Event Abonneren
×

Ggz in de huisartsenzorg: toekomstvisies InEen en LHV

Ggz in de huisartsenzorg: Guus Jaspar (LHV) en Maarten Klomp (InEen) schetsen beiden hun toekomstvisie.

Ggz in de huisartsenzorg: toekomstvisies InEen en LHV

“De ggz is momenteel een stand alone in elk domein voor zich’, constateert Guus Jaspar, algemeen bestuurslid van de LHV. “Voor de toekomst is het belangrijk dat we de zorg goed rondom de ggz-patiënt regelen, over de domeinen heen. Daarbij is het nodig om te weten wat ieders rol en kunde is en welke ggz-vraag bij wie hoort.”

InEen-bestuurslid Maarten Klomp vult aan: “We moeten niet alleen maar mopperen over de wachtlijstproblematiek in de specialistische ggz, hoe vervelend die ook is. Ook wij, als huisartsen, moeten onze zorg moderniseren. Vanuit de regionale huisartsenorganisaties werk maken van eHealth en digitale zorg. Ook groepszorg door poh’s kan goed werken, bijvoorbeeld bij verslaving. En mensen die zelf ggz hebben gehad hun ervaringsdeskundigheid laten inzetten in de eerste lijn. Zodat wij sneller, beter, en meer mensen kunnen helpen.”

Wachtlijsten struikelblok

Op dit moment is de wachtlijstproblematiek in de specialistische ggz nog een groot struikelblok. Jaspar: “Door de bezuinigingen in de tweedelijns-ggz zien wij als LHV dat capaciteitsproblemen en wachtlijstproblematiek van de sggz bij de huisarts worden neergelegd.” Hierbij gaat het vaak mis tijdens de ANW-uren, waarbij de goed bereikbare huisarts het eerste aanspreekpunt is. “Voor huisartsen is het belangrijk dat de spoedzorg goed bereikbaar voor hen is, bijvoorbeeld bij EPA-patiënten. Dit gaat om complexe zorg waarbij ruggenspraak houden belangrijk is. Bijvoorbeeld om te kunnen schakelen met medicatie, maar ook snel terug te kunnen verwijzen. Maar doorgaans is het lastig om een ggz-behandelaar aan de telefoon te krijgen.”

Klomp: “De poh-ggz en poh-jeugd zijn een enorme aanwinst in de huisartsenpraktijk, maar een deel van deze capaciteit is inmiddels opgesoupeerd door de wachtlijstoverbrugging. Als huisarts wil je mensen toch niet laten vallen. Daardoor zijn wij als huisartsen onvoldoende bereikbaar voor mensen met lichte tot matige klachten, waar we eigenlijk voor bedoeld zijn. Juist in deze coronatijden zijn er meer mensen die zich slechter voelen en daarom een beroep doen op huisartsen.”

Ggz

Ook volgens de ideeën van ‘De Nieuwe GGZ’ zou er juist meer ggz moeten worden verleend vanuit de wijk. Klomp: “Aanpakken in plaats van onnodig lange diagnostische trajecten, en daarbij ingeving en socialisatie centraal. Dat kan beter in de wijk dan in duurdere tweedelijnsinstellingen. Haal deze expertise de wijk in, samen met de huisartsen, de praktijkondersteuners en het sociaal wijkteam, en bied samen zorg dicht bij de mensen.”

Auteur: Betty van Wijngaarden

Trefwoorden: