Event Abonneren
×

Digitalisering oplossing of doodsteek voor de huisartsenzorg?

De continuïteit van de huisartsenzorg staat onder druk. Waar de een een gedeeltelijke oplossing ziet in digitalisering, is de ander juist bevreesd dat hierdoor de kernwaarde van het huisartsenvak alleen nog maar meer onder druk komt te staan. Een viergesprek.

Afgelopen juni vond tijdens het online congres van ICT&Health de lancering plaats van Arene, een digitale huisartspraktijk voor iedereen zonder eigen huisarts. Bij Arene worden zoveel mogelijk zorgvragen via digitaal contact afgehandeld. Is wel fysieke beoordeling van de patiënt nodig, dan werkt Arene daarvoor samen met reguliere huisartsenpraktijken in de directe woonomgeving van de patiënt. 

De berichtgeving leidde op social media tot een storm aan reacties en die waren niet altijd positief. Een sentiment dat gekleurd werd door het nieuws dat zich rond dezelfde tijd afspeelde rond Quin Dokters. Het initiatief van Quin om via eigenaarschap van praktijken de huisartsenzorg vergaand te digitaliseren, leidde tot dermate negatieve reacties van patiënten dat de opzet volledig mislukte en de Inspectie voor Gezondheidzorg en Jeugd aanklopte. Op Twitter reageerde bijvoorbeeld huisarts Nico Terpstra uiterst kritisch op zowel Quin als Arene. Ook huisartsen Derk Runhaar en Bart Timmers lieten zich in de hierop volgende discussie niet onbetuigd. Reden om hen alle drie eens met Jasper Schellingerhout, één van de initiatiefnemers van Arene, in gesprek te brengen. 

Ontstaan uit noodzaak

Schellingerhout laat er in het gesprek met Terpstra, Runhaar en Timmers geen misverstand over bestaan dat Arene géén Quin is en dat zijn ultieme droom is dat zijn initiatief overbodig zal worden. Hij legt uit dat Arene is ontstaan vanuit het huisartsenteam De Keen in Etten-Leur, waar hij samen met twee andere initiatiefnemers, Lennard van Dongen en Jan Frans Mutsaerts,  huisarts is en waar sinds de start met het aanbieden van digitale diensten inmiddels bijna twee derde van de 12.500 patiënten van die digitale diensten gebruikmaakt. In die online huisartsendiensten zagen zij een mogelijkheid om mensen zonder huisarts van zorg te voorzien.

“Wij zijn begonnen met Arene omdat we een huisartsentekort zien en omdat als gevolg daarvan mensen geen eigen huisarts hebben”, vertelt Schellingerhout. “Dit is een probleem dat verspreid over Nederland op meerdere plaatsen voorkomt. We zien ook studenten in de grote steden die hun huisarts in de plaats van herkomst behouden. Soms adviseren de zorgverzekeraars ook om dit te doen. Daarnaast zijn er de 1,2 miljoen mensen die vanuit andere landen – al dan niet tijdelijk – naar Nederland zijn gekomen. Een heel groot deel van hen heeft geen eigen huisarts. Wij onderscheiden ons van andere aanbieders in het huisartsendomein die primair digitaal zorg aanbieden zoals Quin, Flexdokters en DocLine in die zin dat wij de enige echte online aanbieder in dit veld zijn. We hebben namelijk geen fysieke locaties. We willen dan ook solidariteitsafspraken maken met de gevestigde huisartspraktijken in de regio’s waar de patiënten zonder huisarts zich bevinden. Deze praktijken dragen nu, naast de zorg voor de patiënten die bij hen staan ingeschreven, op ad hoc basis ook zorg voor de mensen zonder huisarts. Wij  willen hen tegemoet komen. Dit doen we door patiënten zonder huisarts digitaal te helpen voor zover dit mogelijk is. Als we zo drie of vier van iedere tien ad hoc consulten kunnen afvangen, verlichten we de druk op die praktijken. Maar we zien de digitalisering dus wel als middel, niet als op zichzelf staand doel. Bovendien zijn wij een initiatief van huisartsen, geen private equity met een uitgedacht verdienmodel.”

Eerste reacties

Timmers staat niet negatief tegenover Arene. Eerder had hij al op Twitter gesteld dat het ontstaan van een dergelijk initiatief mede mogelijk is geworden omdat de huisartsen ‘het zelf echt veel te lang hebben laten liggen. Hybride praktijken hadden de norm al moeten zijn’. In het gesprek zegt hij: “Dit spreekt mij aan. Zelf werk ik met het platform ArtsOnline. Ook dat zie ik als een initiatief van huisartsen die meedenken over het oplossen van problemen waarmee we allemaal worden geconfronteerd. En je kunt ook echt niet meer zeggen dat je niet gelooft in digitale zorg, dat is net zoiets als zeggen dat je niet gelooft in mail. Als ik op vakantie ga, gaat de zorg in mijn praktijk gewoon digitaal door. De waarnemer van dienst handelt dan de zaken af waartoe hij zich bekwaam voelt en zegt in andere gevallen tegen de patiënt dat hij een probleem even laat liggen tot ik weer terug ben.” 

Runhaar zegt Arene “wel sympathiek” te vinden en Schellingerhout te geloven als die stelt dat het zijn ideaal is Arene overbodig te maken. Maar: “Ik vrees toch dat het een pleister wordt waardoor we de wond niet meer zien.”

Terpstra is het meest uitgesproken negatief. “De toenemende digitalisering zal de doodsteek van de huisartsenzorg worden”, zegt hij. “Begrijp me goed, ik ben niet tegen digitale toepassingen, van thuisarts.nl heb ik absoluut voordeel. En kijk ook naar de Facebook-groep Covid-19 NL artsen die ik heb opgericht en beheer en waar inmiddels 3.100 artsen samenkomen voor het bespreken van alle aspecten van de zorg rondom Covid-19. Kortom, ik ben een grote voorstander van een zachte vorm van technologie-toepassing in dienst van de – al dan niet praktijkhoudend – huisarts. Maar ik ben ervan overtuigd dat heel andere dingen moeten gebeuren dan digitalisering over de hoofden van de huisartsen heen om te zorgen dat het huisartsenvak zijn unieke waarde blijft behouden, namelijk praktijkverkleining realiseren en de dagzorg loskoppelen van de ANW-zorg. Ik ben ervan overtuigd dat dit tot meer praktijkhouderschap zal leiden.”

Kwetsbare regio’s

En daarmee ligt de discussie open. Om te beginnen over praktijkhouderschap. Runhaar ziet in de aanpak van Arene het gevaar dat huisartsen via de aanpak van dit bedrijf voldoende aanbod krijgen van patiënten die geen eigen huisarts hebben, dat huisartsen niet meer hoeven na te denken over vestiging in een van de minder aantrekkelijke regio’s van het land zoals Zeeland of Drenthe. Schellingerhout reageert: “Je bedoelt: als wij ze in Amsterdam genoeg werk bezorgen gaan ze niet naar die regio’s waar tekorten aan huisartsen dreigen of al bestaan? Dat kan inderdaad. Maar die regio’s die je bedoelt zijn ook nu al voor veel jonge huisartsen niet aantrekkelijk voor vestiging. Ze zien het zelf niet zitten, ze weten dat ze er meteen in een crisissituatie belanden en hun partners willen ook niet naar zo’n regio verhuizen. Je kunt ook zeggen dat de digitale ondersteuning die wij bieden het aantrekkelijker maakt om wel in zo’n regio aan de slag te gaan omdat wij een deel van de werkdruk wegnemen.”

Timmers ziet een ander scenario voor die regio’s als Zeeland of Drenthe, waarin digitalisering ook een rol heeft. “Als je daar als huisarts niet wilt gaan wonen, is het nog steeds wel denkbaar dat je daar één of twee dagen in de week wilt werken om problemen te ondervangen, waarbij de rest van de zorg die nodig is dan digitaal kan worden geregeld. Ik heb echt wel ouderwetse opvattingen over het vak hoor, maar ik zie ook in dat die inderdaad ouderwets beginnen te worden. We kunnen beter mee bewegen of dingen oppakken dan het aan de Quins over te laten.”

Schellingerhout knikt en zegt: “Het is ongehoord dat mensen geen huisarts hebben.” Runhaar plaatst hier een kritische kanttekening bij: “Wanneer heb je een huisarts? Ik vind dat je een huisarts bent voor je patiënt als je verantwoordelijkheid neemt en een band opbouwt met je patiënten. Digitalisering leidt ertoe dat de continuïteit van de huisartsenzorg wordt opgeknipt. Je krijgt als patiënt steeds een ander op je beeldscherm.” Schellingerhout brengt hier tegenin dat ook in de fysieke praktijk het begrip continuïteit al aan het veranderen is, met het groter worden van huisartsenpraktijken en de komst van poh’ers. “Maar ook digitaal heb ik nog steeds mijn eigen patiënten. Het is precies zoals een groepspraktijk is opgebouwd.” Timmers reageert hier nuchter op. “Een deel van de patiënten zit ook helemaal niet te wachten op de vertrouwde huisarts”, zegt hij. 

De patiënt kennen

Maar zoals Timmers even eerder al aangaf, is hij voldoende ‘ouderwets’ om het belang van het kennen van de patiënt te onderkennen. Zowel Runhaar als Terpstra springen daar ook direct op in als Schellingerhout zegt: “Je zou ook kunnen zeggen dat de functionaliteit van digitale zorg een breder spectrum biedt om klachten van patiënten af te handelen. Runhaar: “Nee want je kent die patiënten niet.” Schellingerhout: “De medische voorgeschiedenis en anamnese levert Arene juist aan de huisarts die wordt ingeschakeld als dit nodig is voor de vraag die de patiënt heeft.” Terpstra: “Maar dat is nog iets anders dan de patiënt kennen. En daarin bestaat toch al een probleem nu we zoveel waarnemers hebben in plaats van praktijkhouders. Digitalisering voegt daar nog een probleem aan toe.”

Schellingerhout is niet direct bereid het standpunt over het kennen van de patiënt van Runhaar en Terpstra te accepteren. “Een groot deel van de huisartsenzorg is laagcomplexe zorg”, zegt hij. “Die kan iedere huisarts bieden.” Timmers erkent dat hij hiermee een punt heeft door te zeggen: “Daarom is bij mij de laagcomplexe zorg al lang gedigitaliseerd, zodat ik in mijn spreekkamer meer tijd heb voor de meer complexe zorg.” Runhaar zegt meer te zien in een aanpak waarbij niet alle werk door de huisarts – of in de huisartspraktijk met inzet van poh’ers – hoeft te worden gedaan, maar waarin wordt gewerkt in een netwerk van zorgverleners zoals wijkverpleegkundigen en psychologen. “Maar dan moet ik weer met meer partijen in de eerste lijn afspraken gaan maken”, werpt Schellingerhout tegen, “dat zorgt toch juist weer voor fragmentatie?”. Dat hoeft niet, vindt Runhaar: “Je kunt toch regelen dat er maar contact is met één wijkverpleegkundige? Geen organisatie dus maar een persoon. Korte lijnen zijn immers de kracht van de huisartsenzorg.”

Terpstra veert op. “Die oplossing hebben wij hier al lang geregeld”, zegt hij. “Wij hebben een duopraktijk met 4.600 patiënten. We hebben veel energie gestoken in de opzet van een gezondheidscentrum, waarin ook een wijkverpleegkundige aan boord is. En we hebben een goede praktijkmanager aangetrokken. Als je dat soort zaken regelt, draagt dat bij aan het aantrekkelijker worden van praktijkhouderschap.”

Wensbeeld en werkelijkheid

Schellingerhout zegt het mooi te vinden dat Terpstra het zo goed geregeld heeft, maar voegt eraan toe dat dit op veel plaatsen niet zo is, en dat de wens van Terpstra tot het aantrekkelijker maken van praktijkhouderschap niet zomaar even geregeld is, evenmin als het kleiner worden van praktijken. “Met Arene willen wij een oplossing bieden voor nú”, zegt hij. “Zonder de digitalisering waar we daarbij gebruik van maken, zouden we nu niets kunnen betekenen voor de patiënten die geen huisarts hebben.”

Timmers zegt zich af te vragen in hoeverre die praktijkverkleining – die Terpstra al eerder noemde – een oplossing biedt. “Als ik nu mijn praktijk zou verkleinen, lopen de patiënten weg die het minst belang hechten aan een vaste huisarts”, zegt hij. “Onder de streep ga ik het dan dus niet minder druk krijgen. Dan zou ik me eerder kunnen voorstellen dat je in de praktijk een onderscheid maakt tussen de complexe en de minder complexe patiënten.” Maar die aanpak zou een groot nadeel hebben, stelt Runhaar. “Je hebt als huisarts meerwaarde van patiënten jaren aaneen zien met kleine problemen”, zegt hij. “Daarmee bouw je de vertrouwensband op die je later nodig hebt als ze grote problemen krijgen.” Terpstra: “Precies, en dat raak je kwijt als je de laagcomplexe en de complexe patiënten gaat opknippen.” Runhaar knikt en zegt: “Die laagcomplexe patiënten zijn voor een belangrijk deel ook laagcomplex omdat ze onze patiënten zijn. Ik ken ze goed genoeg om te kunnen zeggen: ‘We zien het nog een weekje aan’. Waarnemers kunnen dat niet, een willekeurige huisarts die de patiënt op zijn beeldscherm krijgt ook niet.”

Op dit punt in het gesprek plaatst Schellingerhout de kanttekening dat hij voor het initiatief Arene geen alternatieven hoort die nu, op dit moment, toepasbaar zijn. “Ik hoor ideaalbeelden”, zegt hij. “En ik ben het volledig eens met die beelden hoor, daar gaat het niet om. Maar daar hebben de patiënten die op dit moment geen huisarts hebben niets aan. De huisartsenzorg staat zo onder druk dat ook nu oplossingen nodig zijn.” Terpstra wil daar niet aan. “Ik zie liever dat de zaak in de soep loopt dan dat we nu oplossingen gaan zoeken in digitalisering die de fundamenten van ons vak alleen maar meer aantasten”, zegt hij. “Dan kunnen de zorgverzekeraars worden aangesproken op hun verplichting continuïteit van zorg te bieden. Het enige alternatief dat ik nu zie en dat ik wel redelijk aantrekkelijk vind is Buurtdokters, omdat dat op – zij het gedeeltelijk – praktijkhouderschap gericht is.”

  1. Helemaal eens met Terpstra. Het is een typische huisartsenreflex om problemen die zich voordoen te willen oplossen. Kan het niet zoals het moet dan moet het maar zoals het kan. Pragmatisme bij uitstek zonder je af te vragen hoe we in deze situatie verzeild zijn en waarom die ideale situatie niet bereikbaar zou zijn. Daar zie ik ook LHV en VPHuisartsen in gebreke blijven. Inhoudelijk (zie Woudschoten) zijn we het wel eens, maar randvoorwaarden daarbij stellen gebeurt niet. Kleinschaligheid bevorderen zou een oplossing kunnen zijn, maar dat kost geld en de overheid weigert al jaren echt te investeren in eerste en nuldeijns zorg. Groter denken en kleiner doen geldt ook voor ons huisartsen. Maar dat moet wel van de beroepsgroep zelf komen om veel hardere eisen richting overheid te stellen. De akkoorden tot nu toe zijn veel te soft. Maar daar heb ik een hard hoofd in.

    1. Bedankt voor je reactie Herman. Kleinschaligheid bevorderen zou een oplossing kunnen zijn, stel je. Bart Timmers plaatst daar vraagtekens bij. Herken je die of niet?
      Afgezien daarvan, ‘het moet van de beroepsgroep komen’ horen we al geruime tijd, maar blijkbaar gebeurt het niet of onvoldoende. Wat verklaart dit naar jouw idee?

  2. De typische huisartsenreflex is herkenbaar, maar uit nood geboren vind ik de intentie van Arene niet op voorhand slecht. Al hoort dit wetmatig bij de zorgplicht van de verzekeraar. Over praktijkverkleining het volgende. Om de rekennorm te verlagen van 2095 naar bv. 1800 kost grofweg 666 miljoen per jaar, vraagt om 1346 extra praktijkhouders, vraagt om regelgeving waarbij opgelegd bestaande praktijken worden verkleind, vraagt daarnaast om opgelegde (betere) regionale spreiding. Aan geen van vier voorwaarden wordt nu voldaan. Huisartsenzorg zit in de basisverzekering vanwege het 24/7 bestaande laagdrempelige poortwachterschap met de integrale benadering, niet zozeer vanwege de kosten. De kosten voor deze 24/7 zorg zijn gemiddeld 211 euro per burger (2019). Kleinschaligheid, praktijkhouderschap van de huisarts en een spreidingsbeleid zouden voor mij de bouwstenen zijn om voor de toekomst huisartsenzorg in de basisverzekering te houden. NB: maar ik ben al 5 jaar geen huisarts meer.

    1. Interessante voorwaarden die je benoemd Anton, heel verhelderend dus bedankt daarvoor. 666 miljoen per jaar is geen klein bier en die 1.346 extra praktijkhouders zie ik nog niet zo snel opstaan. Toch benoem je de kleinschaligheid en het praktijkhouderschap (plus spreidingsbeleid) wel als de bouwstenen voor toekomstbestendigheid van de huisartsenzorg in de basisverzekering. Bedoel je hiermee te zeggen dat de huisartsenzorg voor een onmogelijke opgave staat, of interpreteer ik je dan verkeerd? Correct me if I’m wrong alsjeblieft, maar duid dan alsjeblieft ook hoe dat doel van toekomstbestendigheid naar jouw mening kan worden gerealiseerd.

  3. Beste Frank, in oktober 2020 heeft de LHV al gepleit voor extra opleidingsplekken, maar die 1346 extra moeten (dus) in eerste instantie komen uit de 13.710 geregistreerde huisartsen (1 januari 2019). Ik zeg niet dat het een onmogelijke opgave is, maar het gaat dan om vier doelstellingen:
    -we streven naar 17,2 mln/1800 = 9556 praktijkhouders
    -hiervoor is extra budget nodig van 666 mln bovenop de 4,1 miljard kader van nu (voor praktijkkosten en inkomen)
    -praktijkverkleining: streven naar 1800 als normpraktijk met groen licht van toezichthouders (NZa, IGJ, ACM)
    -spreidingsbeleid met als doel, dat als elke Nederlander verplicht is premie te betalen er dan ook recht is op HA-zorg in de buurt
    Dit zijn de 4 doelen, de instrumenten hoe er in welk tempo te komen hangen af van politieke wil, wetgeving, zorgcontracten, z.n. HLA, opstelling toezichthouders, opstelling PF en de voortgang van Rebel/inzet HA-verenigingen. Het woord “onmogelijk” bestaat niet bij mij, het woord “onwil” ken ik wel. Verder verwijs ik naar mijn blogs en website met een zoekfunctie. HGr A.

    1. Wederom verhelderend Anton dus wederom dank. Ook ik vind ‘onmogelijk’ een onmogelijk woord. Maar wat je schrijft sluit wel aan bij wat Jasper Schellingerhout in het interview zei over alleen wensen horen en een oplossing willen creëren voor nú. ‘Uit nood geboren vind ik de intentie van Arene niet op voorhand slecht’, schreef je in je eerdere reactie al. Dat vind ik een realistisch perspectief van je.

  4. Interessant stuk en leuk om de diverse meningen te lezen. Dat Anton al 5 jaar geen praktiserend huisarts meer is doet naar mijn mening niets af aan zijn enorme kennis ervaring en inzicht in de diverse krachtenvelden die er spelen. Als kernwoorden lees ik investeren in kleinschaliger maken van praktijken, aantrekkelijker maken van praktijkhouderschap (mede daardoor) en daardoor meer continuïteit voor de patiënt. Hierdoor schep je de voorwaarden voor het opbouwen van een relatie met je patiënten waardoor de contacten wellicht sneller laag- (minder) complex worden en er meer tijd energie en draagkracht is voor de complexere zorgvragen. Uiteindelijk een oplossing van de lange adem denk ik waarmee we het huidige “huisartsentekort” en de veelheid aan hulpvragen voor nu niet oplossen. Ik hoop dus van harte dat Arene een korte termijn oplossing zal zijn.
    Daarbij: waarom hebben we het niet over de veelheid aan parttime werkende huisartsen? We hebben een peperdure opleiding genoten en er is een overvloed aan werk. Waarom accepteren we dan met zijn allen dat we met 16 uur per week in de praktijk onze registratie behouden? (En dan heb ik het niet over collega’s in bijzondere omstandigheden) Misschien ben ik wel een hele naïeve jonge praktijkhouder met ouderwetse opvattingen, linksom of rechtsom zal er toch iets moeten gebeuren. Ik denk dat het stimuleren van Praktijkhouderschap een van de speerpunten zou moeten zijn waarbij digitalisering geen oplossing is
    maar afhankelijk van de dokters,populatie en regio wel een mooi hulpmiddel zou kunnen zijn

  5. Ook jij bedankt voor je reactie Helmi. Hoewel ik je punt begrijp over de parttime werkende huisartsen denk ik dat je daar toch weinig aan kunt veranderen. De jonge generatie heeft andere opvattingen over werk en leven dan de oudere. Ik merk dit ook aan mijn eigen jongvolwassen kinderen die heel graag werken (beiden niet als huisarts overigens, maar dit terzijde), maar ook heel graag andere dingen doen en dus niet kiezen voor fulltime werken. Dat is een heel bewuste keuze. Niet per se een keuze die voor jonge huisartsen praktijkhouderschap in de weg hoeft te staan. Maar wel een die in de discussie over de toekomst van praktijkhouderschap een plaats verdient. Want hij heeft wel gevolgen.

  6. In de medische wereld, de wetenschap, wordt meestal gevraagd of er ‘conflicting interests’ zijn.
    Dat mis ik hier.
    De heer van Wijck, niet onafhankelijk, niet objectief, heeft het voor elkaar gekregen om meerdere professionals ( gratis) om tafel te krijgen, teneinde daar 1, 2, of misschien wel meer, goed betaalde artikelen uit te persen.
    Ik voel plaatsvervangende schaamte.

    1. Conflicterende belangen? Als digitalisering in de huisartszorg een hoge vlucht neemt verdien ik daar precies evenveel aan als wanneer er een definitieve streep door wordt getrokken en de praktijkverkleining en loskoppeling van de ANW-diensten volledig tot stand komen. Niets namelijk. Voor mijn journalistieke werk word ik betaald inderdaad, dat is waar. Maar ik mag aannemen dat jij je werk als huisarts ook niet pro deo doet.
      Je opmerking dat ik Jasper, Derk, Nico en Bart gratis aan tafel heb gekregen kan ik niet plaatsen. Had ik hen moeten betalen voor het viergesprek? Dat is in de journalistiek op zijn zachtst gezegd ongebruikelijk. En wat de plaatsvervangende schaamte betreft, daarmee wek je een beetje de indruk de vier geïnterviewden naïef te vinden. Dat zijn ze niet.

  7. Interessante discussie. Mijn oprisping: De digitalisering van de samenleving (en hier: van de huisartsenzorg) heeft ongetwijfeld vele voordelen gebracht. Toch zie ik een soort tweedeling ontstaan: digitaal vaardigen en digitaal niet (zo) vaardigen. Velen zeggen, en daar zullen ze wel gelijk in hebben, dat die laatste groep wel grotendeels zal uitsterven. Moeten we daar blij mee zijn? Worden we gelukkig van de alom aanwezige oeverloze tienkeuzemenu`s, met….”een ogenblik geduld nog , er zijn nog X wachtenden voor u”…doorverbindingen, mistige websites, waarbij telefoonnummers zorgvuldig worden weggestopt en andere ICT-frustraties? Is het goed dat bankkantoren en vele winkels, net als huisartspraktijken, in kleine plaatsen verdwijnen en dat mensen die bij voorbeeld niet kunnen internetbankieren, nu voor allerlei diensten moeten betalen? Voor de huisartsenzorg: moeten algoritmen de problemen maar oplossen? Alle waar is naar zijn geld. Als we als samenleving niet de kostprijs van ook kwantitatief goede zorg willen betalen, dan moet de burger maar met mindere kwaliteit genoegen nemen. Dat kan, dat is een politieke keuze. Zo zijn in Nieuw-Zeeland, waar ik 6 jaar gewerkt heb, de zorgkosten per inwoner ruwweg de helft van die van de Nederlander. De kwaliteit is vergelijkbaar. De kwantiteit niet: lange wachtlijsten in het publieke domein, een parallelle private zorg met snellere toegang voor wie het kan betalen en ook voor veel zaken, o.a. huisartsenconsulten en zeker ook ANW-huisartsenzorg, een behoorlijke eigen bijdrage. Het kan daar. Het is een keuze hier: wat wil men? Je zou het de burger, de kiezer, moeten kunnen vragen in de verkiezingsperiode: Wilt u simpele, lastig bereikbare, afstandelijke en minder persoonlijke zorg met drempels, een zorg die goedkoper is, of wilt u laagdrempelige, hoogwaardige, persoonsgerichte en patiëntvriendelijke zorg, die dan wel duurder zal zijn?
    Dat laatste kan natuurlijk best: praktijkhouderschap stimuleren; praktijkverkleining, het is al vaak genoemd. Financiële incentives dus.
    Daarnaast ook zou ingewerkt kunnen worden op de mentaliteit van de jongere garde. Eerder heb ik al gepleit voor een soort contract voor HAIO`s en AGIO`s. Zij hebben uitzicht op een prima baan/functie/leven. Bij instappen in de opleiding als tegenprestatie dan ook tekenen voor het zich verbinden enkele jaren fulltime te werken in een in overleg (door de overheid) aan te wijzen locatie. Net als destijds bij Defensie bijvoorbeeld, waar mensen de artsenstudie betaald konden krijgen door Defensie, onder aangaan van een contract, enkele jaren na afstuderen te werken voor Defensie. Simpel, voor de jonge garde: het leven kent niet alleen rechten, maar ook plichten. In Nieuw-Zeeland heeft dit bij dierenartsen heel goed gewerkt. Zij blijven vaak met tevredenheid hangen in het hun toegewezen gebied.
    Afsluitend: digitalisering is voor de huisartsenzorg een hulpmiddel, geen panacee. Laat de burger, de patiënt, meedenken over hoe de zorg moet worden vormgegeven, door dit een kardinaal onderwerp te maken van de komende verkiezingen. Want…alle waar is naar z`n geld.

  8. Bedankt voor je reactie Cees. Je belicht twee heel interessante opties. Ten eerste natuurlijk de politieke keuze die je kent uit Nieuw-Zeeland, om een tweedeling te maken tussen goedkopere standaardzorg en duurdere luxezorg. Een tweedeling die natuurlijk in meer landen bestaat, kijk maar naar Engeland. In Nederland hadden we voor het huidige stelsel het onderscheid tussen ziekenfonds en particuliere verzekering. Eenzelfde onderscheid zou je in het huidige stelsel kunnen invoeren door restitutiepolissen significant duurder te maken dan naturapolissen. Een politieke beslissing inderdaad. Of die een oplossing zou bieden voor de huidige problematiek in de huisartsenzorg betwijfel ik echter.
    Dan je tweede optie, die over de plichten tegenover de rechten. Die zou – toegepast zoals jij voorstelt – natuurlijk wél gevolgen kunnen hebben voor de huisartsenzorg. Wellicht zullen sommigen hierbij de vrees uiten dat jonge mensen dan liever niet meer voor de opleiding tot huisarts kiezen als er een verplichting tegenover staat om zich vervolgens een aantal jaar ergens te vestigen. Maar ik vraag mij dat serieus af, want het biedt wel een toekomstperspectief met zekerheid. De moeite waard om eens verder te onderzoeken.

  9. Complimenten voor het artikel en mooi om de verschillende invalshoeken te lezen. Wat ik een beetje mis in de reacties is wat de patient wil. Ik zit al meer dan een jaar bij Westerdokters en ik vind het geweldig. Via de app kan ik een vraag stellen en ik krijg snel een antwoord. Voorheen moest ik bellen naar de huisarts en de lijn was vrijwel altijd bezet. Als ik langs mocht komen, dan moest ik altijd minimaal een half uur wachten in de wachtkamer. En als ik de huisarts zag, dan was vrijwel altijd het antwoord dat “we” het nog een weekje moesten aankijken. Verschrikkelijk. Via mijn nieuwe huisarts gaat dat veel makkelijker: Ik stuur een berichtje via de app en als de huisarts me alsnog wil zien dan hoef ik nooit lang te wachten en de huisarts heeft 20 minuten de tijd voor me.

Comments are closed.