Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg: de tussentijdse evaluatie

Het Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg is tussentijds tegen het licht gehouden. Een interview met Maarten Klomp, huisarts en bestuurslid van InEen.

Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg: de tussentijdse evaluatie

In 2019 werd het tweede Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg gesloten. Het onderwerp dat in het akkoord in de woorden van Maarten Klomp “met stip op één” staat, is het versterken van de organisatie en infrastructuur, de O&I, in de eerste lijn. “De organisatiestructuur in de eerstelijnszorg blijft achter”, legt hij uit. “In het verlengde hiervan ligt de noodzaak om meer werk te maken van digitalisering. Andere speerpunten zijn meer tijd voor de patiënt, acute zorg, arbeidsmarkt en regeldruk.”

Tussentijdse evaluatie

Belangrijke vraag is of de afspraken voor deze speerpunten worden nagekomen. “Niet voor niets hebben de partijen die het akkoord hebben getekend daarbij afgesproken een mid term review te laten uitvoeren”, vertelt Klomp. Deze tussentijdse evaluatie, verricht door de Rebel Group, toont hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan de afspraken.

“Ook hier staat de O&I met stip op één”, zegt Klomp, “omdat de investering hierin achterblijft, ondanks de goede voornemens en de zaken die gelukkig ook wel tot stand zijn gebracht. Op beleidsmatig niveau plannen maken lukt prima, maar die moeten wel hun beslag krijgen in de uitvoering, in afstemming tussen onze organisaties en de zorgverzekeraars. We zien helaas dat die op veel plekken toch nog onvoldoende investeren in versterking van de O&I.”

Digitalisering

Hij voegt toe: “In de eerstelijnszorg wordt vier of vijf procent in infrastructuur geïnvesteerd. In vergelijkbare branches is dit meer dan twintig procent. De slagkracht van de eerste lijn blijft hierdoor minder, terwijl die juist een deel van de oplossing kan zijn om de ontwikkeling van de zorgkosten in de hand te houden.” Het speerpunt digitalisering ligt in het verlengde hiervan. “Ook daarin blijven we achter als sector”, zegt Klomp. “Maar investering erin is essentieel, ook gelet op het verwachte tekort aan arbeidskrachten.”

Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg

Het speerpunt ‘meer tijd voor de patiënt’ bewijst in pilots zijn waarde. “Het is nodig nu we in de eerste lijn steeds meer complexe patiënten zien”, vertelt Klomp. “Het mooie is dat de zorg er niet duurder van wordt, omdat pilots aantonen dat het tot minder verwijzingen en minder diagnostiekaanvragen leidt. De Rebel Group stelt daarom in haar tussenrapportage van het Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg: rol dit landelijk uit met dezelfde combinatie van landelijke en regionale ondersteuning, zoals dat bij OPEN is gebeurd. InEen en de LHV steunen deze aanbeveling. Inmiddels zijn we hierover in gesprek met de zorgverzekeraars.”