‘Openbare farmacie verdient een ander bekostigingsmodel’

Het is tijd voor een zichtbaarheidscampagne van de openbare apotheker, stellen voorzitter Aris Prins en directeur Eric Janson van de KNMP. “En dat werkt twee kanten op”, zegt Prins. “De patiënt moet meer zien waar de apotheker voor staat, en de apotheker moet meer trots zijn op wat hij goed doet en daar ook over communiceren. Ik sta zelf een dag per week achter de balie en krijg dan vaak te horen: ‘Goh, de apotheker zelf, die zien we bijna nooit’. Nee, die herkennen ze niet. We zijn de meest inclusieve academische beroepsgroep die er is. Heel veel vrouwen, veel Nederlanders met een allochtone achtergrond ook. Heel vaak niet de apothekersassistenten waarvoor ze worden aangezien, maar gewoon de apotheker zelf.”

Bekostigingssysteem

Wat hen dwars zit in communiceren over wat ze goed doen, is de druk waaronder ze werken. Janson: “Dit heeft te maken met het bekostigingssysteem voor de openbare farmacie, waarbij de overheid heeft gestuurd op zo laag mogelijke kosten, en terecht. De zorgprestatie van de openbare apotheker is tot op heden maar heel matig gedefinieerd en daarmee slecht gefinancierd. Iedere apotheker weet dat zorginhoudelijk handelen tijd kost die hij niet vergoed krijgt en dat hij ermee snijdt in zijn eigen omzet. Maar hij doet het tóch, omdat het in het belang van de patiënt is. Dat moet beter, hebben wij ook tegen de Nederlandse Zorgautoriteit gezegd. Waarmee we niet bedoelen dat de koek groter hoeft te worden, maar dat die anders moet worden verdeeld.”

Meer ruimte

De zorg hoeft niet duurder te worden als meer geld naar de openbare farmacie gaat, zegt Janson daarmee. Dat vraagt om uitleg. In de kern blijkt dit neer te komen op: de openbare apotheker meer ruimte geven om de zorg te verlenen waarin hij gespecialiseerd is. De zorgprestatie beter omschrijven en daar inhoudelijk en financieel naar handelen dus. “Neem het uitwisselen van laboratoriumuitslagen”, zegt Janson. “De dokter zit daar als een broedende kip op, maar de apotheker is bij uitstek in staat om, als die uitslagen daar aanleiding toe geven, het medicatiebeleid van de individuele patiënt aan te passen. Als die daartoe de kans krijgt, hoeft een deel van de zorg niet meer via de huisarts of medisch specialist te lopen, maar kan het dan – in overleg natuurlijk – door de apotheker worden geleverd.”

Openbare farmacie

Wat Prins en Janson hier zeggen over de financiering van de openbare farmacie, ligt in het verlengde van wat SiRM schreef in een rapport. Het rapport benadrukt de noodzaak tot versterking van de zorgfunctie van de openbare apotheek. SiRM concludeert hierin dat farmaceutische patiëntenzorg momenteel wordt bekostigd onder de ‘terhandstellingstarieven’ tezamen met het verstrekken van geneesmiddelen. Extra tijd en aandacht van de apotheker voor farmaceutische patiëntenzorg worden niet gehonoreerd. De huidige bekostiging is niet congruent met de praktijkvoering, concludeert SiRM, dat daarom patiëntgebonden bekostiging als model voorstelt. Met voor chronische en zorg-intensieve patiënten inschrijving bij een huisapotheek, met een inschrijftarief om de zorginhoudelijke taken te dekken.