Congres Abonneren
×

Private investeerders kopen huisartsenpraktijken

Private investeerders zijn geïnteresseerd geraakt in huisartsenpraktijken. Jan-Erik de Wildt duidt deze trend.

investment private investeerder

Waarom zijn private investeerders geïnteresseerd geraakt in huisartsenpraktijken? Een aantal overwegingen. De feminisering leidt tot meer vrouwelijke deeltijdshuisartsen met naar schatting een werkweek van circa 24 uur en met een focus op ‘huisarts zijn’ en minder op ondernemerschap. Dat laatste is ook steeds ingewikkelder geworden. Na de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006 is er steeds meer ondersteunend personeel waarvoor praktijkhouders verantwoordelijk zijn. Tegelijk zijn er arbeidsmarktproblemen, huisvestingsvraagstukken, ict-investeringen en dat alles onder een steeds verder oplopende zorgvraag, kortere ligduur in ziekenhuizen en extramuralisering van de ouderzorg. En dan ook nog innoveren? Ga er maar aan staan.

Daarnaast is het de vraag of huisartsen ‘van harte’ ondernemers zijn. Representatief onderzoek uit 2008 wees daar niet op. Hoewel dit onderzoek niet is herhaald, zou het geen verbazing wekken als huisartsen zichzelf steeds vooral zorgaanbieders vinden. 

Groeien

Tegelijk is flink in de huisartsenzorg geïnvesteerd. Het macrobudget huisartsenzorg wordt niet volledig benut, toch is er een stijging te zien van de totale uitgaven hierin. Vooral door de implementatie van de chronische zorgprogramma’s diabetes, COPD en CVRM sinds 2008 en recenter in de ggz en ouderzorg. En het aanstellen van praktijkmanagers. Dat was nodig, maar tegelijk kunnen vragen worden gesteld over het (optimale) rendement van deze investeringen. De (niet meer zo) kleinschalige huisartsenpraktijken zijn gebleven. Weliswaar verenigd in samenwerkingsverbanden als zorggroepen of regionale huisartsenorganisaties, maar er is nog steeds een mandaatprobleem dat het tempo in de noodzakelijke (collectieve) veranderingen en investeringen in de bedrijfsvoering belemmert. 

Groeiende praktijken

Tot slot is er wel een pleidooi voor kleinere normpraktijken, maar dat is praktisch niet realiseerbaar. Nu al bestaat (regionaal) een fors tekort aan huisartsen, dat door uittreders en feminisering verder zal oplopen. En de druk op de huisartsenzorg stijgt alleen maar door de cumulatieve druk vanuit de ziekenhuizen, ggz, jeugdzorg, ouderenzorg en het sociaal domein. Daarom heeft praktijkverkleining vooral een economisch motief: huisartsenbekostiging is voor een groot deel gekoppeld aan het aantal normpatiënten; hoe kleiner de normpraktijk is, hoe hoger het inkomen per patiënt voor de eigenaar. Praktijken zullen dus eerder groeien dan krimpen.

Private investeerders

Dan de private investeerders. Zij zetten in op schaalvergroting middels ketens. Gezien de demografische ontwikkelingen is de gezondheidszorg een bestendige groeimarkt. Een behoudende prognose van de geldstroom die gemoeid is met deze ketenvorming: in de komende twee jaar is minimaal 200 miljoen euro beschikbaar voor de Nederlandse huisartsenpropositie. Met pakweg 5.000 praktijken komt dit neer op gemiddeld 40.000 euro per praktijk. Als tien procent geïnteresseerd is, betekent dat gemiddeld 400.000 euro voor een overname. Met een jaaromzet van 400.000 euro, een salaris voor een voltijdshuisarts van 150.000 euro en 150.000 euro voor overige kosten, kan een jaarlijkse marge worden behaald van 100.000 euro. Exclusief winstoptimalisatie en verbetering van efficiency. Oftewel: een terugverdientijd van vier tot vijf jaar. En daarbij – op termijn – de extra schaalvoordelen van duizenden euro’s per praktijk per jaar. Gaat het om gezondheidscentra, dan geldt een andere berekening, want daarmee zijn verschillende disciplines gemoeid.