanpak inclusief scholing van professionals. In Utrecht bestaat vanuit de innovatiegelden van de zorgverzekeraars ook gerichte aandacht voor het onderwerp. Zo zijn er meer voorbeelden. Onze website biedt een overzicht van goede praktijkvoorbeelden. Maar voor veel projecten die worden ontwikkeld geldt helaas wel dat ze stoppen op het moment dat de subsidiepot leeg is. Er zou meer structurele aandacht moeten zijn.”