Event Abonneren
×

Letselschade: Wmo voorziening of verzekeringsclaim?

Het is mogelijk dat iemand Wmo ondersteuning nodig heeft vanwege beperkingen die door de schuld van een ander zijn ontstaan. Maar hoe zit het als diegene ook al met succes de tegenpartij aansprakelijk heeft gesteld voor de letselschade die is ontstaan? Kan hij dan ook nog in aanmerking komen voor een Wmo maatwerkvoorziening?

Letselschade: Wmo voorziening of verzekeringsclaim?

Letselschade veroorzaakt na 2018

Laat ik voor het antwoord op die vragen beginnen met de meest eenvoudige situatie: de letselschade van de cliënt is veroorzaakt na 2018 en de tegenpartij heeft aansprakelijkheid erkend. Op basis van rechtspraak onder de Wmo (2007) mag je dan verwachten dat de cliënt alle te voorziene kosten meeneemt in de letselschadeclaim (zie bijvoorbeeld CRvB 19-06-2013, ECLI:NL:CRvB:2013:776). Als de cliënt toch een aanvraag doet bij de Wmo, is dus niet van belang of de gevraagde voorziening daadwerkelijk is meegenomen in de letselschadeclaim. Voldoende is dat cliënt de keuze heeft gemaakt om de verzekeraar aan te spreken en de kosten voor de voorziening daarin mee had kunnen nemen. Er wordt dan dus geen Wmo voorziening toegekend.

Ingewikkelder wordt het als iemand een beroep doet op de Wmo en de beperkingen zijn ontstaan door een ongeval dat al voor 2019 heeft plaatsgevonden.

Letselschade veroorzaakt voor 2019

Ingewikkelder wordt het als iemand een beroep doet op de Wmo en de beperkingen zijn ontstaan door een ongeval dat al voor 2019 heeft plaatsgevonden. Sinds 1 januari 2015 heeft de gemeente zelf namelijk ook de mogelijkheid om de kosten van een maatwerkvoorziening te verhalen op degene die de beperkingen heeft veroorzaakt. Dit heet regresrecht. Omdat het regresrecht ingewikkelde procedures met zich meebrengt, sloten de VNG en het Verbond van Verzekeraars in de jaren 2015-2018 een convenant waarmee het werd afgekocht. Toen de verzekeraars echter duidelijk werd dat zij cliënten niet konden dwingen om zich te wenden tot het Wmo-loket, besloten zij vanaf 2019 geen convenant meer aan te gaan. Wel beperken de convenanten het regresrecht ook na 2018. In het convenant is namelijk afgesproken dat regres is uitgesloten voor het jaar waarop het van toepassing is, maar ook voor kosten die de gemeente maakt na afloop van het convenant als de schadeveroorzakende gebeurtenis voor 2019 heeft plaatsgevonden.

De vraag is nu of deze afspraak ook gevolgen heeft voor de situatie waarin het ongeval voor 2019 heeft plaatsgevonden, de cliënt de verzekeraar met succes heeft aangesproken en zich vervolgens ook bij het Wmo-loket meldt. Op basis van de informatie tot dusver, kun je stellen van niet. De cliënt is niet gebonden aan het convenant en heeft ook nu dus nog de keuze om zijn schade te verhalen via de privaatrechtelijke weg of een beroep te doen op de Wmo. De eerdere jurisprudentie van de CRvB onder de Wmo is naar mijn idee daarom ook hier van toepassing. Als de cliënt de verzekeraar aanspreekt, heeft hij nog steeds de mogelijkheid om alle kosten mee te nemen in de letselschadeclaim. De verzekeraar mag hem niet verplichten de voorziening bij de gemeente aan te vragen. Dit is immers voor de verzekeraars ook de reden geweest het regresrecht niet meer af te kopen.

Er schuilt echter een addertje onder het gras. In het convenant staat namelijk dat gemeenten die te maken krijgen met een slachtoffer dat aanspraak maakt op een Wmo voorziening, verantwoordelijk zijn voor de verstrekking ervan als uit hun onderzoek blijkt dat deze voorziening noodzakelijk is. Hieruit kun je afleiden dat als het convenant van toepassing is en de noodzaak van de voorziening vast staat, gemeenten geen mogelijkheid hebben om deze af te wijzen.

Je kunt erover twisten wat leidend is in deze situaties. Ik neig naar de mogelijkheid voor de cliënt om de benodigde voorziening mee te nemen in de letselschadeclaim en voor de gemeente dus om de aanvraag in bepaalde situaties af te wijzen op basis van ‘eigen kracht’. Tegelijkertijd heeft de VNG (namens de gemeenten) natuurlijk wel ingestemd met de afspraken uit het convenant en zijn gemeenten hier dus aan gehouden. Ook ga ik er vanuit dat er in de afkoopsom rekening is gehouden met de doorwerking van het convenant.

Wachten op jurisprudentie

Uit vragen aan onze helpdesk blijkt dat veel gemeenten worstelen met het regresrecht en de werking van het convenant. We kunnen bij de beantwoording nog niet altijd met zekerheid zeggen hoe een rechter zou oordelen. Het zou dus in elk geval mooi zijn als hier in de jurisprudentie een keer duidelijkheid over komt.

Inge Scherpenzeel
Eindredacteur WMO

Dit is een bijdrage van onze partner Wolters Kluwer

Lees hier meer artikelen van Wolters Kluwer