Berichten

Wat brengt 2019 de eerstelijnszorg?

Waar gaan we in het nieuwe jaar naartoe? Ooit zong Wim Kan deze woorden steevast in zijn oudejaarsconferences, nu legt De Eerstelijns de vraag voor aan vier bestuurders uit de gezondheidszorg.

Henk Stout, algemeen directeur ZGWA Zorggroep in de Drechtsteden

“In de afgelopen jaren heeft de overheid gelden vrijgemaakt voor bijvoorbeeld innovatie in de eerste lijn. Die budgetten zijn nauwelijks benut, omdat zorgverzekeraars vaak de hand op de knip houden bij ideeën uit de eerste lijn. ZGWA Zorggroep zegt: geef verzekeraars niet de kans ‘nee’ te verkopen. Dat kun je doen door concreet je regionale doelen te formuleren en daarop aanspreekbaar te zijn. Voor 2019-2022 heeft de overheid 471 miljoen euro beschikbaar gesteld voor versterking van de huisartsenzorg. Bovendien is er 133 miljoen euro voor ICT in de huisartsenpraktijk. Laten we nieuwe kansen benutten.”

Toosje Valkenburg, huisarts en medisch directeur hospice Demeter in De Bilt, lid actiecomité Het Roer Moet Om/Optimale zorg – Dappere dokters

“Ik kijk ernaar uit dat huisartsen zichzelf opnieuw definiëren en taken afbakenen. Daarmee zeggen we straks niet alleen: hier staan wij voor. We maken óók duidelijk aan andere beroepsgroepen: als wij dit doen, hebben jullie de ruimte om dát te doen. Deze duidelijkheid leidt tot betere samenwerking. Daarnaast moeten we oppassen voor overwaardering van het financieel-economische jargon in de gezondheidszorg. Harde efficiencymodellen ogen vaak perfect op papier, maar de werkvloer steunt en kreunt eronder.”

Astrid van der Put, raad van bestuur star-shl, eerstelijns diagnostisch centrum

“Wij gaan huisartsen nog meer de regie geven bij de ontwikkeling van nieuwe diensten. We vragen ze wat nodig is voor ondersteuning in optimale en efficiënte dienstverlening en zorg. Vervolgens proberen wij in samenspraak met hen in die behoefte te voorzien. Star-shl speelt hiermee in op de verschuiving van diagnostiek en behandeling van de tweede naar de eerste lijn en het streven de juiste zorg op de juiste plaats te krijgen.”

Jacco Rempe, directeur ketenzorg bij HONK, Huisartsen Organisatie Noord-Kennemerland

“De scope van huisartsen- en eerstelijnsorganisaties zal zich verbreden. Op het niveau van de huisartsenpraktijk proberen wij onder meer te ondersteunen door het faciliteren van praktijkmanagers en POH’s. De verwachting is dat praktijkmanagers ook een rol gaan spelen bij de inrichting van lokale gezondheidszorg. Daarnaast hebben wij stappen gezet om met regionale apothekers de farmacotherapeutische overleggen tussen apotheker en huisarts te faciliteren. Samen met gemeenten bekijken we hoe medische zorg en het sociaal domein in de wijk op elkaar kunnen worden afgestemd.”

Download het artikel voor de volledige vooruitblik.

Auteur: Gerben Stolk

Download het volledige artikel hier:

Nieuw in het basispakket: de Gecombineerde Leefstijl Interventie

‘Leefstijlbehandeling komt in het basispakket’ kopten de kranten dit voorjaar. In juni bevestigde de minister van Medische Zorg en Sport dat de gecombineerde leefstijl interventie (GLI) inderdaad wordt vergoed vanaf 1 januari 2019. Leefstijlcoaches, huisartsen en paramedici, zorggroepen, zorgverzekeraars en beleidsmakers maken zich er klaar voor. Maar hoe zit het nou precies met de GLI? Dit artikel geeft praktische antwoorden op veelgestelde vragen.

Wat is een GLI, voor wie is zij bedoelt en wie mag een GLI geven? Wat is de rol van de huisarts, hoeveel kost de GLI en hoeveel levert de interventie op? Dr. Maaike de Vries, gezondheidswetenschapper, zelfstandig adviseur en toezichthouder in de zorg en drs. Tamara De Weijer, huisarts en voorzitter Vereniging Arts en Voeding, zochten het uit voor de lezers van De Eerstelijns. Zorgbestuurders zijn enthousiast over het feit dat de overheid inzet op gezond leven via de GLI. Maar er zijn ook wel wat vraagtekens, zo blijkt uit onderstaande reacties.

Dan Hoevenaars, directeur zorggroep Synchroon en kaderarts diabetes:

“Met de vergoeding van de GLI laat de overheid zien dat ze wat wil met gezond leven. Ik vind dat goed nieuws. Maar zijn het welbestede miljoenen? Over een jaar of tien zullen we het weten. Ik verwacht dat de administratie van de GLI het grootste probleem zal worden: contracteren, uitbetalen en verantwoorden. Onze zorggroep gaat de komende maanden in gesprek met verzekeraars over de GLI. Ik ben heel benieuwd. Afgaande op wat ik nu weet, lijkt de GLI me heel geschikt voor mensen die gemotiveerd zijn, maar hoe zit het met moeilijker te bereiken groepen? Daar moet je over nadenken want ongeveer een kwart van Nederland komt in aanmerking voor de GLI. Aan de ander kant: als we al die mensen een programma aanbieden wordt het onbetaalbaar en is het wel genoeg? Gedragsverandering vraagt intensieve begeleiding en reikt verder dan de zorg alleen. Minstens zo belangrijk als een GLI is dat we de woonomgeving gezonder maken en druk uitoefenen op voedselproducenten.”

Ellen Huijbers, medisch directeur zorggroep DOH en kaderarts hart- en vaatziekten

“De GLI komt er. Dat biedt kansen voor patiënten en om de zorg toekomstbestendig te organiseren. Zoals daar waar mensen het willen en kunnen, met zelfmanagement, groepscursussen en eHealth. Dit past in ons meerjarenbeleid, maar geeft ook veel uitzoekwerk. Hoe past de GLI binnen onze ketenzorg? Op welke manier kunnen we zoveel mogelijk patiënten bedienen? En wie zijn goede leefstijlcoaches in onze regio? Allemaal vragen waarop we een antwoord moeten vinden.”

Auteur: Maaike de Vries, Tamara de Weijer

Download het volledige artikel hier:

Spelregels voor een Persoonlijke GezondheidsOmgeving

In 2019 moet iedereen die dat wil zijn eigen gegevens kunnen inzien via een Persoonlijke GezondheidsOmgeving. Dat is het doel van MedMij, een samenwerking van de zorgkoepels die verenigd zijn in het Informatieberaad Zorg. MedMij bouwt geen software, maar regelt met standaarden en afspraken de uitwisseling van data tussen patiënten en partijen die informatie over hen hebben. “Als een iDeal voor de zorg”, legt Dianda Veldman van Patiëntenfederatie Nederland uit.

In april 2011 verwierp de Eerste Kamer de wettelijke regeling voor een elektronisch patiëntendossier. Dat was de opmaat voor een initiatief van Patiëntenfederatie Nederland, dat nu vorm krijgt in MedMij, vertelt Veldman. “We vonden dat het niet zo kon zijn dat anderen wel in jouw zorgdossier kunnen kijken en jijzelf niet. Dus besloten we de alternatieven voor een landelijk patiëntendossier te onderzoeken.”

De Patiëntenfederatie beschreef in een meerjarig project de functies van en voorwaarden voor wat zij een Persoonlijk GezondheidsDossier (PGD) noemden. “Het PGD-kader 2020. In zo’n digitale omgeving moet je de data van je ziekenhuis, huisarts, tandarts, apotheker, fysiotherapeut enzovoort, kunnen inzien. Daarnaast moet er een mogelijkheid zijn om informatie toe te voegen, variërend van het ouderwetse operatielogboek tot eigen metingen. Daar hebben we schetsen van gemaakt en die zijn in 2015 gepresenteerd tijdens een slotsymposium. ‘Nu doorpakken’ was het thema. En dat hebben we gedaan.” het Informatieberaad Zorg – een ICT-platform van bestuurders van zorgkoepels – gaf een aantal partijen opdracht om het PGD-kader te concretiseren. Het ministerie van VWS en de zorgverzekeraars stelden de benodigde financiën beschikbaar. De Patiëntenfederatie werd aangewezen als trekker van het project, dat nu gestalte krijgt onder de naam MedMij.

Belemmeringen oplossen

Bij de totstandkoming van het PGD-kader zijn belemmeringen benoemd die het opschalen van de vele kleine initiatieven op het gebied van eHealth verhinderen. MedMij lost die vraagstukken niet op door één groot landelijk patiëntenplatform te bouwen. “We bouwen helemaal niets”, benadrukt Dianda Veldman. “Er zijn genoeg andere partijen die dat willen en kunnen. MedMij ontwikkelt een pakket van standaarden en -afspraken dat ervoor zorgt dat portalen, zorgsystemen en apps aan elkaar gekoppeld kunnen worden en veilig informatie kunnen uitwisselen.”

De gedachte is dat patiënten straks zelf kunnen kiezen voor een aanbieder van wat inmiddels een Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) is gaan heten. Als een PGO gebruikmaakt van de MedMij-standaarden, kan het alle informatiesystemen van zorgaanbieders en welzijnsorganisaties, eHealth-applicaties en apps die dat ook doen, ontsluiten. Op die manier krijgt de patiënt één platform met één inlog voor alles wat met zijn zorg en gezondheid te maken heeft.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

ICT-samenwerking vraagt om regie in de regio

Er gebeurt enorm veel op het gebied van ICT in de eerstelijnszorg. Landelijk, regionaal, bij huisartsenposten en zorggroepen en in de praktijken van zorgverleners. De ontwikkelingen gaan snel, maar vinden gefragmenteerd plaats. En versnippering leidt tot beperkte slagkracht. “Er is te weinig regie geweest”, zegt Maarten Klomp. Hij pleit voor sterke regionale partijen, die optreden als regisseur en serviceverlener voor de aangesloten praktijken. En voor beperking van het aantal leveranciers.

“Met het gebruik van een huisartsinformatiesysteem (HIS) liepen huisartsen decennialang voorop op het gebied van ICT in de zorg”, aldus Maarten Klomp. “Het is niet makkelijk om die positie nu nog vast te houden. Grote slagen worden niet meer gemaakt. Een beetje gechargeerd kun je zeggen: iedereen is parallel dezelfde dingen aan het ontwikkelen. Daarmee gaat veel tijd en geld verloren.”

Klomp wijst op de landelijke eHealth-monitor. “Die laat zien dat mensen steeds meer behoefte hebben aan online dienstverlening. eCconsults, digitaal afspraken maken, eigen metingen doorgeven. Maar voor huisartsen is dit nog heel beperkt mogelijk. Het delen van informatie met andere zorgverleners, het gebruik van eHealth-programma’s en patiëntenportalen laat te wensen over.” Daarnaast is de gebruiksvriendelijkheid nog vaak een probleem, vindt Klomp, zodat de drempel om mee te doen hoog is. Het vreet tijd, die ten koste gaat van de patiëntenzorg.

Het is een bijna gordiaanse knoop. Hoe begin je met dit aan te pakken? Dat is een kwestie van prioriteiten stellen, zegt Klomp. Het landelijk Informatieberaad, ingesteld door VWS, is daarmee begonnen. Aan de prioriteiten worden ook deadlines verbonden. Zo moet een patiënt per 1 januari 2018 toegang kunnen hebben tot belangrijke delen van zijn of haar dossier. Dat moet onder meer een veilige medicatieoverdracht mogelijk maken en misverstanden tussen huisarts, ziekenhuis en thuiszorg voorkomen. Dezelfde datum geldt als deadline voor het doorvoeren van ICT-standaardisatie binnen de ketenzorg, wat volledige digitale informatie-uitwisseling mogelijk maakt. “En een heel belangrijke target is ‘registratie aan de bron’. Dat maakt mogelijk dat registraties van patiëntencontacten veilig en anoniem gebruikt kunnen worden als kwaliteitsindicatoren of basis voor wetenschappelijk onderzoek, zonder dat je ze dubbel of driedubbel moet invoeren. Die eenheid van data moet per 1 januari 2019 geregeld zijn.”

Regio Zuidoost-Brabant

Op landelijk niveau ontstaat zo een aantal basisregels en –voorwaarden. Maar de daadwerkelijke inrichting en finetuning van zorginformatiesystemen vindt plaats in de regio. En dat vraagt om afstemming. “Er is behoefte aan een partij die op regionaal niveau koppelingen kan maken tussen partijen en als serviceorganisatie kan optreden richting de praktijken”, zegt Maarten Klomp, “maar ook als regisseur richting leveranciers.”

Auteur: Leendert Douma

Download het volledige artikel hier: