Berichten

Parnassia Groep portaal draagt bij aan transparantie in de GGZ

Begin 2017 lanceerde GGZ-aanbieder Parnassia Groep in samenwerking met softwareontwikkelaar Calculus een revolutionair online platform, het ‘Parnassia Groep portaal’, direct vanuit het huisartsinformatiesysteem (HIS). Via dit platform hebben huisartsen onder andere direct inzage in de status van hun patiënt wanneer deze in behandeling is bij een van de onderdelen van Parnassia Groep. Het streven is om de transparantie binnen de GGZ te vergroten.

Jordaan, bestuurder van Indigo (Parnassia Groep), begeleidde de ontwikkeling van het portaal. “Parnassia Groep biedt jaarlijks aan 150.000 patiënten geestelijke gezondheidszorg. Ruim vijfentachtig procent daarvan wordt verwezen via de huisartsen. De huisarts is voor de patiënt en voor ons een belangrijke partner. Wij zijn er om patiënten die zorg nodig hebben zo vroeg en zo licht mogelijk te behandelen. Dat betekent preventie en online zelfhulp voor de patiënt, begeleiding door POH-GGZ of generalistische behandeling door GZ-psycholoog in de basis-GGZ als het kan en meer specialistische zorg als meer nodig is. Goede samenwerking tussen huisartsenzorg en specialist helpt dat te overbruggen. We moeten elkaar in de zorgketen meer opzoeken. Transparantie is daarbij essentieel.”

Directe koppeling HIS

Het ontwikkelen van het portaal was een secuur werk. Jordaan: “We ontwikkelden eerst een bèta versie. Een tweede versie ontwikkelden we samen met softwareontwikkelaar Calculus, bekend van VIPLive. Het voordeel daarvan is dat vrijwel alle huisartsen VIPLive al kennen en er al een directe koppeling met hun HIS is. Ons portaal biedt niet alleen de mogelijkheid tot inzage in de status van een behandeling, maar huisartsen kunnen een psychiater of GZ-psycholoog ook online consulteren of een patiënt direct digitaal verwijzen. Sinds april 2018 kunnen huisartsen bovendien hun patiënten aanmelden voor een online zelfhulpmodule en een preventiecursus.”

Patiënt leidend

Het delen van informatie gebeurt veilig en met inachtneming van de privacywetgeving. “De patiënt is leidend”, zegt Jordaan beslist. “Wanneer de patiënt niet wil, wordt de informatie niet inzichtelijk voor de huisarts.” Huisarts Barbara de Doelder gebruikt het portaal vanaf het begin. “Boven alles is het een prijzenswaardige poging om de GGZ en de huisarts meer bij elkaar te brengen”, zegt ze. “Dat is ook hard nodig. Een landelijk onderzoek in het tijdschrift De Dokter eind vorig jaar wees uit dat contact met GGZ-instellingen door een wezenlijk deel van de ondervraagde huisartsen in Nederland als problematisch wordt ervaren. Parnassia Groep doet daar wat aan.”

Auteur: Ludo de Boo

Download het volledige artikel hier:

Vilans: Met patiënten werken aan betere zorg

In de wijk Kersenboogerd in Hoorn wonen relatief veel laaggeletterden en mensen uit verschillende culturen. Daar kun je geen standaard aanpak op loslaten. De beste weg naar betere zorg is een persoonsgerichte aanpak, besloot het managementteam van het gelijknamige gezondheidscentrum halverwege 2015. Met ondersteuning van Vilans en ZONH werd een driejarig project opgetuigd, dat nu zijn vruchten begint af te werpen.

De basis voor het project in Hoorn is het ‘Huis van Persoonsgerichte Zorg’. Een model dat kenniscentrum Vilans ontwikkelde om persoonsgerichte zorg voor mensen met chronische ziekten systematisch op te zetten. De essentie ervan is dat je met meer aspecten tegelijk aan de slag moet om persoonsgerichte zorg tot een succes te maken. “Je moet patiënten helpen om meer regie te nemen en professionals helpen om het in te passen in de dagelijkse drukte. Tegelijkertijd moet je de organisatie zo inrichten dat de nieuwe werkwijze wordt gefaciliteerd”, vat Joris Arts, bestuurder van het gezondheidscentrum, samen. Er zijn inmiddels twee jaar verstreken en mede dankzij een subsidie van zorgverzekeraar VGZ en de inzet van Paulien Vermunt van Vilans en Will Molenaar van ZONH is er veel bereikt.

Eerste stappen

“In 2015 zijn eerst de ervaringen en belangrijke thema’s voor verandering opgehaald bij alle betrokkenen: zorgverleners, managers, patiënten en mantelzorgers. In de tweede fase zijn we gaan kijken welke overstijgende thema’s we daaruit konden halen”, vertelt Paulien Vermunt. “Die zijn tegen de pijlers van het Huis van Persoonsgerichte Zorg gelegd en op basis daarvan zijn werkgroepen ingericht.”

Een van de werkgroepen ging aan de slag met het thema ‘naar één digitaal portaal’. Arts: “We hebben met behulp van het Vilans-project ‘Ken je klant’ in kaart gebracht wat de wensen zijn. Daarbij is met patiënten van verschillende leeftijden gesproken. Zowel zorgverleners als patiënten vonden het belangrijk dat relevante informatie makkelijk en veilig kan worden gedeeld tussen alle betrokkenen. De conclusie was dat we naar één systeem moeten waar alle zorgverleners en de patiënt makkelijk op kunnen inloggen. Een afvaardiging van patiënten en zorgverleners heeft inmiddels een platform gekozen waarmee we op kleine schaal gaan experimenteren.”

Kritisch durven kijken

De belangrijkste winst van het project tot dusver is volgens Vermunt dat professionals kritisch durven kijken naar hun eigen werkproces. “Het enthousiasme waarmee iedereen aan de slag ging met de vraag wat anders kan en hoe, was opvallend. Er is nog veel te doen, maar de wil om te veranderen is er.”

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier:

Innovatief platform verbindt COPD-zorg

Gelre Ziekenhuizen nam in 2016 het initiatief voor het project Gezonde Longen in de regio Zutphen/Apeldoorn. Door hechte transmurale samenwerking wil Gezonde Longen de keten rondom de patiënt beter op orde krijgen en zo de COPD-zorg beter en goedkoper maken.

COPD is in Nederland een koploper qua ziektelast en kosten. Jaarlijks komen er 53.000 nieuwe patiënten bij. De kosten van astma en COPD lopen op tot 1,5 miljard per jaar. De zorgvraag stijgt harder dan de capaciteit en het budget van het ziekenhuis, de huisarts en de apotheek.

Reden voor actie, vindt longarts Martijn Goosens. Maar er is meer. “Ik werk nu tien jaar binnen Gelre Ziekenhuizen en ik merk dat ik onvoldoende gereedschap heb om de populatie met COPD goed in beeld te krijgen en behandeladvies op maat te geven. Dat komt onder andere door de informatiekloof die ontstaat doordat huisarts, apotheker en longarts hun informatie niet delen. Elke zorgprofessional focust op zijn eigen gebied binnen zijn eigen systeem. Zo krijgen we blinde vlekken.”

Goosens is initiatiefnemer van het project Gezonde Longen. “De tweede lijn wordt vaak als kenniscentrum beschouwd. Natuurlijk heeft de longarts de kennis en kunde die bij het ziektebeeld horen. Maar in de eerste lijn zit ook veel andersoortige kennis over diezelfde patiënt. Hoe gaat het thuis bij de patiënt? Wat is de samenhang met andere aandoeningen? Idealiter breng je die kennis samen.”

Transmurale database

Het project is in 2016 gestart, maar Goosens bracht al tweeënhalf jaar geleden alle zorgpartners en stakeholders in werkgroepen bijeen. Ook patiënten dachten mee. Dat leverde een nieuw medisch-inhoudelijk concept op, met onder andere behandelprotocollen rondom de interventies stoppen met roken, meer bewegen en medicatietrouw.

In de stuurgroep zitten de apothekersorganisaties, de huisartsenorganisaties en Gelre Ziekenhuizen. Daaronder functioneren vijf werkgroepen die problemen identificeren en vervolgens per zorgverlener doelstellingen omschrijven. Een huisarts kan bijvoorbeeld in zijn praktijk kampen met een laag succespercentage van stoppen met roken. Zijn doelstelling is dan het verhogen van het slagingspercentage van het stoppen-met-roken-programma. Een longarts die slechts een beperkt inzicht heeft in de interventies die de eerste lijn inzet en hoe het daarmee gaat, heeft als doelstelling het dichten van de informatiekloof.

Medworq, een digitale zorgvernieuwer, ontwikkelde de transmurale database. Het écht innovatieve deel van het project, benadrukt Goosens. Daarnaast nemen drie farmaceutische bedrijven deel. Ze bieden het project financiële ondersteuning en zijn als mede-ontwikkelaar betrokken bij verschillende domeinen als eHealth, beweegmodule en exacerbatiemanagement.

Auteur: Els van Thiel

Download het volledige artikel hier:

Betere online GGZ-zorg met regionaal eHealth-platform

eHealth is een belangrijke pijler voor het betaalbaar en toegankelijk houden van de GGZ. Op dit moment is het vaak slechts een instrument wat binnen de verschillende domeinen per aanbieder afzonderlijk wordt gebruikt. Toch is eHealth bij uitstek een instrument dat over de gehele keten kan worden ingezet, waardoor écht kan worden samengewerkt. Rudolf Keijzer, algemeen directeur PRO Praktijksteun, is een van de kartrekkers van regionale eHealth-platformen.

In samenwerking met Minddistrict ontwikkelde Rudolf Keijzer ‘eHealth in de keten’: een eHealth-platform dat regionaal voordelen biedt voor zowel de cliënt als de zorgverlener. Het levert (financieel) schaalvoordeel op, terwijl er tegelijkertijd wordt ingezet op goed gebruik van eHealth, passend bij de zorgzwaarte. “Eén platform dat ervoor zorgt dat patiënten bij een doorverwijzing niet opnieuw hoeven te beginnen met een eHealth-module. Waar oefeningen onthouden worden, zodat de patiënt toegang en regie heeft over zijn of haar werk, modules, dagboeken en psycho-educatie. Ook nadat de formele zorgverlening is gestopt. En dat voor kwalitatief betere, betaalbare en efficiëntere zorg, waarbij ingezet wordt op duurzame zelfredzaamheid”, aldus Keijzer.

Ontstaan

De POH-GGZ maakt steeds meer gebruik van eHealth. Veel modules sluiten goed aan op de zorgzwaarte en klachten binnen de huisartsenzorg. In de generalistische basis GGZ en specialistische GGZ is om voor een bepaald percentage gebruik te maken van eHealth. Daardoor is het goed mogelijk dat bij een doorverwijzing van de patiënt, de volgende aanbieder in de keten ook met eHealth werkt. Soms zelfs met exact dezelfde module. “Zonder eHealth in de keten moet de patiënt na een verwijzing vaak opnieuw beginnen en wordt er een tweede keer betaald aan de eHealth-leverancier. Dat is onnodig inefficiënt”, zegt Keijzer. “Vanuit het Triple Aim principe zijn we gaan kijken of we dat beter kunnen inrichten. Hieruit is het plan voor het inrichten van regionale eHealth-platforms ontstaan, uiteindelijk met de wens om één platform te creëren waarop alle leveranciers hun eHealth-oplossingen kunnen aanbieden.”

Schaalvoordeel

Sinds 2016 kan Keijzer samen met Minddistrict alle eHealth-modules van de regio onderbrengen op één regionaal platform. Regio’s, voornamelijk gevormd rondom eerstelijnszorggroepen, kunnen dus door gezamenlijke inkoop hun eigen platform neerzetten tegen gereduceerde tarieven. Regio’s die al met een regionaal platform van Minddistrict werken, kunnen ook aanhaken. Omdat Praktijksteun dit op grote schaal ontwikkelt, profiteren de partners in de regio van schaalvoordeel.

Auteur: Inge de Wit (Praktijksteun)

Download het volledige artikel hier:

Ontschotten in zorg-ICT

Regionalisering van de eerstelijnszorg staat al enkele decennia op de politieke agenda. Anno 2017 is er veel bereikt, toch is de regionalisering minder ver dan menigeen zou willen. “Domeindenken, de financieringsstructuur, regelgeving. Daar zijn allerlei redenen voor te bedenken”, reageert Dorinda van Oosten, managing director van PharmaPartners Huisartsenzorg. Ze geeft een reflectie op haar eigen vakgebied: de automatisering van de zorg.

“Ook in de zorg-ICT moet domeindenken plaatsmaken voor ontschotting. We moeten nog meer gebruikmaken van landelijke standaarden en regionale informatie-uitwisseling mogelijk maken”, vindt Van Oosten. Uit het onafhankelijke HIS-onderzoek van de LHV uit 2016 blijkt dat PharmaPartners vooral op eHealth en gegevensuitwisseling tussen zorgverleners opvallend hoog scoort. “We hebben een enorme expertise opgebouwd in het ondersteunen van de samenwerking tussen huisarts en apotheker. En bij het ontstaan van de eerste zorgpaden zijn we direct met de grootste KIS-leveranciers om tafel gegaan om die multidisciplinaire samenwerking goed in onze zorgsystemen te laten landen. Daarop bouwen we nu verder. Onze zorgsystemen hebben samen meer dan 200 koppelingen met systemen van andere zorgaanbieders en leveranciers.  Belangrijk daarbij is dat relevante informatie altijd terugkomt in het bronsysteem van huisarts en apotheker.”

Starten met koppelingen

De behoefte van klanten is leidend bij het realiseren van die koppelingen, benadrukt Van Oosten. “We geloven erin dat we door het standaardiseren van gegevensuitwisseling systemen van verschillende leveranciers goed kunnen laten communiceren en samenwerken. Op die manier kan de informatie-uitwisseling binnen een regio systeemonafhankelijk plaatsvinden. Daar werken we hard aan, ook in samenwerking met andere leveranciers en organisaties als VZVZ en Nictiz. Dat kost natuurlijk tijd en de behoefte om samen te werken in de regio is er al. We kunnen het ons dus niet permitteren om daarop te wachten. Daarom leggen we nu al de verbinding met goede, veilige koppelingen.”

Regionaal platform

Het fundament voor een brede, regionale ICT-samenwerking over disciplines en domeinen heen, is een regionaal platform. Van Oosten: “Binnen de Medicom-Pharmacom samenwerkingsverbanden in een regio faciliteren we 24-uurs huisartsenzorg en farmaceutische zorg. Bij de samenwerking in de regio zijn echter meer disciplines en domeinen betrokken en in iedere regio is het net weer een beetje anders. Door samen te werken met aanbieders van  regionale platformen en slimme koppelingen te maken tussen systemen kunnen we alle partijen verbinden op een manier die past bij de betreffende regio.” Het ontsluiten van de patiënt via een Persoonlijke GezondheidsOmgeving is een van de speerpunten van PharmaPartners. Eerder ontvouwde het bedrijf al zijn eHealth-strategie.

Auteur: Margriet van Lingen

Download het volledige artikel hier: