Event Abonneren
×

Jacobine Geel over de uitgestoken hand van de Nederlandse ggz

Jacobine Geel, voorzitter van de Nederlandse ggz, beklemtoont het belang van samenwerking met huisartsen en sociaal domein.

Jacobine Geel over de uitgestoken hand van de Nederlandse ggz

De naamsverandering van GGZ Nederland naar de Nederlandse ggz in 2020 onderstreept hoezeer voor de ggz samenwerking het uitgangspunt vormt, stelt voorzitter Jacobine Geel. Ze benadrukt hoe waardevol het is dat die samenwerking zich niet beperkt tot de huisartsen en ggz-aanbieders, maar dat ook het sociaal domein daarin steeds duidelijker een plaats begint te krijgen.

Het andere gesprek

Over de eerste lijn zegt Geel: “Onze partner bij uitstek.” En verder: “Ik zie hoezeer de druk op de huisartspraktijken is toegenomen. Daarom begrijp ik ook dat de huisartsen voor zichzelf de kernwaarden generalistisch en gezamenlijk hebben geformuleerd. Je hoeft niet alles alleen te doen. Maar als je concludeert dat je ergens niet van bent, is het wel waardevol als die constatering niet het einde van het gesprek is, maar het begin van een ander gesprek.”

Een goed voorbeeld hiervan is het wachttijdenoverleg. “Daarover zitten we nu aan tafel met de LHV en InEen”, zegt Geel. “Heel belangrijk, omdat we daarmee kunnen afspreken wat je voor iemand kunt doen om de wachttijd in de ggz te overbruggen. De huisarts is daarin voor ons een belangrijke partner.”

De sociale context

Dat de uitgestoken hand ook naar het sociaal domein wijst, noemt Geel “misschien wel dé ontdekking van recente datum. Dat het niet alleen om de as van huisartsen en ggz gaat dus, maar dat het begint bij de mens in zijn sociale context en dat je van daaruit kijkt wat de best passende hulp is op welk moment. Daarin moeten we elkaar als partijen vinden, dat is de basis om waarde te kunnen toevoegen aan de samenleving.”

Jacobine Geel

Het belang van de koppeling tussen zorg en sociaal domein is groot, stelt Jacobine Geel. “Een huisarts die bij het vermoeden van een psychische kwetsbaarheid of psychiatrische klacht de patiënt verwijst, zet in één keer de grootste stap”, legt zij uit. “Het verschil is groot met de huisarts die mogelijk ook sociale problematiek ziet waarop ook moet worden geacteerd en misschien zelfs wel het eerst. Van die laatste word ik heel blij, want met een verwijzing naar de ggz weet de huisarts niet wat vervolgens met die patiënt gebeurt en als hij terugkomt in de praktijk ook niet altijd wat er is gebeurd. Met het werk dat we hebben verzet om tot een warme overdracht te komen, is hierin al veel gewonnen. De volgende stap is nu samen de verbreding zoeken.”